Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Ten aanzien van feit 1 en 2:
proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden agent van politie Oost-Nederland, gesloten op 6 juni 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 12 e.v.):
aanvullend proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0600-2017257764-21, opgemaakt door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , respectievelijk hoofdagent en brigadier van politie Oost-Nederland, gesloten op 31 oktober 2017 voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 1] , agent van politie Oost-Nederland, gesloten op 12 juli 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 15):
proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 4], opgemaakt door [verbalisant 6] , hoofdagent van politie Oost-Nederland, gesloten op 5 juni 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 21 e.v.):
proces-verbaal van verhoor van aangever [betrokkene 5], opgemaakt door [verbalisant 7] , hoofdagent van politie Oost-Nederland, gesloten op 6 juni 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 25 e.v.):
schriftelijk bescheideen kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt door [verbalisant 1] , agent van politie Oost-Nederland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 56 e.v.):
schriftelijk bescheideen kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt door [verbalisant 1] , agent van politie Oost-Nederland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 62 e.v.):
proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , respectievelijk brigadier en hoofdagent van politie Oost-Nederland, gesloten op 8 juni 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 16):
proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 6], opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent van politie Oost-Nederland, gesloten op 8 juni 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 29 e.v.):
schriftelijk bescheideen kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt door [verbalisant 1] , agent van politie Oost-Nederland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 63 e.v.):
Overweging met betrekking tot het bewijs
“een zwager van [betrokkene 3] was of zo”. De overweging van het hof dat de verdachte op verzoek van twee mannen die hij slechts vaag kende en van wie hij geen contactgegevens heeft, goederen op zijn erf heeft gestald, acht ik daarmee niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Daaraan doet naar mijn oordeel niet af dat de verdachte voorafgaand aan de stalling van de goederen slechts door één van hen was benaderd met de vraag of hij plek had om tijdelijk handel te stallen.
zeker op het moment dat alle goederen op zijn erf waren neergezet”(hetgeen ik lees als: zeker vanaf het moment van de onder 2 bewezenverklaarde tweede levering), de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de goederen die op zijn erf zijn aangetroffen, gestolen waren. Daarmee heeft het er alle schijn van dat het hof voor de bewezenverklaring van de wetenschap van de verdachte ten aanzien van feit 1 acht heeft geslagen op feiten en omstandigheden van het later gepleegde feit 2 en slaagt de klacht dat het oordeel van het hof dat de verdachte ten tijde van de eerste levering van goederen (het onder 1 bewezenverklaarde) reeds “wist” dat die goederen van misdrijf afkomstig waren getuigt van een onjuiste rechtsopvatting dan wel niet zonder meer begrijpelijk is en daarmee onvoldoende is gemotiveerd.