Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep; toepasselijk procesrecht
qualitate qua) heeft beschouwd als een zelfstandig belanghebbende in de art. 7:6 Wvggz Pro-procedure. Dit zou meebrengen dat de burgemeester in de art. 7:6 Wvggz Pro-procedure de procesbevoegdheid (
legitima persona standi in iudicio) heeft die nodig is om bij de rechtbank verweer te voeren. Indien de burgemeester in de art. 7:6 Wvggz Pro-procedure is verschenen en door de rechtbank in het ongelijk wordt gesteld, kan de burgemeester zelfstandig beroep in cassatie instellen. [17] Indien de betrokkene degene is die in de art. 7:6 Wvggz Pro-procedure cassatieberoep heeft ingesteld, kan de burgemeester zelfstandig verweer voeren tegen dat cassatieberoep.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Crisismaatregel volgend op machtiging voortzetting crisismaatregel
dezelfdeinbewaringstelling te verlenen. Dit liet onverlet dat de burgemeester opnieuw een last tot inbewaringstelling kon geven indien de officier van justitie geen aansluitende voorlopige machtiging had verzocht (of dat verzoek was geweigerd) en betrokkene wederom in een crisissituatie verzeild was geraakt. Dan gaat het om een
andereinbewaringstelling en moet de gehele procedure van art. 20 e.v. Wet Bopz opnieuw worden doorlopen. Na een nieuwe last tot inbewaringstelling kon de rechtbank op verzoek van de officier van justitie machtiging verlenen tot voortzetting van die tweede inbewaringstelling.
nemo debet bis vexari, niemand behoort onnodig ten tweede male de kwelling van een proces te worden aangedaan.”
novum’voordoet. Hij bedoelt in dit verband met het woord ‘
novum’: “een essentieel gegeven waarvan men eerder geen weet had” of “een substantiële wijziging van de omstandigheden”. Dijkers voegde hieraan toe:
dezelfdecrisismaatregel niet mogelijk. Dit laat onverlet dat de burgemeester een nieuwe crisismaatregel kan nemen. Dan gaat het om een
anderecrisismaatregel en moet de gehele procedure van art. 7:1 e.v. Wvggz opnieuw worden doorlopen.
nemo debet bis vexari’. Aan de keuze voor een tweede crisismaatregel, gevolgd door een machtiging tot voortzetting van die tweede crisismaatregel, is inherent dat de termijn verschuift waarbinnen de officier van justitie in actie moet komen om een zorgmachtiging te verzoeken die aansluit op de laatste machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel (art. 7:11 Wvggz Pro. Ten aanzien van deze patiënt gaat het om het verschil tussen 24 januari 2020 (einde looptijd van de machtiging tot voortzetting van de eerste crisismaatregel) en 17 februari 2020 (einde looptijd van de machtiging tot voortzetting van de tweede crisismaatregel, zoals bestreden in de parallelprocedure 20/01448). Tot zover ga ik mee in de opvatting van het middelonderdeel dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest, ‘het op elkaar stapelen van crisismaatregelen te faciliteren’.
novum’als vereiste voor een tweede crisismaatregel zou worden gevolgd, ben ik van mening dat enige ruimte zou moeten worden gelaten om, ook zonder een
novum, in gevallen waarin de verplichte zorg abrupt is afgebroken een tweede crisismaatregel te nemen, gevolgd door een machtiging tot voortzetting daarvan. Een onmiddellijk dreigend (levens-)gevaar voor de betrokkene zelf of voor anderen kan daartoe nopen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de volgende situaties:
aansluitendezorgmachtiging te verlenen moeten de in art. 7:11 lid 4 Wvggz Pro genoemde gegevens worden gevoegd. De rechtbank heeft uiteengezet dat er in dit geval – vanuit het oogpunt van psychiatrische behandeling – een specifieke reden was om niet aan te sturen op een aansluitende zorgmachtiging (en het dus te laten bij kortdurende verplichte zorg in het kader van de voortgezette inbewaringstelling, waarna de psychiatrische behandeling op vrijwillige basis zou kunnen worden voortgezet). In de redenering van de rechtbank wordt niet miskend dat het verzoeken van een aansluitende zorgmachtiging een alternatief had kunnen zijn. In de redenering van de rechtbank was, toen de behandelaars eenmaal duidelijk werd dat zij de koers moesten verleggen, het tijdig aanvragen van een aansluitende zorgmachtiging praktisch niet meer mogelijk. In dezelfde redenering was – indien toen zou zijn gekozen van het aanvragen van een
niet-aansluitendezorgmachtiging – alsnog deze crisismaatregel nodig om spoedeisende verplichte zorg aan betrokkene te kunnen verlenen. Hoewel de gang van zaken niet fraai te noemen is, kan mijns inziens niet staande worden gehouden dat de bestreden beslissing berust op een onjuiste rechtsopvatting.
zo mogelijkin de gelegenheid moet stellen om te worden gehoord. De vertegenwoordiger wordt hierbij niet meer genoemd omdat het erom gaat dat betrokkene in de gelegenheid moet worden gesteld om te worden gehoord. Als betrokkene dat niet wil, hoeft het niet. De burgemeester dient moeite te doen om betrokkene te horen, hij mag er niet te licht vanuit gaan dat zulks niet mogelijk is. Ook uit de jurisprudentie van het EHRM blijkt zulks. [30] Overigens hoeft het horen niet per se door de burgemeester (of in mandaat door een wethouder) zelf plaats te vinden, maar kan dit ook om praktische redenen plaatsvinden in opdracht van de burgemeester door de instantie waar betrokkene zich in de gegeven situatie bevindt.Ook hoeft dit niet op een zitting of soortgelijke bijeenkomst te gebeuren, het zal van de omstandigheden afhangen of en hoe dit kan. Wanneer het niet mogelijk is betrokkene te horen wordt dit met redenen omkleed aangegeven in het besluit. Overigens kan, indien betrokkene een crisiskaart heeft, deze kaart de wensen en voorkeuren van betrokkene duidelijk maken, waarmee bij voorbereiding en uitvoering van de crisismaatregel rekening dient te worden gehouden. Op deze wijze wordt de stem van betrokkene in de procedure toch gehoord.” [31]
een mandaatvan de burgemeester aan een derde, die onder zijn verantwoordelijkheid valt. Voor zover deze stelling al niet is aan te merken als een in cassatie ontoelaatbaar feitelijk
novum, [39] wordt in dit middelonderdeel uit het oog verloren dat het horen van een patiënt door een ander dan de burgemeester of wethouder ook kan geschieden
buiten mandaat, namelijk indien de burgemeester of wethouder aan een derde (ook wel aangeduid als: de ‘hooragent’ [40] ) volmacht heeft gegeven tot het horen van de betrokkene; het horen is iets anders dan het nemen van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. In zoverre faalt de klacht en is de stelling dat er ruimschoots gelegenheid was om betrokkene ter plaatse in het Willem Arntszhuis te horen, niet ter zake dienende.
professionalis en dat er weinig alternatieven zijn. Een burgemeester of wethouder kan bezwaarlijk bij iedere melding waarbij staat dat de patiënt expliciet heeft geweigerd te worden gehoord, een ambtenaar of andere vertegenwoordiger ter plaatse sturen om dit bij de patiënt te verifiëren als er geen reden is om hieraan te twijfelen. [41] Een tussenoplossing zou kunnen zijn dat de betrokkene wordt meegenomen naar een andere ruimte, waar buiten aanwezigheid van de psychiater telefonisch contact tussen de patiënt en (de vertegenwoordiger van) de burgemeester wordt gelegd, maar de tijd en de toestand van de patiënt laten dit niet altijd toe.
daaromhet verzoek om schadevergoeding zal worden afgewezen. Onder verwijzing naar het voorgaande klaagt betrokkene dat de crisismaatregel op onjuiste gronden is genomen, dat het beroep van betrokkene gegrond verklaard had moeten worden en dat de verzochte schadevergoeding had moeten worden toegewezen.