Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging van de verdachte
3.5. Het proces-verbaal Verhoor Verdachte (Toetsing/IBS) d.d. 24 maart 2011 houdt onder meer het volgende in:
eerste middelklaagt over de verwerping door het hof van het verweer dat het OM niet-ontvankelijk in de vervolging moet worden verklaard vanwege kort gezegd, de aanhouding van de verdachte in Venezuela en zijn overbrenging naar Nederland via Frankrijk, hetgeen door de verdediging is aangemerkt als een verkapte uitlevering. [2] Het hof heeft dit verweer “op onjuiste althans ontoereikende gronden” verworpen.
[...]
tweede middelklaagt over de verwerping door het hof van het verweer dat strekte tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM voor zover dat verband houdt met, kort gezegd, de informatievoorziening door het OM. In cassatie wordt geklaagd over de wijze waarop het hof het beroep op het Zwolsman- en het Karmancriterium heeft verworpen. Met betrekking tot het Zwolsmancriterium wordt aangevoerd dat de vaststelling door het hof, dat de vormverzuimen zijn hersteld, niet zonder meer begrijpelijk zijn, in het bijzonder niet in het licht van de eigen vaststellingen van het hof. Met betrekking tot het Karmancriterium wordt aangevoerd dat het niet “bewust” maken van “verzuimen” en het door het OM verstrekken van “onjuiste en tegenstrijdige informatie” nog niet betekent dat geen sprake is van een fundamentele inbreuk die het wettelijk systeem in de kern raakt.