Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het bestreden arrest
Overwegingen ten aanzien van bewijs en van strafbaarheid van feit en verdachte
het hof begrijpt: op 17 juni 2015), kwam [slachtoffer] bij mij in huis. (...) Ze vertelde toen dat ze ervan af was. Ze bedoelde daarmee, de relatie was uit en over. Ze had alles geregeld, met de auto en het geld dat ermee gemoeid was en spullen. Het was afgehandeld.’
het hof begrijpt uit de context: op 22 juni 2015) een wapen had meegenomen. De vader van de verdachte heeft later - op 27 oktober 2015 - een brief aan de politie overgelegd, onder meer inhoudende dat hij wist dat het wapen bij [slachtoffer] lag. Deze verklaring schuift het hof evenwel terzijde, nu deze veel later is opgesteld en haaks staat op de eerder genoemde uitlatingen die de vader kort na het incident in telefoongesprekken met een vertrouwd persoon heeft gedaan.
het hof begrijpt: [betrokkene 5] )die in hun relatie geweld gebruikte. De verdachte zou toen hebben gezegd: ‘ja, maar [betrokkene 5] heeft het nooit afgemaakt’. De moeder van [slachtoffer] en haar ex [betrokkene 6] verklaren ook zoiets van [slachtoffer] te hebben gehoord.
het hof begrijpt: 18 juni 2015), gezegd dat ze bang was voor de verdachte. [slachtoffer] wilde dat [getuige 4] meeliep naar de bakker en om de hond uit te laten, aldus de getuige. Ze vond hem een psychopaat en zei dat ze hem ‘tot alles in staat achtte’. Dat kwam ook, zo verklaart [getuige 4] , omdat hij elke keer zomaar uit het niets verscheen, tijdens en na hun relatie. Deze uitingen van angst voor de verdachte sluiten overigens aan bij het WhatsAppverkeer dat [slachtoffer] over die laatste ontmoeting met de verdachte op 17 juni 2015 met een vriend genaamd [betrokkene 7] en haar moeder had over de verdachte:
het hof begrijpt: aan de achterkant van het wooncomplex van [slachtoffer]) kennelijk met elkaar aan het duwen en trekken waren. Nog voordat zij linksaf sloeg en haar zicht deels belemmerd werd door de hoge galerijtrap, zag zij dat de vrouw schuin achterwaarts van het trappetje af viel. Vervolgens zag ze dat de man aan zijn rechterkant uit zijn jas, broekzak of broeksband iets tevoorschijn haalde en zich naar rechts, met de buik draaiend naar het zichtveld van de getuige, omdraaide naar de vrouw, waarna zij zag dat de man een pistool in zijn hand had en zijn rechterarm met het pistool in de hand strekte in de richting van de vrouw. Dat de hiervoor weergegeven waarnemingen van de getuige niet mogelijk zijn geweest, is niet gebleken. Het hof verwijst in dit verband naar de foto op pagina 68 van het dossier. Toen de getuige vervolgens linksaf de bocht nam hoorde zij knallen.
3.Het eerste middel
[betrokkene 8] als getuige.
[betrokkene 4]als getuige aangezien zij eveneens op die dag bij cliënt en haar dochter was. Zo kan zij onderbouwing leveren voor de verklaring van cliënt dat de volgorde van de gebeurtenissen op de bewuste dag is gegaan zoals hij zegt dat het is gegaan. Die af te leggen getuigenverklaring komt dan linea recta tegenover de bewijsconstructie van de rechtbank. Voorts kan zij vorenstaande vragen mogelijk verduidelijken en op detail aanvullen. Zoals betreffende de Peugeot die om 16:16 uur op haar naam wordt overgeschreven. Aldus is de getuige van belang voor enig door uw hof te nemen beslissing en dient redelijkerwijs te worden aangenomen dat cliënt in zijn verdediging is geschaad bij afwijzing van dit verzoek.
[betrokkene 10]van [A] Assurantiekantoor als getuige. Deze persoon kan aangeven wat er precies werd gevraagd om aan te passen en op welk moment. Daarbij wordt door cliënt aangegeven dat de ex-echtgenote, [betrokkene 4] , namelijk bij een van deze gesprekken nog aanwezig was. Voorts wordt door cliënt aangegeven dat het verhaal over het overlijden niet juist is. (Pagina 24 reactie op vonnis cliënt, pagina 656 ZD RLS MAIPO IHZ).”
[betrokkene 8] en [betrokkene 4]wordt toegewezen.
[betrokkene 10]wordt afgewezen omdat de punten waarover de getuige kan verklaren in redelijkheid niet van belang kunnen zijn voor enige in deze strafzaak te nemen beslissing. Naar het oordeel van het hof valt redelijkerwijs aan te nemen dat de verdachte door deze beslissing niet in zijn verdediging wordt geschaad. De voorzitter voegt hier aan toe dat het de raadsman vanzelfsprekend vrij staat om de getuige desgewenst mee te brengen naar de inhoudelijke terechtzitting.”
4.Het tweede middel
Was het wapen toch bij [verdachte] zoals het OM stelt?
Zij verklaart tenslotte nog: Nou ik heb verteld wat ik weet. Wat er allemaal rondom verteld wordt. Ik heb het er moeilijk mee. Het is en was wel mijn vriend.’”