Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
Is een voorwaardelijk recht op (na-)indexatie een aanspraak ingevolge een pensioenregeling?
BNB1954/328 [26] is beslist dat voor een aanspraak niet voldoende is dat bij de werknemer de verwachting bestaat dat de uitkering zal worden genoten in de toekomst, hoe stellig en gegrond die verwachting ook mag zijn. Een aanspraak is minst genomen een voorwaardelijk recht. [27]
5.Het prijsgeven van een aanspraak
BNB2019/67 volgt dat het stilzitten van een belastingplichtige onvoldoende is om aan te nemen dat de betreffende belastingplichtige de pensioenaanspraak heeft prijsgegeven. [59] De enkele omstandigheid dat de betreffende DGA geen actie heeft ondernomen toen de B.V. de aan hem verschuldigde pensioenuitkeringen van het ingegane pensioen niet had betaald, bracht volgens de Hoge Raad niet mee dat hij zijn gehele pensioenaanspraak had prijsgegeven.
6.Beoordeling van de overige middelen
Middel 2
BNB2019/67 (onderdeel 5.6) zou eveneens kunnen worden betoogd dat in de onderhavige zaak belanghebbende het voorwaardelijke recht op (na-)indexatie heeft prijsgegeven in de zin van artikel 19b, lid 1, onderdeel c, Wet LB, nu belanghebbende meer heeft gedaan dan enkel stilzitten (te weten, het overdragen van de pensioenverplichting zonder een afzonderlijke waarde toe te kennen aan het voorwaardelijke recht op (na-)indexatie).
BNB2019/67 slechts volgt dat het enkele stilzitten of passief zijn onvoldoende is, en dat aldus enig handelen vereist is om te kunnen kwalificeren als het prijsgeven van een aanspraak. Hoeveel en welk handelen precies vereist is, is echter niet duidelijk (zie ook onderdeel 5.7).