Conclusie
geheel of grotendeelsis verkregen door middel van of uit de baten van het onder 2 bewezenverklaarde strafbare feit en in de bewezenverklaarde periode.
[…]
Verder ligt er beslag op drie geldbedragen, namelijk een bedrag van 25.500 euro dat bij u thuis in de kluis [4] is gevonden en een bedrag van 3:300 euro en een bedrag van 9.000 euro. Weet u waar die laatste twee geldbedragen zijn aangetroffen?
U vraagt mij wat dat voor geld was. Ik weet dat niet meer. Deze bedragen weet ik niet meer. Ik had dat geld toen ik het bedrijf nog had, maar ik weet dat nu niet meer.
[…]
Ik weet niet meer waar het geld dat in beslag is genomen uit de kluis van afkomstig is. Ik ben nu erg moe. U houdt mij voor dat ik eerder heb verklaard dat het bedrag van 25.500 euro handelsgeld was.”
14. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 26 februari 2016, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte] (verdachte) (ordner persoonsdossier [verdachte] , pag. 274-287):
A: Niemand komt in mijn kluis. Degene, wiens naam u noemt, is degene die bij de kluis kan als er iets met mij gebeurt.
A: Ja toen wel, niemand kan daar komen want ik ben nu degene die de sleutel heeft.
A: Zij is gemachtigd voor als mij wat overkomt.
A: Ik ben de laatste twee jaar alleen geweest, maar het is lang geleden.
A: Mijn bedrijf verkoopt spullen voor de tuin, voeding voor planten en bloemen. Ik ken mensen uit Tsjechië, die aan mij vroegen of ik spullen aan hen kon verkopen. Dat waren Philips lampen. Zodoende ben ik begonnen met mijn bedrijf en ben ik in contact gekomen met [B] .
A: Verder niets, ik heb alles legaal verkocht.
A: Ik wilde een andere naam. Ik heb de naam veranderd. Voordat ik aangehouden werd, heb ik drie maanden ervoor de naam veranderd.
A: Nee.
A: Volgens mij bestond het bedrijf in november vorig jaar 3 jaar.”
A: De meeste klanten betalen contant.
A: Alle klanten betalen contant. Ook klanten die eigen bedrijven hebben betaalden contant, ze wilden niet per bank betalen.
A: Ik weet het niet. Dat maakt mij niet uit, ik betaalde [B] dan gewoon contant.
A: De laatste maanden had ik spullen verkocht op afbetaling. Ik stort geld op mijn bankrekening en ik bewaarde geld in mijn kluis.
A: Ik deed het ook wel, geld storten, maar het meeste bewaarde ik in de kluis.
A: Ja dat klopt, meestal wel.”
A: Ik heb alles bewaard wat ik verkocht heb. Ik heb de facturen. Als u wilt kunt u navragen bij [B] .
O: Dat hebben wij ook gedaan.
A: Dan weet u dat alles betaald is via de bank?
A: Vanaf 1 maart ja, via de bank.”
Aantreffen geld
A: Van mijn bedrijf. Drie jaar heb ik gewerkt. Spaargeld van mijn bedrijf.”
V: Wat is uw reactie daarop?
A: Ik heb contant geld gekregen en dat stortte ik op de bankrekeningen.
A: Ik heb wel spullen verkocht aan de mensen.”
16. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 7 maart 2016, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte] (verdachte) (ordner persoonsdossier [verdachte] , pag. 333-336):[…]
A: Meestal betaalden de meeste klanten contant aan mij. Ik wilde geen contant geld in huis hebben dus deed ik het in een kluis.”
geheel of grotendeelsdoor middel van of uit de baten van de strafbare handel in goederen bestemd voor de hennepteelt zijn verkregen, zonder nadere motivering, niet begrijpelijk. [6]