Conclusie
1.Feiten en procesverloop
voorlopigeomgangsregeling vastgesteld, die inhoudt dat de vader eenmaal per maand gedurende een uur begeleide omgang met beide kinderen heeft op het kantoor van ‘de Rading’. De kinderrechter heeft overwegingen gewijd aan de wijze waarop de begeleiding zou kunnen worden ingericht. De kinderrechter heeft iedere verdere beslissing over het verzoek van de vader aangehouden.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
aanvullend cassatiemiddelhoudt in dat hetgeen in de beschikking is vermeld over de samenstelling van de kamer van het hof in deze zaak onbegrijpelijk is, althans vragen oproept in het licht van het door verzoeker ontvangen afschrift van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 6 februari 2020, dat zowel betrekking heeft op de zaak betreffende de aanwijzing van de GI als op de parallelzaak betreffende de beëindiging van het gezag. Indien de combinatie van raadsheren die de bestreden beschikking heeft gegeven niet dezelfde is als die, welke de mondelinge behandeling op 6 februari 2020 heeft bijgewoond, is dat reden tot vernietiging.
kanworden bevolen. Van verknochtheid of connexiteit van zaken is sprake indien de beslissing in de ene procedure van invloed is op die in de andere procedure onvermijdelijk en rechtstreeks van invloed is of indien er zodanige samenhang bestaat tussen de zaken dat die – om redenen van doelmatigheid – een gezamenlijke behandeling door één en dezelfde rechter rechtvaardigt. De rechter kan de zaken ambtshalve voegen of op verzoek van verzoeker of één van de belanghebbende. Art. 362 Rv Pro bepaalt dat art. 285 Rv Pro in hoger beroep niet van toepassing is.