Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
- i) [verweerster] heeft een bedrag van € 209.228,-- doen overmaken naar de bankrekening van [eiser].
- ii) [verweerster] heeft, ter verzekering van een in verband met deze betaling door haar gepretendeerde vordering op [eiser] en [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]), beslag laten leggen op een aan [betrokkene 1] toebehorend erfpachtrecht op een woning en op bankrekeningen van [eiser] en [betrokkene 1].
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
30 oktober 2020.