Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
“opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod”, 2.
“opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod”en 3.
“diefstal”veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast had de rechtbank een taakstraf opgelegd van honderdvijftig uren, subsidiair vijfenzeventig dagen hechtenis.
eerste middelkeert zich tegen de motivering van de onder feit 1 bewezen verklaarde hennepteelt. In het verlengde hiervan klaagt het
tweede middelover de motivering van de onder feit 3 bewezen verklaarde diefstal van elektriciteit. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
“Het zou kunnen dat ik in september 2016 ben begonnen, maar ik weet dat niet meer zeker.”Daarnaast heeft hij verklaard:
“Ik weet niet meer wanneer ik de elektriciteit heb laten aanleggen.”Kortom, de verdachte heeft wisselende verklaringen afgelegd als het gaat om (1) het tijdstip waarop hij is begonnen met telen en (2) het tijdstip waarop hij de illegale elektriciteitsaansluiting heeft laten aanleggen. De bewering van de verdachte dat alle spullen tweedehands waren is verder niet feitelijk onderbouwd en staat bovendien in contrast met de bevinding van [betrokkene 1] dat het filtermateriaal van de koolstoffilters was vervuild door het gebruik ter plaatse: er was geen vervuiling aanwezig op de contactplaatsen tussen de bevestigingsbanden en de koolstoffilters. Dat het hof het standpunt dat de verdachte pas per februari 2017 is gaan telen, weinig overtuigend heeft gevonden, acht ik, bezien tegen de achtergrond van de bevindingen van fraudespecialist [betrokkene 1] , niet verwonderlijk.
de teelthebben bezig gehouden is in casu geen enkele sprake. De verdediging heeft geen verweer gevoerd met de strekking dat er (ook) anderen dan de verdachte zich zouden hebben beziggehouden met de teelt, noch volgt die mogelijkheid uit de bewijsmiddelen. Kortom, we hebben hier te maken met de situatie dat het niet anders kan zijn dan dat het de verdachte zelf is geweest die de elektriciteit heeft weggenomen door het aanzetten/inschakelen van de apparatuur die benodigd is voor de teelt. Kortom, ook de bewezenverklaring van de diefstal kan de cassatietoets doorstaan.
“3. Bewijsoverwegingen”in een uitgebreide bewijsredenering de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen zakelijk samengevat en voor de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewijsbeslissing steunt in voetnoten verwezen naar de precieze vindplaats in de bewijsmiddelen waaraan deze feiten en omstandigheden zijn ontleend. Weliswaar heeft de rechtbank de conclusies van de fraudespecialist [betrokkene 1] (ook) weergegeven in de bewijsoverwegingen, maar de rechtbank heeft daarnaast in een nadere bewijsoverweging ook meer specifiek aangeduid op welke feiten en omstandigheden uit het relaas van de fraudespecialist [betrokkene 1] de rechtbank zijn
eigenconclusie baseert dat er gedurende langere tijd in de ten laste gelegde periode hennep is geteeld. [7] Aldus is deze wijze van motiveren niet onverenigbaar met artikel 359 lid 3 Sv Pro. [8]