ECLI:NL:PHR:2021:164
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren beslag gegevensdragers bij uitvoering Europees onderzoeksbevel
In deze zaak is door de rechtbank Zeeland-West-Brabant het klaagschrift van klager tegen de inbeslagneming van een laptop, twee telefoons en een USB-stick ongegrond verklaard. De inbeslagneming vond plaats op grond van een Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten in een strafrechtelijk onderzoek.
Klager stelde dat het beslag onrechtmatig was omdat enkel een forensische kopie van de gegevensdragers nodig was en dat de voorwerpen zelf geretourneerd konden worden. De rechtbank oordeelde dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vordert, mede gelet op de verdenking van deelname aan een criminele organisatie en drugshandel. Het was niet aan het Openbaar Ministerie om kopieën te maken; dit is een taak van de Belgische autoriteiten.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank niet bevoegd is de proportionaliteit van de inbeslagneming en overdracht van bewijsmateriaal bij een Europees onderzoeksbevel te toetsen. De keuze van opsporingsbevoegdheden ligt bij het Openbaar Ministerie, dat de uitvaardigende autoriteit moet informeren bij afwijkingen. Het cassatieberoep faalt in al zijn onderdelen en wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het beslag op de digitale gegevensdragers blijft gehandhaafd.