ECLI:NL:PHR:2021:301
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt TBS met verpleging en vermindert gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld voor meerdere misdrijven waaronder mishandeling, diefstal en verkrachting, en daarbij een gevangenisstraf van drie jaar opgelegd met aftrek, alsmede terbeschikkingstelling (TBS) met verpleging van overheidswege. Tevens werden schadevergoedingsmaatregelen opgelegd. Verdachte stelde cassatie in tegen het arrest van het hof met drie middelen.
Het eerste middel betrof de motivering van het bevel tot verpleging van overheidswege. De verdediging stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het afweek van de deskundigenadviezen die slechts TBS met voorwaarden adviseerden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende en begrijpelijk had gemotiveerd waarom het tot TBS met verpleging kwam, mede gelet op het hoge recidiverisico, de ernst van de feiten en het beperkte inzicht van verdachte.
Het tweede middel betrof de overschrijding van de inzendtermijn van zes maanden voor cassatie, wat een schending van art. 6 EVRM Pro opleverde. De Hoge Raad erkende deze overschrijding en achtte dit reden voor strafvermindering. Het derde middel betrof de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel, waarbij de Hoge Raad bevestigde dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast in plaats van hechtenis.
De conclusie van de procureur-generaal strekte tot vernietiging van het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging, vermindering van de gevangenisstraf naar de gebruikelijke maatstaf, en tot bevestiging van de TBS met verpleging en de toepassing van gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor de strafoplegging wegens termijnoverschrijding, vermindert de gevangenisstraf, bevestigt TBS met verpleging en staat gijzeling toe in plaats van vervangende hechtenis.