Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel
(…)
Het is juist dat er beslag is gelegd op € 40,-. Ik heb dat geld niet teruggekregen.”
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft het hof Arnhem-Leeuwarden verdachte veroordeeld voor poging tot oplichting en geweigerd te beslissen over het verzoek tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag, omdat een officiële kennisgeving van inbeslagneming ontbrak. De verdediging stelde dat het hof onterecht weigerde te beslissen, omdat art. 353 Sv Pro de rechter verplicht een beslissing te nemen over beslag.
De Procureur-Generaal onderzocht de feiten en concludeerde dat in deze zaak geen geld in beslag was genomen, maar dat het genoemde bedrag van €400 in beslag was genomen in een andere zaak. Hierdoor ontbrak het belang van verdachte bij cassatie. Hoewel het hof een onjuiste rechtsopvatting had door te stellen dat een officiële kennisgeving vereist is, leidt dit niet tot cassatie omdat de verdachte het geldbedrag niet in deze zaak is beslagen.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en wijst het cassatieberoep af wegens gebrek aan belang. Tevens benadrukt de Procureur-Generaal dat de rechter bij een beslissing over beslag volgens art. 353 Sv Pro verplicht is een uitspraak te doen, maar dat in dit geval de verdachte via een klaagschrift ex art. 552a Sv alsnog een beslissing kan vragen. De Hoge Raad vernietigt het arrest niet, omdat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt voor een inhoudelijke beslissing over teruggave.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens gebrek aan belang omdat in de zaak geen geldbeslag is gelegd.