ECLI:NL:HR:2013:14

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 juni 2013
Publicatiedatum
2 juli 2013
Zaaknummer
12/02242
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 353 SvArt. 94 SvArt. 552a SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt dat verzuim beslissing beslag niet leidt tot cassatie

De verdachte stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte geen beslissing had genomen over inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder een Gilera Runner, een Scooter Piaggio, een laptop en een geldbedrag. De Hoge Raad bevestigt dat dit verzuim in strijd is met art. 353, eerste lid, Sv, maar dat dit verzuim niet tot cassatie hoeft te leiden. Dit omdat de verdachte binnen drie maanden na het einde van de vervolging schriftelijk kan klagen bij het Hof over het uitblijven van een last tot teruggave van de voorwerpen, conform art. 552a Sv.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie (HR 11 september 2012, LJN BX0146) die deze mogelijkheid bevestigt. De overige middelen in het cassatieberoep worden zonder nadere motivering verworpen omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 maart 2012. Hiermee blijft de procedure omtrent de beslaglegging en teruggave van de voorwerpen ongewijzigd, waarbij de verdachte nog een mogelijkheid tot klacht heeft binnen de gestelde termijn.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks het ontbreken van een beslissing over inbeslaggenomen voorwerpen, omdat de verdachte zich binnen de wettelijke termijn kan beklagen.

Uitspraak

25 juni 2013
Strafkamer
nr. 12/02242
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 maart 2012, nummer 22/005166-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.R. Kellermann, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft schriftelijk daarop gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden, Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het vijfde middel

3.1.
Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd een beslissing te nemen aangaande inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een Gilera Runner, een Scooter Piaggio, een laptop en een bedrag aan geld.
3.2.
Op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 28-30 vermelde gronden moet worden aangenomen dat de in het middel bedoelde voorwerpen met toepassing van art. 94 Sv Pro zijn inbeslaggenomen, en ten aanzien van die voorwerpen geen last tot teruggave is gegeven.
3.3.
De bestreden uitspraak houdt in strijd met art. 353, eerste lid, Sv geen beslissing in ten aanzien van die voorwerpen. Dit verzuim behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, aangezien de verdachte binnen de in art. 552a, derde lid, Sv gestelde termijn van drie maanden na de dag waarop de vervolgde zaak tot een einde is gekomen, zich op de voet van art. 552a, eerste lid, Sv schriftelijk kan beklagen bij het Hof over het uitblijven van een last tot teruggave van de desbetreffende voorwerpen (zie HR 11 september 2012, LJN BX0146, rov. 2.2.3).

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op
25 juni 2013.