Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel
3.Beoordeling van het vijfde middel
4.Beslissing
25 juni 2013.
Hoge Raad
De verdachte stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte geen beslissing had genomen over inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder een Gilera Runner, een Scooter Piaggio, een laptop en een geldbedrag. De Hoge Raad bevestigt dat dit verzuim in strijd is met art. 353, eerste lid, Sv, maar dat dit verzuim niet tot cassatie hoeft te leiden. Dit omdat de verdachte binnen drie maanden na het einde van de vervolging schriftelijk kan klagen bij het Hof over het uitblijven van een last tot teruggave van de voorwerpen, conform art. 552a Sv.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie (HR 11 september 2012, LJN BX0146) die deze mogelijkheid bevestigt. De overige middelen in het cassatieberoep worden zonder nadere motivering verworpen omdat zij geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee het arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 maart 2012. Hiermee blijft de procedure omtrent de beslaglegging en teruggave van de voorwerpen ongewijzigd, waarbij de verdachte nog een mogelijkheid tot klacht heeft binnen de gestelde termijn.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks het ontbreken van een beslissing over inbeslaggenomen voorwerpen, omdat de verdachte zich binnen de wettelijke termijn kan beklagen.