Conclusie
Nummer19/05498
Het cassatieberoep
De zaak
Het middel
middelbevat de klacht dat de bewezenverklaring van feit 1 innerlijk tegenstrijdig is, althans niet naar de eis van de wet voldoende met redenen is omkleed.
uiteindelijktoch verder is gegaan binnen de organisatie, strookt volgens de steller van het middel niet met de bewezen verklaarde periode en evenmin met de bewezenverklaring van deelneming aan ‘een’ organisatie. Voorts wijst de steller van het middel erop dat het hof de weergave van een telefoongesprek van 27 november 2012 tot het bewijs heeft gebezigd waarin de verdachte onder meer opmerkt: “ik ben gestopt met die zaken”. Ook voor zover het hof bewijsmiddelen heeft opgenomen die betrekking hebben op gedragingen die zijn verricht na 27 oktober 2012, terwijl het hof in het arrest heeft vastgesteld dat verdachte vanaf die datum niet meer betrokken is bij de organisatie, lijdt het arrest volgens de steller van het middel aan innerlijke tegenstrijdigheid.