Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt over de motivering van de verwerping door het hof van het namens de verdachte gevoerde verweer dat de verklaring van de aangever [benadeelde 1] , inhoudende dat hij heeft waargenomen dat de verdachte degene is die de betreffende schoten heeft gelost, niet voor het bewijs van de ten laste gelegde poging tot moord kan worden gebezigd.
Getuigenverklaring [benadeelde 1] (aangever)
'ik weet van de dader dat hij zes of zeven tanden mist'. De grote vraag is natuurlijk hoe hij dat weet nu hij niet heeft gezien wie er heeft geschoten. Mede hierom is de aangever bij de RC nader gehoord op verzoek van de verdediging.
Nadere bewijsoverwegingen
[benadeelde 1]:
niettegenspreekt. Daartoe wordt in de toelichting op het middel aangevoerd: “Degene die een schutter [
ik begrijp: niet, D.P.] waarneemt zal immers ook niet een ander als schutter kunnen identificeren”. De verwerping van het verweer en/of de bewezenverklaring is daarmee onvoldoende met redenen omkleed, aldus het middel.
tweede middelklaagt dat het hof ten aanzien van de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen de (totale) duur van de gijzeling ten onrechte op meer dan 360 dagen heeft bepaald.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]