Conclusie
derde middel. Dat middel klaagt over de verwerping van het verweer dat de feiten (deels) zijn verjaard.
19.Hettreft deels doel, maar dat hoeft niet tot cassatie te leiden.
tweede middelklaagt over de verwerping van het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.
23.Hetfaalt.
vierde middelklaagt over de verwerping een beroep op vormverzuimen in het kader van de rechtshulp en in het kader van het gebruik van een opname van een gesprek dat zich bevond op een bij een doorzoeking aangetroffen cd-rom.
37.Hetfaalt.
vijfde middelklaagt over de verwerping van het standpunt dat de verklaringen van enkele getuigen onbetrouwbaar zijn en niet tot het bewijs kunnen worden gebezigd. De toelichting op het middel beperkt zich tot de verklaring van [betrokkene 7] . Nu nadere toelichting over de onbegrijpelijkheid van de weerlegging van het betrouwbaarheidsverweer voor wat betreft één of meer andere getuigen ontbreekt, zie ik geen aanleiding daarop nader in te gaan.
42.Hetfaalt.
zesde middelricht zich kennelijk tegen de motivering van het hof als reactie op enkele standpunten/verweren van de verdediging.
47.Hetfaalt in alle onderdelen.
zevende middelklaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde medeplegen.
51.Hetfaalt.
achtste middelklaagt over de motivering van de beslissing tot oplegging van gevangenisstraf.
56.Hetklaagt over overschrijding van de inzendtermijn.
eerste middelis terecht voorgesteld, nu er tussen het instellen van cassatie op 20 januari 2020 en de datum van binnenkomst van het dossier ter griffie van de Hoge Raad op 2 november 2020 meer dan acht maanden zijn verstreken. Een voortvarende behandeling door de Hoge Raad behoort niet meer tot de mogelijkheden. Dit dient te leiden tot vermindering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf.