ECLI:NL:PHR:2021:595
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in ontnemingszaak wegens niet tijdig indienen middelen
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vastgesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene €171.659,46 bedraagt, maar stelde de verplichting tot betaling aan de staat op nihil. Betrokkene stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De advocaat van betrokkene voerde aan dat het arrest vernietigd diende te worden omdat de veroordeling in de strafzaak niet in stand kon blijven. Dit werd echter niet als een geldig cassatiemiddel aangemerkt, omdat het niet voldeed aan de eisen van een stellige en duidelijke klacht over schending van rechtsregels of vormvoorschriften.
De Hoge Raad oordeelde dat in ontnemingszaken gebreken in de hoofdzaak niet automatisch leiden tot cassatie in de ontnemingszaak. Bovendien was het cassatieberoep niet tijdig ingediend conform de wettelijke termijnen, waardoor betrokkene niet-ontvankelijk werd verklaard.
De conclusie strekt ertoe dat het cassatieberoep van betrokkene wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, conform de artikelen 437 lid 2 en 511h Sv in verbinding met artikel 511i Sv.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdig en onjuist indienen van cassatiemiddelen.