Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Forward/ […]heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een beslag (in dat geval een conservatoir beslag op onroerende zaken) niet leidt tot beschikkingsonbevoegdheid van degene ten laste van wie het beslag is gelegd en dat een dergelijk beslag dus ook niet in de weg staat aan overdracht van het beslagen goed aan een derde, maar wel meebrengt dat een vervreemding of bezwaring, tot stand gekomen na het beslag, niet tegen de beslaglegger kan worden ingeroepen. [25] De Hoge Raad heeft dit oordeel vervolgens herhaald in het arrest
Ontvanger/ […]voor beslag op roerende zaken. [26]
subonderdelen 1.3, 1.4 en 1.6zijn elk gericht tegen de afzonderlijke omstandigheden die het hof, in onderlinge samenhang bezien, heeft laten meewegen.
subonderdeel 1.5is de beslissing van het hof rechtens onjuist, althans onbegrijpelijk voor zover het oordeel van het hof aldus moet worden begrepen dat aan het identiteitsverschil tussen [B] en [eiseres] voorbij moet worden gegaan.
ubonderdeel 1.7voert tot slot aan dat nu de onderdelen 1.3 t/m 1.6 meebrengen dat de door het hof genoemde omstandigheden zijn beslissing niet kunnen dragen, dat evenzeer geldt indien de omstandigheden in onderlinge samenhang worden bezien.
nieuwwaardevan de zaken en niet de waarde van de zaken
bij verkoop, waartussen een aanzienlijk verschil kan bestaan. Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat het hof heeft geoordeeld dat [eiseres] de stelling van Neopixels dat de waarde van de zaken bij verkoop zeer gering is, niet of onvoldoende heeft betwist. [40]
Belang bij voortduren bruikleenovereenkomst/opzegging
alle bruikleenovereenkomsten ineensnaar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.”
afhankelijkis van de beschikbaarheid van de apparaten van Neopixels om haar werkzaamheden te kunnen voortzetten. [42] Dat ook [eiseres] belang had bij het voortgezette gebruik heeft het hof, anders dan subonderdeel 1.6 betoogt, dus niet afgeleid uit de omstandigheid dat [eiseres] zich heeft verzet tegen opzegging van de bruikleenovereenkomsten.
Slechts dan kan gezegd worden dat de nakoming van de verbintenis uitblijft doordat van de zijde van de schuldeiser een oorzaak van de verhindering is opgekomen, als degeen die de prestatie wil verrichten, ook bereid en in staat is haar naar behoren te verrichten en het zijnerzijds daartoe nodige heeft gedaan althans voor zover hij daarin niet reeds door de van zijde van de schuldeiser opgekomen oorzaak van de verhindering werd belemmerd". (vergelijk HR 13 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2629 en HR 22 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2455).
Fraanje/Alukon [43] , voor zover thans van belang het volgende overwogen:
onderdelen 3 en 4bouwen voort op de onderdelen 1-2, resp. 1-3 en delen in hun lot.