Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt over het oordeel van het hof dat de betrokkene als leider van een criminele organisatie – een feit waarvoor hij onherroepelijk is veroordeeld – wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit misdrijven die binnen die organisatie door anderen zijn gepleegd. Volgens de steller van het middel is dat oordeel onvoldoende gemotiveerd, nu uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de betrokkene daadwerkelijk voordeel heeft genoten uit de kwekerijen op de locaties Utrecht, Hilversum I en de Bilt.
tweede middelklaagt dat het oordeel van het hof dat de betrokkene vanaf 1 juli 2013 wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten uit de opbrengsten van de hennepkwekerij aan de [a-straat 1] te Veenendaal niet, althans onvoldoende blijkt uit de door het hof gehanteerde bewijsmiddelen.
de factode huursom voor het pand betaalde. Dat het hof – met de rechtbank – in de ontnemingsprocedure van die vaststelling is uitgegaan vind ik dan ook geenszins onbegrijpelijk, [11] nog daargelaten dat die vaststelling slechts is weersproken door de betrokkene met een weinig geloofwaardige, eigen versie van de gebeurtenissen, en slechts onderbouwd met verklaringen van getuigen die zelf ook bij de hennepplantage betrokken waren. [12]
derde middelklaagt tot slot dat het hof de vastgestelde verdeelsleutel, waarmee 50% van de opbrengst van de hennepkwekerijen aan de betrokkene wordt toegerekend, onvoldoende heeft gemotiveerd.
door geen enkele verdachte is gesteld dat aan dit Excel-bestand een andere betekenis zou toekomen. Dat is wat anders.
de kwekerij op de locatie Hilversum IIter terechtzitting verklaard dat het niet klopt dat hij daar 50% voordeel heeft behaald, maar slechts 30%. Ten eerste is dat een betwisting van het vermeende voordeel uit
die ene kwekerij, die mijns inziens niet zonder meer breder getrokken kan worden in die zin dat zij moet worden begrepen als een (gemotiveerde) betwisting van de inhoud van het Excel-bestand. Ten tweede valt dit specifieke verweer ten aanzien van het voordeel uit de kwekerij Hilversum II inhoudelijk goeddeels samen met het algemene verweer in antwoord op het voorhouden van het Excel-bestand ter zitting: ‘ik heb (minder dan) 30% voordeel behaald’. Deze stellingen van de betrokkene ontberen elke feitelijke, verifieerbare onderbouwing. Het wekt dan ook geen verbazing dat de betrokkene het hof er niet van heeft kunnen overtuigen dat hij maar 30% winst opstreek of minder. Noch is onbegrijpelijk dat het hof zijn stellingname niet heeft opgevat als een uitdrukkelijk gemotiveerd verweer ter betwisting van de inhoud van het Excel-bestand en het daaruit rijzende vermoeden omtrent de verdeelsleutel.