Conclusie
Inleiding
Het eerste middel: bewijs van ‘medeplegen’
[slachtoffer] :
[betrokkene 9]:
[betrokkene 2]:
Ik ben boven voor het raam gaan staan en heb het raam open gedaan. Ik zag een witte Transporter bus voor de deur staan. Ik zag dat mijn moeder naast de bus stond en met haar vuist zwaaide en met haar wijsvinger in de bus wees. Ik hoorde mijn broertje hard schreeuwen. Ik hoorde hem zeggen “Lopen, lopen, lopen”.
Nadere bewijsoverwegingen
Het tweede middel: verwerping van het beroep op psychische overmacht
Strafbaarheid van de verdachte