Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
van het plegen van witwassen een gewoonte maken”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van drie jaren, zulks met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen, een en ander zoals in het arrest vermeld.
hij op tijdstippen in de periode van 08 juli 2014 tot en met 14 maart 2015 te Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft verdachte
heeft verdachte diverse uitgaven betwist en diverse uitgaven niet betwist. Op grond van die door verdachte gedane uitspraken kan worden vastgesteld dat een bedrag van € 861.887,67 niet door verdachte wordt betwist.
is van oordeel dat, voor wat betreft de door verdachte behaalde casinowinsten onderscheid gemaakt moet worden tussen de winst welke door hem zou zijn behaald bij Holland Casino en de winst uit Casino’s in Duitsland.
in een koelbox had gedaan en in de schuur bij [betrokkene 2] had gezet, welke koelbox op zeker moment aan de ouders van verdachte is meegegeven. De eerdere verklaring van verdachte dat hij ergens geld gestald had, welk geld verdwenen was toen hij dat op 1 juli 2013 wilde ophalen is volgens verdachte een “broodje aap verhaal”.
op grond van het voorgaande het volgende vast.
, die beiden verklaren dat verdachte in 2013 geen geld had. Daar komt nog bij dat verdachte geen aannemelijke verklaring heeft waarom hij, als hij voornoemd geldbedrag van € 284.000, -- had, telkens geld moet lenen en in april 2013 een plofkraak pleegt met het kennelijke doel aan geld te komen.
acht deze verklaring van verdachte onaannemelijk. De nota voor deze Mercedes is gedateerd 1 augustus 2014, tevens is op die nota vermeld dat de leveringsdatum 01 augustus 2014 is. Het mag een feit van algemene bekendheid zijn dat eerst dan een auto geleverd wordt nadat volledige betaling heeft plaatsgevonden. Voorts blijkt uit niets, behoudens de verklaring van verdachte, dat betaling “niet” op 1 augustus 2014 zou hebben plaatsgevonden.
april 2016 dat zijn totale indruk was dat verdachte over het geheel meer gewonnen had dan verloren en dat hij de winst in zijn totaliteit becijfert op een bedrag onder de € 100.000,--. Wanneer verdachte gokte, zette hij per spel, dat ongeveer 1 minuut duurt, telkens een bedrag van € 1.000,-- in. Ook verklaart [betrokkene 5] dat hij zich niet kan herinneren dat er grote winsten zijn geweest op de gokautomaten. Over het geheel genomen zegt de getuige dat verdachte op die automaten veel geld verloren heeft.
dan ook niet aannemelijk. Verdachte houdt zelf geen enkele administratie of documentatie bij van zijn inleg en winstuitkering (zoals bijvoorbeeld door casino ’s geverifieerde winstverklaringen).
omvangis van een bron van illegaal contant geld, niet welke specifieke uitgaven daarmee zijn gefinancierd. Dat zou alleen anders kunnen zijn wanneer de posten legale contante ontvangsten, bankopnames én beginsaldo aan contant geld over de onderzochte periode, elk op nul moeten worden gesteld, maar die situatie doet zich hier – blijkens ’s hofs vaststellingen – niet voor.
geheel of ten deleafkomstig is van enig misdrijf.
NJ2019/298 m.nt. Rozemond, heeft de Hoge Raad zijn eerdere rechtspraak samengevat en ten aanzien van het bestanddeel 'afkomstig is uit enig misdrijf' zoals dat voorkomt in de witwasbepalingen (waaronder artikel 420bis Sr) het volgende overwogen:
NJ2021/173 m.nt. Reijntjes (
Post-Keskin), ingegaan op de beoordeling van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen door de feitenrechter, in de situatie dat zo’n verzoek betrekking heeft op een getuige ten aanzien van wie de verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al – in het vooronderzoek of anderszins – een verklaring heeft afgelegd met een belastende strekking. De Hoge Raad heeft onder meer het volgende overwogen (met weglating van voetnoten):