Conclusie
Nummer21/05032 P
middelbevat de klacht, zo begrijp ik uit de toelichting, dat ’s hofs oordeel dat de betrokkene uit een ander soortgelijk feit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen - mede in het licht van een gevoerd verweer - niet toereikend is gemotiveerd.
ECLI:NL:HR:2016:874kan blijkens de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II
2009/10, 32194. 3, p. 4) ook door verbeurdverklaring van voorwerpen die kunnen worden aangemerkt als opbrengst van een strafbaar feit, worden bereikt dat aan een veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt ontnomen. Mede gelet daarop is in zijn algemeenheid onjuist het oordeel van het hof dat het onder de betrokkene in beslag genomen en in zijn strafzaak verbeurdverklaarde geldbedrag niet in mindering moet worden gebracht op de aan de betrokkene op te leggen betalingsverplichting (zie ook HR 30 mei 2017,
ECLI:NL:HR:2017:1033).
Opmerking griffier: de raadsman gaat verder met zijn overgelegde pleitnota.’