Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De procedure
dat niet bekend is aan wie het inbeslaggenomene toebehoort;
(…)
het voorwerp geheel of grotendeels door middel van of uit baten van een strafbaar feit zijn verkregen
(…)
dat het in beslaggenomene van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang;
3.De beschikking
De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van de inhoud van het proces-verbaal nummer PL0900-2020I 89704 van Politie Utrecht, district West-Utrecht, met bijlagen.
- onder belanghebbende is op 16 juni 2020 een personenauto Mercedes 280sl met kenteken [kenteken] in beslag genomen.
4.Het (aanvullend) proces-verbaal van de raadkamerzitting
De rechtbank:
5.Het derde middel
2. Indien een verdachte, getuige of deskundige of de raadsman of de advocaat verlangt dat eenige opgave in de eigen woorden zal worden opgenomen, geschiedt dat, voor zoover de opgave redelijke grenzen niet overschrijdt, zoveel mogelijk.
3. Het proces-verbaal wordt door den voorzitter of door een der andere leden van de raadkamer en den griffier vastgesteld en zoo spoedig mogelijk na den afloop van het onderzoek onderteekend. Voor zoover de griffier tot een en ander buiten staat is, geschiedt dit zonder zijne medewerking en wordt van zijne verhindering aan het slot van het proces-verbaal melding gemaakt.
4. Het wordt met de beschikking en de verdere tijdens het onderzoek in de raadkamer in het geding gebrachte stukken bij de processtukken gevoegd.”
6.Het eerste middel
‘dat niet bekend is aan wie het inbeslaggenomene toebehoort’. Gelet op hetgeen hiervoor voorop is gesteld kan onttrekking in dat geval alleen plaatsvinden op basis van art. 36c Sr en niet op grond van art. 36d Sr. Verder staat in de vordering vermeld dat ‘
het voorwerp geheel of grotendeels door middel van of uit baten van een strafbaar feit zijn verkregen’ en ‘
dat het in beslaggenomene van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang’. Deze tekst sluit naadloos aan bij de bepaling van art. 36c onder 1º Sr. Kennelijk heeft de officier van justitie aan deze vordering en de rechtbank aan het oordeel dat deze vordering voor toewijzing vatbaar is, art. 36c onder 1º ten grondslag gelegd.