De verdachte is door het hof Den Haag veroordeeld tot een voorwaardelijke PIJ-maatregel met onder meer de bijzondere voorwaarde dat hij zich moet houden aan een door de jeugdreclassering te bepalen avondklok. De avondklok werd niet nader omschreven en de invulling van de beperkingen qua duur en intensiteit werd geheel aan de jeugdreclassering overgelaten.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelde in zijn conclusie dat deze onbepaalde formulering in strijd is met artikel 77z, tweede lid, aanhef en onder 7°, Sr, omdat de rechter de reikwijdte van een locatiegebod zo gedetailleerd mogelijk moet omschrijven om rechtszekerheid en een doeltreffende uitvoering van het toezicht te waarborgen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest voor wat betreft de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De zaak betreft onder meer mishandeling, afpersing, diefstal en poging tot doodslag, waarvoor de verdachte aanvankelijk zes maanden jeugddetentie en een voorwaardelijke PIJ-maatregel kreeg opgelegd.