Conclusie
1.Inleiding
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Klacht 1bestrijdt het oordeel van het hof dat voldaan is aan het pluraliteitsvereiste. Volgens de klacht is naast de vordering van de stichting geen sprake van een steunvordering van een andere crediteur.
Klacht 2keert zich tegen het oordeel van het hof dat summierlijk gebleken is van het vorderingsrecht van de stichting.
Klacht 3bestrijdt het oordeel van het hof dat summierlijk is gebleken is van feiten en omstandigheden die aantonen dat 1XCorp is komen te verkeren in een toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Klacht 4is gericht tegen de vaststelling van het hof (dat de stichting onbetwist heeft gesteld) dat 1XCorp nimmer inhoudelijk heeft gereageerd op de akten van cessie.
ex nunctoetsing dus). [9] Volgens de rechtspraak is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde voor het kunnen aannemen van het feit dat dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dat hij meer dan één schuldeiser heeft. Er moet dus ook summierlijk blijken van pluraliteit van schuldeisers (het pluraliteitsvereiste), waarvoor een zogeheten steunvordering nodig is. [10] Zo’n vordering behoeft niet opeisbaar te zijn en de omvang ervan behoeft niet vast te staan. Ook als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, dient echter steeds te worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. [11] De beantwoording van de vraag of een schuldeiser verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, is zo zeer verweven met waarderingen van feitelijke aard dat de juistheid van het oordeel daarover in cassatie niet kan worden onderzocht. [12]
van schuldeisersis vereist, en in rov. 2.8 dat is voldaan aan het pluraliteitsvereiste, volgt immers dat er sprake is van een of meer steunvorderingen. De stichting heeft meerdere van dergelijke vorderingen gesteld. In het inleidend verzoekschrift heeft zij gewezen op een boete van de Kansspelautoriteit van € 200.000,-. Bij de behandeling van het verzet bij het gerecht in eerste aanleg heeft zij gewezen op een groot aantal niet aan haar overgedragen vorderingen van andere gedupeerden van 1XCorp, waaronder meer dan tweehonderd claims die zijn vermeld in een brief van een Russische advocaat die zij bij e-mail van 1 december 2021 heeft overgelegd – welke claims het gerecht in rov. 2.2 van zijn verzetvonnis noemt –, en een vordering van Brokken, waarvan zij een sommatiebrief bij e-mail van 14 november 2021 aan het gerecht heeft overgelegd. [17] Bij e-mail van 21 april 2022 aan het hof heeft de stichting met het oog op de behandeling door het hof op 28 april 2022 onder meer een overzicht van vorderingen toegezonden, met een afzonderlijke lijst van steunvorderingen, met onderbouwing per vordering (productie 1 bij de e-mail). [18] Het hof stelt in rov. 2.3 ook vast dat de stichting steunvorderingen heeft gesteld, welke vaststelling het middel niet bestrijdt.