ECLI:NL:HR:2004:AO1338
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest faillietverklaring wegens bestuurdersaansprakelijkheid en steunvorderingen
In deze zaak verzocht de curator van het faillissement van B.V. [A] de rechtbank om verweerder in staat van faillissement te verklaren op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank wees dit verzoek toe, maar het gerechtshof vernietigde dit vonnis en wees het verzoek af. De Hoge Raad stelde vast dat het hof niet voldoende rekening had gehouden met de steunvordering van Van Gelein Vitringa q.q. en de mogelijke bijdrageplicht van verweerder op grond van artikel 6:10 BW Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte een te strenge maatstaf hanteerde voor het bewijs van de steunvordering en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom deze vordering niet als steunvordering kon dienen. Tevens werd geoordeeld dat het hof niet had onderkend dat de bestuurdersaansprakelijkheid van verweerder ook op grond van artikel 6:10 BW Pro kon worden vastgesteld, los van de vordering op grond van artikel 2:248 BW Pro.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2004.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam.