Conclusie
Nummer20/04399
Inleiding
De middelen van de verdachte
Het eerste middel
1.
”
Strafbaarheid van de verdachte
Dat de aangever de verdachte meermalen met de vuist tegen het hoofd heeft geslagen nadat de verdachte het mes had gepakt, is niet aannemelijk geworden. De verdachte heeft dit niet eerder verklaard en dit wordt ook niet ondersteund door de verklaringen van de getuige [betrokkene 1]. Niet aannemelijk is geworden dat het handelen van de verdachte het onmiddellijke gevolg was van een hevige gemoedsbeweging, veroorzaakt door een (veronderstelde) wederrechtelijke aanranding, zodat het beroep op (putatief) noodweerexces wordt verworpen.”
StrafmotiveringHet hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
[…]
8. Alles op straffe van nietigheid.”
onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur noodzakelijk” is, niet te rijmen valt met de overwegingen van het hof dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is, gedurende de schorsing langdurig een elektronische enkelband heeft gedragen waardoor hij in zijn vrijheid is beperkt en “aan het voorwaardelijk gedeelte van de straf (in navolging van het advies van de reclassering) bijzondere voorwaarden” heeft verbonden.
Het middel van de benadeelde partij
De vordering van de benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.”
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer]