2.2.als verklaring van verbalisanten dan wel van verdachte [betrokkene 7], afgelegd op 13 april 2012:
V: In je eerdere verklaring van 27 maart 2012 heb je gesproken over een hennepkwekerij aan het water in een nette woonwijk in [plaats] . Wij hebben in ons politiesysteem een hennepkwekerij aangetroffen die op 20 januari 2010 door de politie is aangetroffen en ontmanteld. Wij tonen jou een foto van die locatie (foto 1), die als bijlage bij dit proces-verbaal is gevoegd. Herken jij de locatie op deze foto?
A: Ja, ik herken de locatie op deze foto. Dat is de woning waarover ik eerder heb gesproken. Het was in de winter. Ik weet nog dat op de andere daken sneeuw lag, terwijl op het dak van deze woning dat niet het geval was.
V: weet jij hoe hij (
naar het hof begrijpt: betrokkene) aan de panden komt om er een kwekerij in te zetten?
A: Ik weet dat [betrokkene 5] (
naar het hof begrijpt en leest: [betrokkene 5]) bij een makelaar heeft gewerkt. Hierdoor had hij zicht op geschikte locaties. Het pand aan de [f-straat] (
naar het hof begrijpt: [c-straat 1] te [plaats]) heeft hij op die manier geregeld.
V: wat is de hiërarchie?
A: Als je [betrokkene] (
naar het hof begrijpt: betrokkene) en [betrokkene 5] (
naar het hof begrijpt en leest: [betrokkene 5]) met elkaar vergelijkt dan deden zij wel samen, maar [betrokkene] had naar mijn idee de eindverantwoording. [betrokkene 5] kwam wel met voorstellen van panden waar een hennepkwekerij gebouwd kon worden, maar [betrokkene] besliste uiteindelijk. [betrokkene] had namelijk contacten met mensen waar hij geld op lening kon krijgen voor de investering van een kwekerij. Als de kwekerij gebouwd was en er was gerooid, dan werden alle kosten berekend, waaronder die van de knippers, bouwers enz., en wat overbleef werd uiteindelijk fiftyfifty verdeeld. De wiet ging naar de investeerders.
3. Een schriftelijk stuk, (…), waarop een foto staat afgebeeld met daarboven de tekst “ [e-straat 1] [postcode] [plaats] ” en in de rechter bovenhoek voorzien van de tekst “foto 1 ”, als bijlage gevoegd bij het hiervoor onder 2. genoemde proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 7] .
4. Een schriftelijk stuk, te weten een proces-verbaal verhoor van getuige, d.d. 5 april 2012 opgemaakt door mr. H.L. Stuiver, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Groningen , bijgestaan door A. Vos en M.S.G. van der Werf als griffiers, in de zaak tegen (onder meer) de verdachte [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [plaats] (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van de getuige [betrokkene 7], afgelegd op 5 april 2012:
Ik ben al 12 jaren bevriend met de broers [betrokkene] en [betrokkene 4] . Zij hebben mij verteld dat zij in de hennepteelt zitten. Dit weet ik sinds ongeveer 2008, dus zo’n 4 jaren. Dat er sprake was van hennepteelt hoorde ik van [betrokkene] . Ik wist dat [betrokkene] meer kwekerijen had, onder meer in [plaats] en in [plaats] . Ik ben met [betrokkene] bij kwekerijen geweest. [betrokkene 5] was een vriend van [betrokkene] . [betrokkene] had mij, nadat wij enkele kwekerijen hadden bezocht, al een keer gezegd dat hij een compagnon had. Later vertelde hij mij dat deze compagnon [betrokkene 5] was. Volgens mij was [betrokkene 5] compagnon van [betrokkene] voor wat betreft de hennepkwekerij aan de [f-straat] (
naar het hof begrijpt: de [c-straat 1]) in [plaats] . Dit staat wel in de verklaring die ik bij de politie heb afgelegd; ik heb toen gezegd waar het ongeveer was. Ze lieten mij toen foto’s zien van huizen en ik heb toen aangewezen waar het was.
Op enig moment kwam [betrokkene 4] (
naar het hof begrijpt: [betrokkene 4]) bij mij aan de deur. Hij was het laatste jaar een soort voorman. Hij deed alles wat zijn broer nodig had. Dit heeft hij mij zelf verteld. Als [betrokkene] er niet was, was [betrokkene 4] verantwoordelijk. [betrokkene] was veel in Spanje, waar hij een huis had.
[betrokkene] heeft mij zelf verteld en ik heb het ook wel gezien dat het drogen van wiet gebeurde op de zolder in Hoogkerk. [betrokkene] doet en zegt alles tegen mij omdat we goede vrienden zijn. De kennis met betrekking tot de andere panden, zoals genoemd in mijn bij de politie op 27 maart (
het begrijpt en leest: 27 maart 2012) afgelegde verklaring, heb ik van [betrokkene] . Ik ben er ook wel met hem geweest. We waren goede vrienden en bijna elke dag bij elkaar.
[betrokkene] moest de planten in de kwekerijen verzorgen. Als ik bij hem was ging hij naar binnen en moest ik buiten wachten. Dit is een paar keer gebeurd. Hij liet mij later zien waarom het zo lang duurde en wat er binnen was.
U houdt mij pagina 4 van mijn verklaring van 27 maart voor (
het hof begrijpt: de door [betrokkene 7] op 27 maart 2012 bij de politie afgelegde verklaring). Ik zeg daar over [betrokkene 4] dat hij inmiddels een stapje hoger is gekomen in de organisatie. Ik bedoel hiermee dat zijn taken waren uitgebreid. [betrokkene 4] kreeg 5%.
In 2011 deden [betrokkene 3] en [betrokkene 4] dezelfde soort werkzaamheden. Daarvoor bouwde [betrokkene 3] kwekerijen. In 2011 ging hij naast het bouwen ook een deel van de kwekerij verzorgen. Voor zover ik weet bouwde [betrokkene 4] niet. Tijdens het uitgaan of op straat of thuis werd er door hun over gesproken. Ik hoorde alles.
Ik weet dat [betrokkene] en [betrokkene 5] compagnons waren want zij verdeelden de kosten van de kwekerijen. Dit is mij verteld. [betrokkene] en [betrokkene 5] hadden veel kwekerijen, volgens mij hadden zij samen 6 stuks. Van een verdeling (Friesland en Groningen ) weet ik niets. Ik heb ze in mijn verklaring van 27 maart (
het hof begrijpt en leest: de door [betrokkene 7] op 27 maart 2012 bij de politie afgelegde verklaring) genoemd.
[betrokkene 4] was vanaf het begin betrokken bij de kwekerijen, heb ik begrepen. Ik praat dus over 2008. Hij moest karweitjes verrichten. Dit is aanvankelijk door [betrokkene] aan mij verteld, maar later ook door [betrokkene 4] . In de loop der jaren is de rol van [betrokkene 4] veranderd. Hij werd de oren en ogen van zijn broertje en kreeg een deel van de opbrengst.
Bij het inkopen van materialen, bijvoorbeeld hout en kwekerijbenodigdheden, werd door [betrokkene] contant grote bedragen betaald. Ik was toevallig twee keer of zo mee en zag dan bedragen van € 3.000,- of € 4.000,-, althans van die grootte. Dit was twee jaar geleden of zo. Ik hoorde wel dat het vaker gebeurde. [betrokkene] zei dat het om de 10 weken of zo gebeurde.
Er werd weleens over verdiensten gesproken. Onder invloed van xtc en drank zei [betrokkene] eens tegen mij dat hij veel geld naar Spanje bracht. [betrokkene] was volgens mij de grootste speler. Hij had zeggenschap en regelde alles. Wat hij zei werd gedaan. [betrokkene 5] zat onder [betrokkene] . Daarna kwamen de andere mensen. [betrokkene 4] en [betrokkene 3] deden de verzorging. Naast [betrokkene 5] had [betrokkene] nog een andere compagnon, wiens naam ik nooit heb genoemd, maar ik wel weet.
[betrokkene 3] is er anderhalf à 2 jaren geleden bij betrokken geraakt. Hij ging toen voor [betrokkene] werken. Dit is mij door [betrokkene] verteld. [betrokkene] had problemen met een bouwer en zocht een nieuwe. Hij heeft [betrokkene 3] toen benaderd. Hij werkte in de bouw en is toen begonnen met het bouwen van kwekerijen.
De onkosten van de kwekerijen en de aanschaf van nieuwe accessoires werden op de opbrengsten in mindering gebracht. Wat dan overbleef werd tussen [betrokkene] en zijn compagnon verdeeld.
Ik kende de knippers niet. [betrokkene] noemde de knippers het knipteam, omdat ze altijd voor hem knippen.
Waarom [betrokkene 5] volgens mij onder [betrokkene] stond heb ik al uitgelegd. [betrokkene] had gewoon meer te zeggen, althans, zo leek het. Het gaat om de toon waarop hij dingen zei, hoe ze met elkaar om gingen en wat voor opdrachten er door [betrokkene] werden gegeven. Hij bepaalde bijvoorbeeld wanneer er geknipt werd en wanneer er dingen werden gehaald. Ook de betalingen gingen via hem. Vaak gingen opdrachten ook via sms. [betrokkene] vertelde me dan vaak welk bericht hij had verstuurd.
5. Een schriftelijk stuk, te weten een proces-verbaal verhoor van getuige, d.d. 6 december 2012 opgemaakt door mr. P.H.M. Tapper-Wessels, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Groningen , bijgestaan door A. Vos en M.S.G. van der Werf als griffiers, in de zaak tegen (onder meer) de verdachte [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [plaats] (in ordner Verhoren RC), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van de getuige [betrokkene 7], afgelegd op 6 december 2012: Ik heb mijn bij de politie afgelegde verklaringen gelezen. Ik blijf bij die verklaringen. Ik heb bij de politie de waarheid verteld.
Ik heb mijn op 5 april 2012 bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring gelezen. Ook bij die verklaring blijf ik. Bij de rechter-commissaris heb ik eveneens de waarheid gesproken.
6. Een schriftelijk stuk, te weten een ongedateerde schriftelijke verklaring van betrokkene die de raadsman per e-mail van 17 maart 2021 aan het hof heeft doen toekomen - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van betrokkene:
Rond 2009/2010 leerde ik twee jongens kennen, wiens namen ik niet wens te noemen, die zich bezig hielden met de hennepteelt. Ze hadden in die tijd een hok aan de [d-straat 1] te [plaats] . Daar hadden ze meerdere problemen mee gehad, zoals waterschade. Toen het voor de zoveelste keer fout was gegaan hebben deze jongens mij gevraagd om de verzorging van die hennepkwekerij over te nemen. Daar zou ik een deel van de opbrengst voor krijgen. Zover is het nooit gekomen want niet lang nadat ik daar was begonnen viel de politie al binnen. Blijkbaar had ik wel iets goeds gedaan in die maand, want kort daarna vroegen die jongens of ik met hun verder wilde gaan. We zouden de opbrengsten delen met de betrokkenen.
7. De verklaring van
betrokkeneafgelegd ter zitting van het hof d.d. 23 maart 2021 - zakelijk weergegeven - inhoudende:
U, voorzitter, deelt mee dat het hof een schriftelijke verklaring (
het hof begrijpt: de hiervoor onder 6. genoemde ongedateerde schriftelijke verklaring) van mij heeft ontvangen waarin ik mijn standpunt heb weergegeven omtrent het wederrechtelijk verkregen voordeel dat per kwekerij zou zijn behaald. Dat klopt. Ik heb die verklaring zelf opgesteld en deze daarna met mijn raadsman besproken.
De kosten van de kwekerijen werden van de opbrengsten afgetrokken en wat overbleef werd verdeeld.
U houdt mij voor dat ik bij de verdeling van de opbrengst in een aantal gevallen twee andere personen heb genoemd en u vraagt mij wat de rol van die personen was. Zij regelden de locaties, hebben mij betrokken in de hennepkweek, regelden de verkoop, de afronding van alles. Het is wel voorgekomen dat ik een oogst wegbracht, maar ik verkocht het niet. Dat deden zij. Daarna werd het geld door één van die personen verdeeld. Soms was dat rechtstreeks, soms kregen personen via een ander betaald.
U vraagt mij wat ik kan zeggen over de verdiensten van [betrokkene 3] . Dat weet ik niet meer zo goed. U vraagt mij of hij een bepaald bedrag per oogst ontving of dat hij een vast percentage kreeg. Die 5% regeling waar in het dossier over gesproken wordt, is wel eens voorgekomen bij [betrokkene 3] , maar hij kreeg ook wel op projectbasis betaald. Als het om de verzorging van planten ging, dan kreeg hij 5% en als het om de opbouw van een hok ging, dan ging het op projectbasis. [betrokkene 3] is een timmerman, hij is mijn stiefbroertje. Hij heeft wel eens wat getimmerd voor een hok, daar kreeg hij dan wat voor. Los daarvan heeft hij wel eens een oogst verzorgd, daarvoor kreeg hij 5%.
8. Een proces-verbaal ALGEMEEN DOSSIER 01 DARABUKA, d.d. 1 juni 2012 op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 2] , brigadier, en [verbalisant 3] , hoofdagent, beiden van de Regiopolitie Groningen , Unit Districtsrecherche Groningen /Haren en dossiervormers binnen het onderzoek Darabuka Groningen (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van verbalisanten(…):
Vanaf 13 februari 2012 tot en met 21 maart 2012 (dag van aanhouding) zijn alle gesprekken opgenomen die zijn gevoerd in de Volkswagen Jetta van [betrokkene] (
betrokkene). Voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie (OVC) was een bevel afgegeven. Gebleken is dat hij in genoemde periode nagenoeg dagelijks gebruik maakte van deze auto en veelvuldig gesprekken voerde met onder meer [betrokkene 3] . Deze gesprekken gingen onder meer over de handel en kweek van verdovende middelen. Voor wat betreft de bijzonderheden omtrent de verwerking van de OVC wordt verwezen naar het proces-verbaal van bevindingen dat als bijlage 3 bij dit proces-verbaal is gevoegd. Alle gesprekken zijn zo letterlijk mogelijk uitgewerkt en eveneens als bijlage 3 bij dit proces-verbaal gevoegd.
9. Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 31 mei 2012 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 3] , hoofdagent van de Regiopolitie Groningen en werkzaam bij de tactische recherche Groningen /Haren in het onderzoek Darabuka (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van verbalisant:
In het onderzoek Darabuka is het opsporingsmiddel opnemen vertrouwelijk communicatie (OVC) ingezet in de Volkswagen Jetta van de verdachte [betrokkene] . Alle gesprekken die gevoerd werden in deze personenauto werden opgenomen gedurende de periode van 13 februari 2012 tot en met 21 maart 2012. De opgenomen gesprekken werden aangeleverd op dvd. Door het onderzoeksteam werden de opgenomen gesprekken beluisterd waarbij een zeer korte samenvatting werd gemaakt. Ook werden de gedeelten dat er niets gezegd werd door [betrokkene] gemarkeerd.
Alle opgenomen gesprekken zijn zo letterlijk mogelijk uitgewerkt door doventolken. Een aantal van de uitgewerkte gesprekken/dagen zijn vervolgens door de opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] beluisterd en gecontroleerd waarna zij verklaarden dat de verwerking door de doventolken overeenkwam met de opgenomen gesprekken.
10. Een schriftelijk stuk, te weten de uitwerking van een tapgesprek, nummer 103900, d.d. 15 februari 2012, (…), voor zover hier van belang vermeldende:
“ [betrokkene] : ...Hé SMS-en. Of hij heeft geen geld. En.. Zeggen. En hij heeft iemand anders, luister, ik denk dat hij iemand anders heeft benaderd. En dat iemand anders heeft gezegd... En dan investeer jij.. Sommige mensen doen dat.
[betrokkene 3] : Zelfde als., ziekenhuis betalen, betaal je zelf
[betrokkene] : sommige mensen investeren alles voor jou, zoals ik doe met [betrokkene 5] , 50-50, ...”.
11. Een schriftelijk stuk, te weten een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr, (…), d.d. 25 oktober 2012 opgemaakt door [verbalisant 6] , werkzaam bij de unit districtsrecherche Groningen /Haren als rechercheur A (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van rapporteur:
Ik heb een onderzoek ingesteld naar het wederrechtelijk verkregen voordeel van (onder meer) verdachte [betrokkene] (
betrokkene),geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984, verdacht van onder meer hennepteelt. Bij dit onderzoek heb ik gebruik gemaakt van gegevens uit het strafrechtelijk procesdossier Darabuka, het BOOM-rapport van april 2005 en het BOOM-rapport van 1 november 2010 (update). In genoemde BOOM-rapporten zijn standaardberekeningen en normen met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel van hennepkwekerijen bij binnenteelt onder kunstlicht vermeld.
Uit het onderzoek Darabuka is het navolgende gebleken. Verdachte [betrokkene] voornoemd houdt zich samen met anderen (onder meer) bezig met het produceren, verwerken en verhandelen van softdrugs. Er is sprake van een bepaalde rolverdeling, waarbij de verschillende verdachten ieder een eigen taak hebben. Sommige verdachten houden zich bezig met het inrichten van hennepkwekerijen en de aanleg van elektriciteit. Andere verdachten zijn enkel de contractant bij energieleveranciers en huurder(s) van percelen. Weer andere verdachten verzorgen en knippen de hennepplanten. Uit de rolverdeling komen [betrokkene] voornoemd en [betrokkene 5] als leidinggevende personen naar voren. De gepleegde strafbare handelingen zijn gerelateerd in het procesdossier Darabuka en onderverdeeld in zaaksdossiers. Er zijn hennepkwekerijen opgezet en geëxploiteerd op (onder meer) na te melden adressen onder na te noemen, als bijlagen bij dit rapport gevoegde, zaaksdossiers:
* zaaksdossier 1.3 [e-straat 1] te [plaats] ;
* zaaksdossier 1.4 [c-straat 1] te [plaats] ;
* zaaksdossier 2.2 [a-straat] 47 te [plaats] ;
* zaaksdossier 2.3 [g-straat 1] te [plaats] ;
* zaaksdossier 2.6 [b-straat 1] te [plaats] en
* zaaksdossier 2.7 [c-straat 1] te [plaats] .
Blijkens voornoemde BOOM-rapporten is de groei- en bloeitijd van hennepplanten gemiddeld 9 weken en, indien rekening wordt gehouden met een periode van 1 week voor het oogsten, opruimen en opnieuw planten van stekken, bedraagt de gemiddelde kweekcyclus 10 weken per oogst.
Voor de berekening van de kweekperiode wordt door mij voor het opbouwen en inrichten van een kwekerij een periode van 4 weken gehanteerd, waarin nog niet wordt gekweekt, en 9 weken voor de kweek van een aangetroffen partij, derhalve in totaal 13 weken.
met betrekking tot de in voormeld verkort arrest bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel betrokken hennepkwekerij in perceel [e-straat 1] te [plaats] (zaaksdossier 1.3) voorts
12. Een schriftelijk stuk, te weten een kopie van een stam proces-verbaal (…), d.d. 30 maart 2010 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 7] , hoofdagent van politie, Team Leeuwarden (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van verbalisant:
Op 20 januari 2010 ben ik samen met drie collega’s binnengetreden in de woning [e-straat 1] te [plaats] . Aldaar trof ik op de eerste verdieping in twee kamers een in werking zijnde hennepkwekerij aan die in beslag is genomen. In totaal stonden in die twee kamers 355 hennepplanten met een hoogte van 20 cm.
13. Het hiervoor onder 11. vermelde schriftelijke stuk (…) - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van rapporteur:
Er zijn aanwijzingen dat de hennepkwekerij in perceel [e-straat 1] te [plaats] actief is geweest in de periode van 15 mei 2009 tot en met 20 januari 2010, zijnde ongeveer 35 weken, waarin 2 oogsten van elk 355 hennepplanten gerealiseerd kunnen zijn (
naar het hof begrijpt: 35 weken minus 13 kweekweken voor de door de politie op 20 januari 2010 aangetroffen hennepplanten = 22 weken ofwel 2 oogsten van elk ongeveer 10 weken).
14. Het hiervoor onder 6. vermelde schriftelijke stuk (…) - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van betrokkene:
Rond 2009/2010 leerde ik twee jongens kennen, wiens namen ik niet wens te noemen, die zich bezig hielden met de hennepteelt. Zij hebben mij gevraagd om de verzorging van de hennepkwekerij aan [e-straat] te [plaats] (
naar het hof begrijpt en leest: [e-straat 1] te [plaats]) op mij te nemen. Daarvoor zou ik een deel van de opbrengst krijgen. We hebben daar twee keer geoogst.
met betrekking tot de in voormeld verkort arrest bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel betrokken hennepkwekerij in perceel [c-straat 1] te [plaats] (zaaksdossier 1.4) voorts
15. Een schriftelijk stuk, te weten een kopie van een proces-verbaal bevindingen, (…), d.d. 17 mei 2010 op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 8] , brigadier van politie Groningen , Basiseenheid Noord (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van verbalisant:
Op 10 mei 2010 heb ik samen met twee collega’s een onderzoek ingesteld in perceel [c-straat 1] te [plaats] , waarbij het volgende is bevonden. Aldaar werd een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. In de kamer aan de voorzijde van de woning zijn 165, als zodanig en mij ambtshalve bekende, hennepplanten met een hoogte van ongeveer 40 cm aangetroffen. In de woonkamer aan de achterzijde van de woning zijn 400, als zodanig en mij ambtshalve bekende, hennepplanten met een hoogte van ongeveer 40 cm aangetroffen.
16. Een schriftelijk stuk, te weten een kopie van een proces-verbaal van bevindingen, (…), d.d. 18 mei 2010 op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 9] , van de regiopolitie Drenthe, noordelijke Recherche Eenheid, Team Forensische Opsporing Techniek (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van verbalisant:
Op 12 mei 2010 heb ik diverse goederen opgehaald van bureau Noord te Groningen aan de Korreweg. Op 18 mei 2010 heb ik de goederen bekeken. In overleg heb ik besloten alleen het spoor op het flesje Spa blauw te bemonsteren. Door mij werd het spoor op dit flesje bemonsterd en voorzien van SIN AAAE7626NL.
17. Een schriftelijk stuk, te weten een kopie van een proces-verbaal identificatie n.a.v. DNA-sporen, (…), d.d. 1 1 mei 2012 op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 9] , BOA domein generieke opsporing van Politie Drenthe (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van verbalisant:
Naar aanleiding van het door mij ontvangen rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 17 april 2012 verklaar ik dat van verdachte [betrokkene 4] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, door genoemd Instituut een DNA profiel werd opgenomen in de landelijke DNA-databank.
Uit het door genoemd instituut ingesteld vergelijkend onderzoek bleek dat het hierna te vermelden spoor is geïdentificeerd op het DNA profiel van verdachte [betrokkene 4] voornoemd.
Datum onderzoek : 12 mei 2010
Spooromschrijving : speeksel
Sin : AAAE7626NL
Plaats delict : [c-straat 1] te [plaats]
Delictinformatie : vervaardigen softdrugs
Proces-verbaalnummer : 2010036660.
18. Het hiervoor onder 11. vermelde schriftelijke stuk (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van rapporteur:
Er zijn aanwijzingen dat de hennepkwekerij in perceel [c-straat 1] te [plaats] actief is geweest in de periode van 1 juni 2009 tot 10 mei 2010, zijnde circa 49 weken, waarin 3 oogsten van elk 565 hennepplanten gerealiseerd kunnen zijn (
naar het hof begrijpt: 49 weken minus 13 kweekweken voor de door de politie op 10 mei 2010 aangetroffen hennepplanten = 36 weken ofwel 3 oogsten van elk ongeveer 10 weken).
19. Het hiervoor onder 6. vermelde schriftelijke stuk (…) - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van betrokkene:
In dezelfde periode waarin ik betrokken was bij de hennepkwekerij aan [e-straat] te [plaats] kwam ik in contact met [betrokkene 5] . Hij had een hennepkwekerij in de woning aan de [f-straat] (
naar het hof begrijpt en leest: de [c-straat 1] te [plaats]). Er werd daar niet goed gekweekt. Er waren slechte oogsten. Ik ben daar toen bij ingestapt. We hebben er een ruimte bijgebouwd in een kamer aan de voorkant en alle aarde vervangen. Ik ben de verzorging gaan doen.
met betrekking tot in voormeld verkort arrest berekende hennepkwekerij in [a-straat 1] te [plaats] (zaaksdossier 2.2) voorts
20. Een schriftelijk stuk, te weten een kopie van een proces-verbaal van bevindingen, (…), d.d. 1 februari 2012 op ambtsbelofte/ambtseed opgemaakt door [verbalisant 10] , hoofdagent, en [verbalisant 11] , brigadier, beiden van de Politie Fryslân (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van verbalisanten:
Op 6 juli 2011 waren wij belast met een onderzoek in perceel [a-straat 1] te [plaats] . Deze locatie betreft een vrijstaande woning met aanpandige grote garage. Achter deze woning bevindt zich een bij deze woning behorende loods. Op de begane grond van deze loods troffen wij, in twee afzonderlijke compartimenten, een professionele in werking zijnde hennepkwekerij aan. Wij zagen, na inventarisatie, dat deze hennepkwekerij bestond uit tweemaal 600 = 1.200 hennepplanten.
21. Het hiervoor onder 11. vermelde schriftelijke stuk (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van rapporteur:
Er zijn aanwijzingen dat de hennepkwekerij in perceel [a-straat 1] te [plaats] actief is geweest in de periode van 15 november 2010 tot en met 6 juli 2011, zijnde circa 33 weken, waarin 2 oogsten van elk 1200 hennepplanten gerealiseerd kunnen zijn (
naar het hof begrijpt: 33 weken minus 13 kweekweken voor de door de politie op 6 juli 2011 aangetroffen hennepplanten = 20 weken ofwel 2 oogsten van elk ongeveer 10 weken), hetgeen overeenkomt met de verklaring van [betrokkene 7] (
naar het hof begrijpt: de door [betrokkene 7] op 27 maart 2012 bij de politie afgelegde verklaring, hiervoor onder 1. vermeld).
22. Een schriftelijk stuk, te weten een ontnemingsarrest van dit hof van 17 november 2017 (…) in de zaak tegen [betrokkene 3] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] , gepubliceerd in het E-archief onder ECLI:NL:GHARL:2017:10086 (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende als beslissing van het hof: Het hof stelt vast dat veroordeelde [betrokkene 3] voornoemd een bedrag van € 5.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen voor zijn aandeel in de hennepkwekerij op het adres [a-straat 1] te [plaats] (zaaksdossier 2.2) en baseert dit met name op de verklaring van veroordeelde zelf, inhoudende dat hij op projectbasis betaald kreeg.
23. Het hiervoor onder 6. vermelde schriftelijke stuk (…) - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van betrokkene:
Eind 2010 was [betrokkene 5] (
naar het hof begrijpt en leest: [betrokkene 5]) met het voorstel gekomen om samen met mij en die twee jongens te werken. Hij was aan het pand aan [a-straat] (
het hof begrijpt en leest: [a-straat 1]) in [plaats] gekomen. Ik deed daar de verzorging. Hier is de eerste oogst mislukt. De tweede oogst is wel gelukt en heeft opbrengsten gegenereerd.
met betrekking tot in voormeld verkort arrest berekende hennepkwekerij in [g-straat 1] te [plaats] (zaaksdossier 2.3) voorts
24. Een schriftelijk stuk, te weten een kopie van een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, (…), d.d. 1 december 2011 op ambtseed opgemaakt door [verbalisant 12] van Politie Fryslân, Team Aanpak Georganiseerde Hennepteelt (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van verbalisant:
Op 1 juli 2011 werd door mij in het bedrijfspand [g-straat 1] te [plaats] een professionele in werking zijnde hennepkwekerij met 860 hennepplanten, verdeeld over 3 ruimtes, aangetroffen.
25. Het hiervoor onder 11. vermelde schriftelijke stuk (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van rapporteur:
Er zijn aanwijzingen dat de hennepkwekerij in perceel [g-straat 1] te [plaats] actief is geweest in de periode van 1 mei 2010 tot en met 1 juli 2011, zijnde circa 60 weken, waarin 4 oogsten van elk 860 hennepplanten gerealiseerd kunnen zijn (
naar het hof begrijpt: 60 weken minus 13 kweekweken voor de door de politie op 1 juli 2011 aangetroffen hennepplanten = 47 weken ofwel 4 oogsten van elk ongeveer 10 weken).
26. Het hiervoor onder 6. vermelde schriftelijke stuk (…) - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van betrokkene:
Ik kreeg van [betrokkene 5] het aanbod om wat met hem te gaan beginnen in [plaats] aan [g-straat 1] . Daar hebben we meerdere oogsten gehad die opbrengsten hebben gegenereerd.
met betrekking tot in voormeld verkort arrest berekende hennepkwekerij in [b-straat 1] te [plaats] (zaaksdossier 2.6) voorts
27. Een schriftelijk stuk, te weten een kopie van een proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, (…) d.d. 31 mei 2012 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 13] , hoofdagent van politie, werkzaam bij Politie Fryslân (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van verbalisant:
Op 29 februari 2012 is binnengetreden in perceel [b-straat 1] te [plaats] . Na het binnentreden zag ik het volgende. Op de vierde etage bevond zich een hennepkwekerij, bestaande uit twee kamers. Ik zag dat in elke kamer 212 hennepplanten stonden, in totaal dus 424. Ik zag dat deze hennepplanten ongeveer 40 cm groot waren.
28. Het hiervoor onder 11. vermelde schriftelijke stuk (…) - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van rapporteur:
Er zijn aanwijzingen dat de hennepkwekerij in perceel [b-straat 1] te [plaats] actief is geweest in de periode van 28 februari 2010 tot en met 29 februari 2012, zijnde circa 104 weken, waarin 8 oogsten van elk 424 hennepplanten gerealiseerd kunnen zijn
(naar het hof begrijpt: 104 weken minus 13 kweekweken voor de door de politie op 29 februari 2012 aangetroffen hennepplanten = 91 weken ofwel 8 oogsten van elk ongeveer 10 weken).
29. Een schriftelijk stuk, te weten een ontnemingsarrest van dit hof van 17 november 2017 (…) in de zaak tegen [betrokkene 3] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] , gepubliceerd in het E-archief onder ECLI:NL:GHARL:2017:10086 (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende als beslissing van het hof: Het hof stelt vast dat veroordeelde [betrokkene 3] voornoemd een bedrag van € 4.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen voor zijn aandeel in de hennepkwekerij op het adres [b-straat 1] te [plaats] (zaaksdossier 2.6) en baseert dit met name op de verklaring van veroordeelde zelf, inhoudende dat hij op projectbasis betaald kreeg.
30. Het hiervoor onder 6, vermelde schriftelijke stuk (…) - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van betrokkene:
Met de twee jongens, waarmee ik aan [e-straat] had gewerkt, ben ik vanaf begin 2010 een hennepkwekerij begonnen in een woning aan de [b-straat] in [plaats] (
het hof begrijpt en leest: de [b-straat 1] te [plaats]). We hebben afgesproken dat we de opbrengsten zouden verdelen onder degenen die bij deze hennepkwekerij waren betrokken. Ik deed de verzorging. Hier hebben we meerdere succesvolle oogsten gehad, die opbrengsten hebben gegenereerd, maar in de tussentijd hebben we alles wel een keer moeten afbouwen vanwege klachten van de onderbuurman over wateroverlast.
met betrekking tot in voormeld verkort arrest berekende hennepkwekerij in [c-straat 1] te [plaats] (zaaksdossier 2.7) voorts
31. Een schriftelijk stuk, te weten een kopie van een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, (…) d.d. 23 april 2012 op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 13] , hoofdagent, en [verbalisant 14] , brigadier, beiden van politie Fryslân, Team Leeuwarden (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van verbalisanten:
Op dinsdag 6 februari 2012 zijn wij binnengetreden in de woning aan de [c-straat 1] te [plaats] . In deze woning zagen wij dat een professionele niet meer in werking zijnde hennepkwekerij was ingericht in 2 ruimtes. Er zijn in totaal 104 slabs aangetroffen; in elke slab hebben 4 hennepplanten gezeten, derhalve in totaal 416 hennepplanten.
Het perceel [h-straat 1] te [plaats] is kadastraal hetzelfde perceel als [c-straat 1] te [plaats] . Het perceel bevindt zich namelijk precies op de hoek van de [h-straat] en de [c-straat] .
32. Het hiervoor onder 11. vermelde schriftelijke stuk (…) - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als verklaring van rapporteur:
Er zijn aanwijzingen dat de hennepkwekerij in perceel [c-straat 1] te [plaats] actief is geweest in de periode van 1 september 2010 tot en met 6 februari 2012, zijnde circa 74 weken, waarin 6 oogsten van elk 416 hennepplanten gerealiseerd kunnen zijn (
naar het hof begrijpt: 74 weken minus 13 kweekweken voor de door de politie op 6 februari 2012 aangetroffen hennepplanten = 61 weken ofwel 6 oogsten van elk ongeveer 10 weken).
33. Een schriftelijk stuk, te weten een ontnemingsarrest van dit hof van 17 november 2017 (…) in de zaak tegen [betrokkene 3] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] , gepubliceerd in het E-archief onder ECLI:NL:GHARL:2017:10086 (…), - zakelijk weergegeven - inhoudende als beslissing van het hof: Het hof stelt vast dat veroordeelde [betrokkene 3] voornoemd een bedrag van € 3.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen voor zijn aandeel in de hennepkwekerij op het adres [c-straat 1] te [plaats] (zaaksdossier 2.7) en baseert dit met name op de verklaring van veroordeelde zelf, inhoudende dat hij op projectbasis betaald kreeg.
34. Het hiervoor onder 6. vermelde schriftelijke stuk (…) - zakelijk weergegeven – inhoudende:
als verklaring van betrokkene:
Na de zomer van 2010 is voorgesteld om de kwekerij aan de [c-straat] (
het hof begrijpt en leest: [c-straat 1] te [plaats]) samen te doen. Er zijn daar meerdere oogsten geweest die opbrengsten hebben gegenereerd. De opbrengsten zijn onder de betrokkenen verdeeld, onder wie twee mannen (
het hof begrijpt: de twee jongens wiens namen betrokkene niet wenst te noemen) en ik.’
In de appelschriftuur van 14 maart 2016 is inzake de getuigenverzoeken het volgende opgenomen:
‘D. appellant verzoekt dat in hoger beroep de navolgende getuigen en/of getuige(n)- deskundige(n) (ter zitting) zullen worden gehoord:
1. [betrokkene 1] , [i-straat 1] te ( [postcode] ) [plaats]
2. [betrokkene 2] , [j-straat 1] te ( [postcode] ) [plaats]
3. [betrokkene 3] , [k-straat 1] te ( [postcode] ) [plaats]
4. [betrokkene 4] , [l-straat 1] te ( [postcode] ) [plaats]
5. [betrokkene 5] , [m-straat 1] ( [postcode] ) te [plaats]
6. [betrokkene 6] , [e-straat 2] te ( [postcode] ) [plaats]
7. [betrokkene 11] , [n-straat 1] te ( [postcode] ) [plaats]
Motivering:
Deze getuigen kunnen de argumenten bevestigen, op grond waarvan in eerste aanleg door de verdediging is bepleit dat het door appellant wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden vastgesteld op nihil dan wel € 44.195 (zie aangehecht schriftelijk standpunt d.d. 22 januari 2016).’
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is aangevangen op 8 november 2018. Aan het proces-verbaal van die terechtzitting wordt het volgende ontleend:
‘De raadsman wordt in de gelegenheid gesteld de verzoeken toe te lichten.
De raadsman verklaart - zakelijk weergegeven - :
De verdediging ziet af van het horen van de getuige nummer 7, te weten [betrokkene 11] .
Voorts is van belang dat mijn cliënt voornemens is om een uitgebreide verklaring af te leggen. Ik verzoek uw hof om hem voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling door de raadsheer-commissaris te laten horen. Ook de overige getuigen dienen wat mij betreft door de raadsheer-commissaris te worden gehoord.
De raadsman vervolgt - zakelijk weergegeven - :
Op het verzoek om mijn cliënt bij de raadsheer-commissaris te horen is het noodzaakcriterium van toepassing. De overige verzoeken dienen mijns inziens aan de hand van het verdedigingscriterium te worden beoordeeld. Het verzoek om deze getuigen te horen is tijdig bij appelschriftuur ingediend en de getuigen zijn niet eerder gehoord in het kader van de ontnemingszaak.
In de schriftelijke reactie van de advocaat-generaal wordt geschreven dat mijn verzoek onvoldoende onderbouwd is, maar dat betwist ik. Het gaat erom in hoeverre het standpunt van de verdediging al enigszins onderbouwd is. Het eerste punt dat van belang is, is dat er andere personen zijn die boven mijn cliënt staan. [betrokkene 7] , [betrokkene 2] en [betrokkene 1] hebben daarover verklaard. Daarnaast is door mijn cliënt op de zitting in eerste aanleg verklaard over het feit dat de eigenaren van de panden waarin hennepkwekerijen zaten 50% van de opbrengst kregen. Verder meent mijn cliënt dat er onvoldoende rekening is gehouden met investeringskosten. Wat betreft de afzonderlijke kwekerijen merk ik het volgende op:
[a-straat] te [plaats] :
Met betrekking tot deze kwekerij zijn door aftimmerwerkzaamheden extra kosten gemaakt. Dat die werkzaamheden er zijn geweest blijkt bijvoorbeeld uit de verklaring van [betrokkene 7] dat hij samen met mijn cliënt hout heeft gebracht. [betrokkene 7] heeft daarnaast verklaard dat volgens [betrokkene 4] de eerste oogst niet goed zou zijn geweest. Bij deze kwekerij zouden ook ene [betrokkene 8] en [betrokkene 9] betrokken zijn, daar is ten onrechte geen rekening mee gehouden.
[g-straat 1] te [plaats] :
Hier heeft een verbouwing plaatsgevonden. Dit blijkt uit de verklaring van [betrokkene 7] .
[b-straat 1] te [plaats] :
In dit pand waren elektriciteitsproblemen. In één van de tapgesprekken is daar bevestiging voor te vinden omdat daarin gezegd wordt dat “beneden de stroom steeds uitvalt” en dat “ [betrokkene 3] gezorgd heeft voor vette wateroverlast. Er zijn daardoor minder oogsten gerealiseerd dan waar de rechtbank vanuit is gegaan.
[c-straat] 1 te [plaats] :
Ten aanzien van deze kwekerij is sprake van mislukte en geripte oogsten. [betrokkene 7] heeft verklaard dat hij [betrokkene 4] heeft gesproken over een rip op dat adres.
Gelet op het voorgaande is er wel degelijk een onderbouwing te vinden voor het standpunt van de verdediging. Met alle genoemde feiten en omstandigheden is in de berekening van de rechtbank onvoldoende rekening gehouden. Dit is mijns inziens voldoende om de verzoeken van de verdediging toe te wijzen.
Op een vraag van de voorzitter antwoordt de raadsman- zakelijk weergegeven - :
Het klopt dat [betrokkene 7] niet als getuige wordt gevraagd. [betrokkene 7] is in eerste aanleg al gehoord.
Het is juist dat onder andere [betrokkene 5] en [betrokkene 4] eerder bij de rechter-commissaris zijn gehoord, maar dat was in het kader van de strafzaak. De getuigenverhoren vonden plaats vóór de start van de ontnemingsprocedure. De verklaringen kunnen eventueel in de onderhavige procedure worden ingebracht maar ik ben van mening dat het ondervragingsrecht in deze zaak nog niet is uitgeoefend.
Op een vraag van de jongste raadsheer antwoordt de raadsman - zakelijk weergegeven - :
U geeft aan dat ik zojuist de bezwaren van de verdediging tegen de berekening van de rechtbank heb genoemd, maar dat ik geen link heb gemaakt naar de gevraagde getuigen. Er zijn algemene punten die voor alle kwekerijen gelden, zoals dat de eigenaren van de panden 50% van de opbrengst kregen en dat er rekening dient te worden gehouden met investeringskosten. Het is niet zo dat de door de verdediging gevraagde getuigen daar allemaal iets over kunnen zeggen. De verdediging dient zijn verzoeken enigszins te onderbouwen voordat zij voor toewijzing vatbaar zijn en daar is ruim aan voldaan. U houdt mij voor dat het er volgens u om gaat of die personen zicht hebben gehad op de verdeling van opbrengsten. Deze personen kunnen iets zeggen over hoeveel personen bijvoorbeeld betrokken waren bij een kwekerij. Dat is ook relevant.
Op vragen van de advocaat-generaal antwoordt de raadsman - zakelijk weergegeven - :
U houdt mij voor dat de rechtbank bij de berekening van het voordeel uit de kwekerij in [plaats] al rekening heeft gehouden met twee andere personen. Er zijn nog twee andere personen waarmee rekening dient te worden gehouden. De opbrengst zou door 7 gedeeld moeten worden. Ik verwijs naar mijn conclusie in eerste aanleg.
De advocaat-generaal verklaart - zakelijk weergegeven - :
Van de door de verdediging gevraagde getuigen is een aantal al eerder gehoord door de rechter-commissaris. Ten aanzien van die getuigen is het noodzaakcriterium van toepassing. De getuigen zijn weliswaar in de strafzaak gehoord maar die procedure maakt deel uit van de ontnemingsprocedure. Als het gaat om vragen zoals wie heeft kwekerij opgezet en hoeveel oogsten zijn er geweest, dan zijn die ook relevant voor de ontnemingszaak. De raadsman heeft niet specifiek aangegeven waarom de opgegeven getuigen moeten worden gehoord. De noodzaak van het horen van [betrokkene 1] , [betrokkene 2] , [betrokkene 4] en [betrokkene 5] is niet gebleken.
Ten aanzien van het verzoek om [betrokkene 6] te horen zie ik het verdedigingsbelang wel. Dit verzoek kan wat mij betreft worden toegewezen.
De overige verzoeken dienen mijns inziens te worden afgewezen.
Ten aanzien van [betrokkene 3] geldt dat hij uitgebreide verklaringen heeft afgelegd en de verdediging heeft niet gesteld waarover [betrokkene 3] nader gehoord moet worden.
Met betrekking tot de investeringskosten merk ik op dat bekend is dat deze kosten nooit op de opbrengst in mindering worden gebracht. In dat kader wordt rekening gehouden met afschrijvingskosten.
Met de enkele stelling dat er bij de kwekerij in [plaats] nog 2 personen betrokken waren, kan ik niets. Ook ten aanzien van de [b-straat] zou ik geconcretiseerd willen zien hoe lang storingen hebben geduurd, dat en waarom daardoor meer oogsten zijn mislukt dan waar de rechtbank rekening mee heeft gehouden. Hetzelfde geldt voor de kwekerij aan de [c-straat] en [g-straat 1] in [plaats] . Deze feitelijke onderbouwing ontbreekt.
Op een vraag van de voorzitter antwoordt de advocaat-generaal - zakelijk weergegeven - :
Dat [betrokkene 3] zich bij de rechter-commissaris telkens op zijn verschoningsrecht heeft beroepen, maakt het voorgaande niet anders. Er is geen verdedigingsbelang om [betrokkene 3] te horen.
De raadsman reageert - zakelijk weergegeven - :
De ontnemingsprocedure is een aparte procedure. Dat er in de strafzaak getuigen zijn gehoord maakt niet dat ten aanzien van die getuige in de ontnemingszaak niet het verdedigingsbelang kan gelden. Alle verzoeken dienen derhalve aan de hand van het verdedigingscriterium te worden beoordeeld.
De voorzitter deelt mede dat bij tussenarrest op de onderzoekswensen zal worden beslist.’
5. Het hof heeft vervolgens bij tussenarrest van 22 november 2018 als volgt op de getuigenverzoeken beslist:
‘Bij appelschriftuur van 14 maart 2016 heeft de verdediging verzocht om het horen van 7 getuigen, te weten:
1. [betrokkene 1] ;
2. [betrokkene 2] ;
3. [betrokkene 3] ;
4. [betrokkene 4] ;
5. [betrokkene 5] ;
6. [betrokkene 6] ;
7. [betrokkene 11] .
Ter terechtzitting van het hof op 8 november 2018 is door de raadsman meegedeeld dat de verdediging afziet van het horen van de onder 7 genoemde getuige ( [betrokkene 11] ). De overige verzoeken zijn door de raadsman mondeling toegelicht. Daarnaast heeft de verdediging verzocht om veroordeelde als getuige door de raadsheer-commissaris te laten horen.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verzoeken tot het horen van [betrokkene 6] en het horen van veroordeelde door de raadsheer-commissaris kunnen worden toegewezen.
Het hof heeft het verzoek tot het horen van de onder 1 t/m 6 genoemde getuigen beoordeeld aan de hand van het verdedigingscriterium. De verzoeken zijn tijdig bij appelschriftuur ingediend. Bij het toepassen van deze maatstaf heeft het hof rekening gehouden met het specifieke karakter van de ontnemingsprocedure, waarbij het primair gaat om opbrengsten, de verdeling daarvan en gemaakte kosten. De (onderbouwing van de) verzoeken zijn beoordeeld tegen de achtergrond van het dossier, waarvan de verklaringen die in het kader van de strafzaak bij de rechter-commissaris zijn afgelegd, deel uitmaken.
Het hof is van oordeel dat het verzoek tot het horen van de onder 1 t/m 6 genoemde getuigen onvoldoende is onderbouwd. In aanmerking genomen dat de betrokkenheid van veroordeelde bij de verschillende hennepkwekerijen op zichzelf niet ter discussie staat, maar wel de vraag of en in hoeverre hij in de opbrengsten hiervan heeft gedeeld, heeft de verdediging verzuimd specifiek aan te geven waarover deze getuigen moeten worden gehoord. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen. De veroordeelde wordt daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
Het hof acht het noodzakelijk dat veroordeelde als getuige bij de raadsheer-commissaris wordt gehoord en wijst dat verzoek toe. Nu de advocaat-generaal en de raadsman hebben aangegeven daartegen geen bezwaar te hebben, zal het verhoor door een gedelegeerd raadsheer-commissaris worden afgenomen.