Conclusie
1.Feiten en procesverloop
de rechtbank) ingekomen op 14 juli 2022, heeft de officier van justitie verzocht om ten aanzien van verzoeker tot cassatie (hierna:
betrokkene) een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden, voor verschillende vormen van verplichte zorg. Bij het verzoekschrift zijn onder meer overgelegd (i) een medische verklaring van 7 juli 2022, opgesteld door de niet bij de behandeling betrokken psychiater [de rapporterend psychiater] (hierna:
de rapporterend psychiater), (ii) het zorgplan van 3 juni 2022, opgesteld door psychiater [de zorgverantwoordelijke] (hierna:
de zorgverantwoordelijke), en (iii) de bevindingen gedateerd 12 juli 2022 van [de geneesheer-directeur] .
Wat zijn de symptomen die betrokkene vertoont?’) het volgende genoteerd (onderstreping hier en hierna toegevoegd): [1]
Ontbreken van ziektebesef:
Betrokkene is niet in zorg, hij weigert behandelaanbod. Hij is bij Vangnet en Advies in beeld gekomen in april 2022 i.v.m. dreigende huisuitzetting bij huurachte[r]stand van 7 maanden en vermoeden van een psychiatrische stoornis. Betrokkene ontkent dat de huur niet is betaald en heeft aangegeven ‘nog een miljoen te krijgen’. In de voorgeschiedenis zou al sprake zijn geweest van psychotische episodes en verstrekken van medicatie daarvoor; in 2021 is betrokkene opgenomen met een CM i.v.m. een vermoeden van een manisch psychotisch toestandsbeeld maar de CM is uiteindelijk niet bekrachtigd.”
Tot welke (voorlopige) diagnose bent u gekomen?’) heeft zij vermeld:
met ontbrekend ziektebesef. Mogelijk tevens stoornis in gebruik van middelen.”
Is betrokkene in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake?’) heeft de rapporterend psychiater ontkennend beantwoord. Zij heeft daarbij de volgende toelichting gegeven:
ziektebesef ontbreekt, betrokkene ontkent dat sprake is van huurachterstand.”
Wat is uw eigen beleving en duiding van wat er aan de hand is? Wat zijn uw psychische klachten en waar komen die klachten vandaan?’) vermeld dat betrokkene heeft aangegeven geen hulp te willen en dat er “
niks aan de hand” is. Zij heeft vervolgens in rubriek 7.d van het zorgplan (de toelichting op de door haar in rubriek 7.c bevestigend beantwoorde vraag of is voldaan aan alle criteria voor verplichte zorg) het volgende geschreven:
Pt erkent deze problemen niet en denkt dat alles vanzelf goed komt. Tevens is het lastig om een gesprek te voeren met pt, omdat voornamelijk pt aan het woord is en hulpverleners constant onderbreekt, waardoor er niets doordringt bij pt.”
Ten eerste wil ik het hebben over de wilsbekwaamheid. Daar is helemaal niets van terug te vinden in het dossier. Daarom is er mijns inziens wel sprake van wilsbekwaam verzet. Er is geen levensgevaar in het geding. Probleem is dat er heel weinig contact is tussen hulpverlening en betrokkene.
second opinionwil en dat hij daar niet aan gaat meewerken.
betrokkene zichzelf overschat.
Er is geen wilsbekwaamheid op dat vlak.” [4]
Echter is ter zitting door de behandelaars goed gemotiveerd dat dit ‘kennen en kunnen’ bij betrokkene als gevolg van zijn psychische stoornis is aangetast. Hij overschat zichzelf schromelijk. Er is geen ziektebesef en betrokkene is volgens [de zorgverantwoordelijke] wilsonbekwaam te achten.”
2.Bespreking van het cassatiemiddel
een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog’ waaruit haar zou blijken of betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake van de verzochte vormen van verplichte zorg in staat is, waartoe de procedure zo nodig had moeten worden aangehouden. De rechtbank heeft volgens het subonderdeel het recht geschonden door haar oordeel te gronden op de ‘
door de behandelaars goed gemotiveerde’ verklaringen ter zitting dan wel de verklaring van de niet-onafhankelijke psychiater [de zorgverantwoordelijke] die als zorgverantwoordelijke bij de behandeling van betrokkene was betrokken.
voldoende toegelicht bezwaarmaakt tegen de voorgestelde verplichte zorg
en(ii) de situaties als bedoeld in art. 2:1 lid Pro 6, onder b, Wvggz zich
nietvoordoen, de rechter dient te beoordelen of de betrokkene wilsbekwaam is (rov. 3.1.5). Indien daarover, zo overwoog de Hoge Raad vervolgens, in de medische verklaring
nietis gerapporteerd, dient hiertoe een verklaring te worden gevraagd van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog, waaruit blijkt of de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is.
Zo nodigdient de procedure te worden aangehouden.
niets vermeldde” over wilsbekwaamheid van betrokkene mist daarom feitelijke grondslag.
Ter zitting heeft betrokkene desgevraagd ook gezegd niet met deze of een andere psychiater te willen spreken.”
isgerapporteerd over de wilsbekwaamheid van betrokkene – summier, zo zij toegegeven – hoefde de rechtbank hiertoe niet, conform HR 4 februari 2022, een verklaring te vragen van een onafhankelijk arts of klinisch psycholoog. Een dergelijke verklaring was er immers al. De rechtbank heeft kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat de eerdere bevindingen van de rapporterend psychiater
worden ondersteunddoor een andere psychiater. Dat deze psychiater de zorgverantwoordelijke is, maakt niet uit. Dit zou alleen anders zijn indien in de medische verklaring van de rapporterend psychiater
nietsstond met betrekking tot de wilsbekwaamheid van betrokkene, en de rechtbank bij haar oordeel daaromtrent zou zijn afgegaan op alleen het oordeel van de zorgverantwoordelijke. Die situatie doet zich echter niet voor. Onderdeel 1.a faalt derhalve.
derhalve” uitgegaan van een onjuiste maatstaf en rechtsopvatting, nu daartoe niet voldoende is dat het ‘kennen en kunnen’ bij betrokkene door de stoornis was aangetast, hij zichzelf schromelijk overschatte en bij hem geen ziektebesef aanwezig is.
onderdeel 1.cuit van de veronderstelling dat de rechtbank heeft geoordeeld dat wilsbekwaamheid van een betrokkene in de zin van art. 2:1 lid Pro 6,
onder a, Wvggz ziet op diens ‘
acceptatie van’ het door psychiatrische stoornis veroorzaakt (ernstig) ‘
nadeel’. Het subonderdeel klaagt dat dit oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, aangezien het gaat om het oordeels- en besluitvormingsvermogen van een betrokkene ter zake van de verzochte (vormen van) verplichte zorg binnen het kader van diens ‘redelijke waardering’ van de te beschermen belangen. Het gaat niet om wilsbekwaamheid ten aanzien van de acceptatie van veroorzaakt (ernstig) nadeel, aldus de klacht.
beslissend gewicht’ heeft toegekend aan de aanvullende verklaring van de zorgverantwoordelijke. Het subonderdeel klaagt dat de bestreden oordelen blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting. Het subonderdeel stelt dat volgens de bedoeling van de wetgever bij de keuze voor de verplichte zorg bepalend gewicht toekomt aan de ervaringen van de betrokkene en diens eigen afwegingen over nut en nadeel van de verzochte vormen van verplichte zorg. Volgens het subonderdeel had de rechtbank het verzet van betrokkene tegen de verzochte vormen van verplichte zorg daarom, afzonderlijk per zorgvorm, moeten beoordelen en bij wilsbekwaamheid honoreren. De rechtbank heeft dat nagelaten, zodat de beschikking onvoldoende is gemotiveerd.
beslissend gewicht’ heeft toegekend aan de aanvullende verklaring van de zorgverantwoordelijke. Ook overigens faalt de klacht. In rov. 2.10 ligt klaarblijkelijk besloten het oordeel dat de rechtbank betrokkene met betrekking tot
allevormen van verplichte zorg waarom de officier van justitie had verzocht (en die ook in de verleende zorgmachtiging zijn opgenomen) niet in staat acht om tot een redelijke afweging van zijn belangen te komen. Het verweer namens betrokkene met betrekking tot diens wilsbekwaamheid was, zo merk ik (nogmaals) op, tamelijk algemeen en summier. Op goede gronden zou kunnen worden betoogd dat (ook) om die reden van de rechtbank niet kon worden verlangd dat zij met betrekking tot elke afzonderlijke vorm van verplichte zorg naging of betrokkene al dan niet wilsbekwaam was. De passage uit de wetsgeschiedenis waarnaar het subonderdeel verwijst, [17] gaat overigens alleen over het gebruik van medicatie.