Conclusie
geen ‘criminele’ brand”. ASR weigert echter uitkering op grond van de verzekering, omdat zij naar eigen zeggen de verzekering niet met [eiser] had gesloten als zij destijds kennis had gehad van zijn strafrechtelijk verleden. [eiser] heeft daarop een procedure tegen ASR aanhangig gemaakt, waarin hij schadevergoeding van bijna € 430.000 heeft gevorderd.
1.Feiten
12 Overige mededelingen
nee” aangekruist.
Strafrechtelijk verleden
het gevolg was van een technische onvolkomenheid in de Volkswagen Transporter en dat het geen ‘criminele’ brand betrof.” [10]
2.Procesverloop
Acceptant Particulier Woudsend Verzekeringen”, [16] heeft onder meer geantwoord dat in het acceptatieproces de vragen over het strafrechtelijk verleden van de potentiële verzekerde belangrijk waren en dat voor overtredingen van de Opiumwet geen acceptatiemogelijkheden bestonden: [17]
Specialist Brand bedrijven”, [18] heeft onder meer geantwoord dat in het algemeen een non-acceptatiebeleid gold voor personen die waren veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet, zoals het importeren van hennep: [19]
Teamleider Frontoffice”, [20] heeft onder meer geantwoord dat de (te verzekeren) risico’s onacceptabel waren voor personen die waren veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet, dan wel het invoeren van hennep: [21]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
onderdeel 1ziet op de rechterswisseling die tussen het wijzen van het bestreden tussenarrest en het bestreden eindarrest heeft plaatsgevonden;
onderdeel 2is gericht tegen het oordeel van hof dat ASR bij kennis van de ware stand van zaken de verzekering niet met [eiser] zou hebben gesloten;
onderdeel 3betreft het door het hof gepasseerde (tegen)bewijsaanbod van [eiser] ; en
onderdeel 4bevat een voortbouwklacht.
subonderdeel 2.1klaagt [eiser] dat de overwegingen/oordelen van het hof in rov. 3.10 van het bestreden tussenarrest en rov. 2.6 van het bestreden eindarrest rechtens onjuist zijn, dan wel onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Volgens [eiser] heeft het hof miskend dat het acceptatiebeleid dat in 1998 bij ASR bestond voor [eiser] kenbaar moest zijn om gelding te hebben en is het onbegrijpelijk dat het hof niet op die kenbaarheid is ingegaan.
afwijktvan dat van een redelijk handelend verzekeraar, kan zich daarop alleen ten nadele van de verzekeringnemer beroepen als hij aantoont dat de verzekeringnemer bij het aangaan van de verzekering wist of behoorde te begrijpen welk acceptatiebeleid de verzekeraar hanteerde. [35] Volgens Uw Raad kan, bij het beantwoorden van de vraag wat een redelijk handelend verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken zou hebben gedaan, groot gewicht toekomen aan het acceptatiebeleid van andere verzekeraars. [36]
nietafweek van het acceptatiebeleid van andere verzekeraars en (daarom) ook niet van een redelijk handelend verzekeraar. Omdat het beleid niet afweek, is het niet onjuist of onbegrijpelijk dat het hof heeft geoordeeld dat ASR zich op dit beleid heeft mogen beroepen, zonder daarbij te onderzoeken of het acceptatiebeleid voor [eiser] kenbaar was.
subonderdeel 2.2betoogt [eiser] dat het rechtens onjuist is dat het hof in rov. 2.6 van het bestreden eindarrest heeft geoordeeld dat sprake was van een non-acceptatiebeleid bij ASR en andere verzekeraars voor overtredingen van de Opiumwet, in het bijzonder het importeren van hennep. Het hof heeft zijn oordeel gebaseerd op drie schriftelijke verklaringen (de vragenlijsten), terwijl een verzekeraar volgens [eiser] minst genomen protocollen of andere schriftelijke (beleids)documenten moet overleggen om een geslaagd beroep op art. 7:930 lid 4 BW Pro te kunnen doen.
subonderdeel 2.3klaagt [eiser] dat het oordeel van het hof in rov. 2.6 van het bestreden eindarrest onbegrijpelijk is of onvoldoende gemotiveerd, omdat het in essentie slechts is gebaseerd op één schriftelijke getuigenverklaring van een medewerker die bij (de rechtsvoorganger van) ASR werkzaam was en die heeft verklaard dat er géén schriftelijk acceptatiebeleid bestond. Bovendien betreft het een omstandigheid van 22 jaar geleden, waardoor de verklaring onvoldoende betrouwbaar is.
subonderdeel 2.4betoogt [eiser] dat het oordeel van het hof in rov. 2.6 van het bestreden eindarrest onbegrijpelijk is of ontoereikend gemotiveerd, omdat niet valt in te zien waarom geen enkele twijfel zou bestaan om aan de juistheid van de drie verklaringen (vragenlijsten) te twijfelen, nu het gaat over een omstandigheid van 22 jaar geleden.
acceptanten” van twee andere verzekeraars heeft voorgelegd, te weten medewerkers die de risico’s van een verzekeringsaanvraag beoordelen en beslissen over het al dan niet accepteren daarvan. [45] Hiermee heeft het hof de – overigens ook bepaald vergezochte – stelling van [eiser] verworpen, inhoudende dat de medewerker van Allianz slechts werkzaam was als ‘host’ en derhalve niet over het non-acceptatiebeleid van Allianz heeft kunnen verklaren.