Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het middel, de bewezenverklaring en de bewijsmiddelen
3.Het juridisch kader
4.Bespreking van het middel
aanmerkelijke kans op een botsingheeft aanvaard door de scooter te sturen in de richting waarin de verbalisant zich bewoog. Uit bewijsmiddel 6 blijkt dat de betreffende verbalisant heeft verklaard dat hij niet meer normaal opzij kon stappen, dat hij zijn lichaam nog net kon wegdraaien voordat de scooter hem rakelings passeerde en dat zijn schouder in aanraking kwam met een van de berijders van de scooter. Dat bij dit alles een
aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letselbestond, baseert het hof in het bijzonder op de toenemende snelheid (in ieder geval tussen de 15 en 30 kilometer per uur) én op het gewicht van de scooter in combinatie met het gewicht van de berijders (twee stevige mannen).
had kunnenbestaan indien de verbalisant zijn lichaam niet op tijd had kunnen wegdraaien, namelijk ‘de aanmerkelijke kans op als zwaar aan te merken letsel in de vorm van botbreuken of hoofdletsel door de impact van een botsing’. Daarmee heeft het hof, anders dan de steller van het middel betoogt, niet geoordeeld dat elk hoofdletsel en/of elke botbreuk per definitie als zwaar lichamelijk letsel moeten worden aangemerkt. Het hof heeft hiermee enkel willen aangegeven waaruit het letsel kan bestaan indien een zwaar voorwerp met snelheid tegen een onbeschermd lichaam botst. Het oordeel van het hof, dat het in de lijn der verwachting ligt dat een verdachte met dit soort gedragingen aan een ander zwaar lichamelijk letsel toebrengt, acht ik niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd.