Conclusie
[verzoeker 1]
[verzoekster 2]
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg
niet verschenen
AVG) genoemde verwerkingsgrondslagen een codering in het Centraal kredietinformatiesysteem (hierna:
CKI) van het Bureau Kredietregistratie (hierna:
BKR) kan worden gebaseerd. Het hof heeft geoordeeld dat de gegevensverwerking is gegrond op de uitvoering van een wettelijke plicht als bedoeld in 6 lid 1, aanhef en onder c, AVG, zodat de betrokkene geen recht van bezwaar (art. 21 AVG Pro) en geen recht op gegevenswissing (art. 17 AVG Pro) toekomt. De tegen die oordelen gerichte klachten zijn, gelet op de prejudiciële beslissing van uw Raad van 3 december 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1814) terecht voorgesteld.
1.Feiten en procesverloop
Aegon) een hypothecaire lening verstrekt van ongeveer € 1.100.000,- in verband met de aankoop en verbouwing van een woning in [plaats] . Deze woning, een voormalige boerderij, was afkomstig uit de nalatenschap van wijlen de ouders van [verzoeker 1] .
Wft) is vastgelegd. De rechtbank verwijst naar artikel 6 lid Pro 1, aanhef en onder c, AVG (rov. 4.4).
Wbp) gewezen uitspraak heeft haar gelding onder de AVG behouden. Ook als gegevensverwerking in beginsel is toegestaan, dient een dergelijke belangenafweging te worden gemaakt (rov. 4.5).
Santander) brengt dit mee dat de inbreuk op de belangen van de betrokkene niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel, en dat dit doel in redelijkheid niet op een andere, voor de betrokkenen minder nadelige, wijze kan worden verwerkelijkt. Dit geldt ook onder de AVG (rov. 4.9).
2.Bespreking van het cassatiemiddel
onder cgenoemde verwerkingsgrond, maar aan de in die bepaling genoemde
f-grond.
betrokkeneop een identificeerbare of geïdentificeerde natuurlijke persoon van wie persoonsgegevens worden verwerkt. [15] Verwerkingomschrijft volgens art. 4 sub Pro 2 AVG een ‘bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés’. Het verzamelen, opslaan, raadplegen, gebruiken, verstrekken, ter beschikking stellen en vernietigen van persoonsgegevens vallen alle onder de reikwijdte van dit begrip. De
verwerkingsverantwoordelijkeis degene op wie de verplichtingen van de AVG rusten. Blijkens art. 4 sub Pro 7 AVG is de verwerkingsverantwoordelijke ‘een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt’.
slotklachtvitiëert het slagen van een of meer van de eerdere klachten de overige overwegingen van de bestreden beschikking. Het gaat hierbij met name om hetgeen het hof, na de verwerkingsgrondslag te hebben vastgesteld, overweegt met betrekking tot het maken van een belangenafweging (rov. 4.7-4.20). In het middel wordt aangevoerd dat, zoals in feitelijke instantie is betoogd [19] , de te maken belangenafweging verschilt al naar gelang de grondslag van de gegevensverwerking (verzoekschrift tot cassatie, p. 4, sub (ii)). Indien de door het hof toegepaste belangenafweging overeenkomt met de belangenafweging die het had moeten toepassen bij zijn beoordeling van het verzoek van [verzoeker] om Rabobank te bevelen het verzoek als bedoeld in de artikelen 17 en 21 AVG alsnog toe te wijzen, bestaat bij de eerste twee onderdelen van het middel geen belang.
ex nunc, de registratie nog steeds gerechtvaardigd is. Een bezwaar in de zin van art. 21 lid 1 AVG Pro noopt tot een hernieuwde belangenafweging tussen enerzijds de ‘belangen, rechten en vrijheden van de betrokkene’ en anderzijds ‘dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking’. [21]
Santander-toets. Deze geldt ook onder de AVG. [22] Daarbij gaat het om een belangenafweging aan de hand van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit brengt mee dat de inbreuk op de belangen van betrokkene niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel, en dat dit doel in redelijkheid niet op een andere, voor de betrokkene minder nadelige, wijze kan worden verwerkelijkt. Daarbij moeten de omstandigheden van het geval worden betrokken. Elke gegevensverwerking moet aan genoemde beginselen voldoen, ook als deze in beginsel is toegestaan op een van de toegelaten verwerkingsgronden. [23]
Santander-toets. In de literatuur wordt wel betoogd dat de belangenafweging als bedoeld in de
Santander-beschikking een
anderetoets vraagt dan een verzoek tot verwijdering op basis van art. 17 of Pro art. 21 AVG Pro. [24] Volgens een niet nader toegelichte overweging van de voorzieningenrechter in de genoemde prejudiciële procedure is de
Santander-toets ongunstiger voor de betrokkene dan toetsing aan art. 21 AVG Pro. [25] De annotator zoekt de verklaring daarin dat aan kredietaanbieders hogere eisen kunnen worden gesteld om kredietregistraties in het CKI te rechtvaardigen wanneer deze plaatsvinden op de (hun meer beoordelingsruimte latende) f-grond, dan wanneer deze plaatsvinden ter nakoming van een wettelijke plicht (de c-grond). [26] Ook het hof Amsterdam gaat uit van twee zelfstandige toetsen. [27] Het hof Den Haag leidt uit de wetsgeschiedenis van de Wbp af dat de f-grond de verwerkingsverantwoordelijke een zekere beoordelingsruimte laat ‘waarbij beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit een belangrijke rol spelen’ en die meebrengt dat de verwerkingsverantwoordelijke ‘in ieder geval’ moet beoordelen of de proportionaliteit en/of de subsidiariteit in de weg staan aan de verwerking. Dit brengt het hof tot de conclusie dat de belangenafweging die op grond van art. 21 lid 1 AVG Pro moet plaatsvinden de proportionaliteits- en subsidiariteitstoets als bedoeld in de
Santander-beschikking
mede omvat. [28] Dit is ook het uitgangspunt van een recente beschikking van de rechtbank Gelderland. [29] In deze rechtspraak wordt niet de conclusie getrokken dat de toets van art. 21 AVG Pro
gelijkis aan de
Santander-toets. Dat is mijns inziens terecht. Weliswaar zal de uitkomst van de toetsing veelal identiek zijn – er valt, zeker in het kader van de BKR-registratie, niet eenvoudig een situatie te bedenken waarin de dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking zwaarder wegen dan de belangen, rechten en vrijheden van de betrokkene (art. 21 AVG Pro-toets), maar (uiteindelijk) de inbreuk op de belangen van betrokkene toch onevenredig is in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel (
Santander-toets) [30] – maar dat neemt niet weg dat de criteria elk een verschillende structuur c.q. verschillend vertrekpunt hebben.
Santander-afweging, niet vanuit een neutraal uitgangspunt. [31] Ingevolge art. 21 lid 1 AVG Pro
moet,wanneer betrokkene specifieke redenen voor bezwaar aanvoert, een gegevensverwerking op de e- of f-grond waartegen bezwaar wordt gemaakt
in beginselworden gestaakt,
tenzijdwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking daartegen pleiten. Volgens de considerans betekent dit dat de verwerkingsverantwoordelijke moet ‘aantonen’ dat zijn dwingende gerechtvaardigde belangen zwaarder wegen dan de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene (onderdeel 69). [32]
in beginselmoet worden gestaakt (en de gegevens moeten worden gewist, art. 17 AVG Pro) en dat dit slechts anders is indien dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking anders meebrengen. Integendeel, het hof hanteert het uitgangspunt dat het belang (van kredietverleners) bij continuering van de kredietregistraties in beginsel is gegeven (zie rov. 4.12-4.18), waarna het oordeelt dat het belang van [verzoeker] tegen dit belang ‘niet opweegt’ (rov. 4.19).