Conclusie
Nummer21/02526
eerstemiddel klaagt dat het hof heeft verzuimd er in de motivering van zijn beslissing tot het voorwaardelijk opleggen van de ISD-maatregel blijk van te geven zich ervan te hebben vergewist of aan alle in art. 38m Sr gestelde voorwaarden is voldaan. Meer in het bijzonder zou het hof hebben verzuimd tot uitdrukking te brengen dat de voorwaarden als bedoeld in art. 38m, eerste lid, onder 2° en 3°, Sr van die bepaling zijn vervuld.
tweedemiddel klaagt dat hof als bijzondere voorwaarde bij de voorwaardelijke oplegging van de ISD-maatregel heeft gesteld dat verdachte ‘zich gedurende de gehele proeftijd, of zoveel korter als de reclassering nodig acht, onder behandeling zal stellen van Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, en de verdachte zich zal houden aan de huisregels en aan de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling’. Een dergelijke voorwaarde zou op grond van art. 38p, vijfde lid, Sr slechts kunnen worden gesteld indien de veroordeelde zich bereid heeft verklaard de behandeling te ondergaan. Het hof zou omtrent het bestaan van een dergelijke bereidheid niets hebben vastgesteld en van een dergelijke bereidheid bij de verdachte zou ook overigens niet blijken. De voorwaarde zou daarom in strijd met art. 38p, vijfde lid, Sr zijn opgelegd en/of de oplegging van deze voorwaarde zou onvoldoende met redenen zijn omkleed.
(…)
4. De rechter stelt ter bescherming van de veiligheid van personen of goederen voorwaarden betreffende het gedrag van de veroordeelde. De rechter kan een krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen reclasseringsinstelling opdracht geven de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
5. Een voorwaarde als bedoeld in het vierde lid kan inhouden dat de veroordeelde zich ambulant of intramuraal laat behandelen. Opname in een inrichting vindt in dit verband plaats voor een door de rechter te bepalen duur van ten hoogste twee jaren. Deze voorwaarde wordt slechts gesteld, indien de veroordeelde zich bereid heeft verklaard de behandeling te ondergaan.’
2. Conclusie(…)
[verdachte] woont op dit moment, gedurende zijn Penitentiaire Programma, bij zijn vriendin in [plaats] . Er is sprake van een Elektronische Monitoring (EM). Betrokkene volgt dagbesteding bij 50-50 package van het Leger des Heils in Amersfoort en zal over enige tijd behandeling volgen bij Inforsa. Zowel het wonen als de dagbesteding gaan goed. Voor de praktische zaken heeft cliënt begeleiding van Homerun DMH van Humanitas.
(…)