Conclusie
dat hij op 26 december 2018 te Curaçao, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om telkens opzettelijk [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] van het leven te beroven, met een vuurwapen één of meerdere malen gericht op en/of in de richting van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft geschoten, zijnde de verdere uitvoering van
diedoor hem verdachte voorgenomen
misdrijvenniet voltooid.”
nietsheeft verklaard over zijn gemoedstoestand na de vechtpartij en ten tijde van het schieten anders dan dat hij in eerste instantie heeft verklaard dat het een ongeluk was en dat hij op enig moment is gaan verklaren dat hij zich over dat tijdsbestek niets meer kan herinneren, terwijl ook in de overige stukken die zich in het dossier bevinden geen aanknopingspunten te vinden zijn dat bij de verdachte sprake is geweest van een hevige gemoedsbeweging. Dat oordeel is echter, mede gezien de maatstaf voor de aanvaarding van een schulduitsluitingsgrond, onjuist, althans onbegrijpelijk, nu uit het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat de verdachte wel degelijk heeft verklaard over zijn gemoedstoestand na de vechtpartij en ten tijde van het schieten, immers hij heeft onder meer verklaard dat hij "out" was; door het lint ging; niet meer zichzelf was en niet meer normaal kon reageren. Gelet hierop heeft het Hof de verwerping van het verweer onvoldoende met redenen omkleed