Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
NJ2014/231 was de vraag aan de orde of het hof de verdachte terecht niet-ontvankelijk had verklaard in zijn hoger beroep. Uit het arrest en de conclusie van A-G Vegter kan worden afgeleid dat de verdachte binnen veertien dagen na 27 augustus 2012 hoger beroep kon instellen en dat de (gemachtigde) advocaat de griffier bij het hof bij faxbericht op 10 september 2012 had gemachtigd om hoger beroep in te stellen. De gemachtigde advocaat had vervolgens op 13 september 2012 (en derhalve na het verstrijken van de appeltermijn) alsnog hoger beroep ingesteld bij de griffie van de juiste instantie. Uw Raad overwoog: