Betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster
[…]
Het hof is van oordeel dat aangeefster in de kern consistent is geweest in haar verklaring tijdens het informatieve gesprek en het daaropvolgende verhoor. Ook tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris bleef zij in hoofdlijn consistent verklaren, terwijl dit verhoor drie jaren na het tenlastegelegde plaatsvond. Aangeefster heeft haar verklaring ten aanzien van de wijze waarop verdachten haar oppikten, de seksuele handelingen die zij verrichtten, wie van de verdachten wat deed en wie het meeste het woord voerde niet aangevuld. Voorts is aangeefster consistent in haar verklaring omtrent de wijze waarop zij de politie heeft benaderd op de dag na het tenlastegelegde. Het hof komt tot het oordeel dat de door aangeefster afgelegde verklaringen betrouwbaar zijn. Aan de oprechtheid en betrouwbaarheid van aangeefsters verklaringen draagt naar het oordeel van het hof bij dat aangeefsters beweegreden om melding te maken van het tenlastegelegde blijkens het meldkamergesprek op 20 februari 2012 veeleer was gelegen in de mogelijkheid om vast te stellen of zij een SOA had opgelopen dan dat die erop gericht was om verdachte en medeverdachte nadeel toe te brengen. Het hof acht de verklaringen van aangeefster en de wijze waarop zij uiteindelijk tot een aangifte komt authentiek en overtuigend. Haar worsteling om tot een aangifte te komen wordt ook inhoudelijk ondersteund in het zich in het dossier bevindende appverkeer dat zij overdag na het gebeurde in de nacht heeft gehad met getuige [betrokkene 1] . Het hof neemt verder in aanmerking dat aangeefster ten tijde van het tenlastegelegde weliswaar onder invloed van alcohol was maar oordeelt dat dit de betrouwbaarheid van haar verklaring niet in de weg staat. De manier waarop zij heeft verklaard - ook van aanvang af over het alcoholgebruik die carnavalsavond - is plausibel en navolgbaar. Voor zover er op bepaalde punten iets anders of nieuws in haar verklaring naar voren komt, heeft aangeefster daar nadere uitleg over gegeven. De essentie van haar verklaring blijft daarbij steeds gelijk. Het standpunt van de raadsman dat de verklaringen van aangeefster lijken “uit te dijen”, volgt het hof dan ook niet.
Omtrent de verklaringen van aangeefster is voor het hof geen enkele twijfel ontstaan. De verklaringen van aangeefster acht het hof dan ook bruikbaar voor het bewijs en het hof zal haar verklaringen als uitgangspunt nemen.
Zoals hierboven weergegeven, dient de juistheid van de kern van de tenlastelegging ook uit ander bewijsmateriaal dan alleen de - door het hof betrouwbaar geachte - verklaringen van aangeefster te volgen. Daaromtrent overweegt het hof als volgt.
Korte inhoud verklaring aangeefster
Aangeefsters verklaring komt er - in de kern - op neer dat zij in de nacht van 19 op 20 februari 2012 discotheek [A] net na twaalf uur verliet, teveel alcohol had gedronken, via de brug over het kanaal richting het benzinestation in de [c-straat] is gelopen, onderweg nog heeft gereageerd op Whatsappberichtjes, daar stil voor moest staan, zich niet goed voelde en even tegen een gevel stond geleund toen er een zilverkleurige auto stopte met daarin twee politieagenten die vroegen of het wel ging en of zij thuisgebracht wilde worden. Zij herkende de agenten en is op dit aanbod ingegaan. Zij dacht dat het wel verstandig was en is ingestapt. Dat zij zag dat de auto de verkeerde kant opging, dat ze zei dat ze verkeerd reden maar dat de agenten zeiden dat de ronde wel moest worden afgemaakt. Aangeefster verklaart dat het gesprek vervolgens over seks ging, de agent op de passagiersstoel haar, terwijl de auto reed, heeft gevingerd in haar vagina, de auto vervolgens stopte, beide achterportieren opengingen en dat terwijl zij ruggelings op de achterbank lag de ene agent haar in haar mond penetreerde terwijl de andere agent - vanaf het andere achterportier - haar kort in haar vagina penetreerde. Vervolgens is aangeefster door de agenten bij de woning van haar oma aan de [a-straat] in [plaats] - alwaar zij verbleef - gebracht.
Het hof overweegt dat deze verklaring van aangeefster ondersteuning vindt in ander bewijs.
Camerabeelden
Het dossier bevat camerabeelden van de nacht van 19 op 20 februari 2012 bij [A] te [plaats] . Deze camerabeelden zijn door het hof bekeken. Een gedeelte van deze beelden is ter zitting in hoger beroep op 17 september 2020 getoond. Daarnaast bevinden zich in het dossier twee processen-verbaal van verbalisant [verbalisant 4] , die die beelden bekeken en beschreven heeft.
[…]
[verbalisant 4] heeft in zijn tweede proces-verbaal van bevindingen – juist ter toetsing van de mogelijkheid of aangeefster die nacht bij [A] terug is geweest – de beelden over het gehele tijdvak van 00.03.36 uur tot 01.30.30 uur uitgekeken en heeft gerelateerd dat aangeefster of een op haar gelijkend persoon in dat tijdsbestek niet is waar te nemen. Gevoegd bij de verklaring van de getuige [betrokkene 6] – die heeft gezegd dat de discotheek die avond en nacht slechts via één en naast elkaar gelegen in- en uitgang toegankelijk was en dat het niet mogelijk was de discotheek op een andere wijze binnen te komen – ziet het hof geen aanleiding voor de conclusie dat aan [verbalisant 4] constatering dat aangeefster die nacht niet is teruggekeerd, moet worden getwijfeld.
[…]
Het hof stelt vast dat op de camerabeelden te zien is dat aangeefster rond middernacht [A] heeft verlaten. Het hof heeft hierbij gelet op de zichtbare roze pruik en boa, de jas die tot ongeveer de knie reikt, het zichtbare streepje jurk, de laarzen en het stukje van haar benen dat zichtbaar is. De beschrijving van [verbalisant 4] op dit punt (het verlaten van [A] ) komt overeen met de waarneming van het hof en is ter zitting door de verdediging niet betwist. Deze waarneming komt bovendien naar het oordeel van het hof overeen met de foto van aangeefster in het dossier, waarop zijzelf, inclusief een deel van haar outfit, in een spiegel zichtbaar is.
Vervolgens heeft het hof waargenomen dat, op de camera die staat gericht op een deel van het terras van [A] , grenzend aan de straat, vanaf 00.01.34 uur bovenin beeld achter de auto beweging zichtbaar is. Daarna is te zien dat een persoon op de hoek van het terras, bij de terrasafzetting, enkele minuten stilstaat. Het hof heeft ter zitting waargenomen dat er op dat moment een lichtpuntje aan de bovenzijde van de persoon zichtbaar is, evenals een lichtpuntje op borsthoogte. Ook heeft het hof waargenomen dat de armen van deze persoon voor de borst zichtbaar zijn met iets lichts, alsook dat het hoofd van deze persoon verlicht wordt. Voorts heeft het hof waargenomen dat een roze schijnsel te zien is bij het hoofd, en dat laarzen en daarboven lichtere punten - hetgeen stukjes van het been van deze persoon zouden kunnen zijn - zichtbaar zijn. Het silhouet van deze persoon bij de terrasafzetting, zoals het hof heeft waargenomen, komt naar het oordeel van het hof overeen met de beschrijving door [verbalisant 4] van aangeefster zoals zij zichtbaar is wanneer zij [A] verlaat, evenals met de hiervoor opgenomen beschrijving door het hof van aangeefster die [A] verlaat. De duiding van [verbalisant 4] dat aangeefster om 00.02.06 uur ter hoogte van de glazen terrasafzetting kennelijk met haar telefoon in de weer is, acht het hof niet onbegrijpelijk tegen de achtergrond van de hierboven weergegeven positie van de armen en de zichtbare lichtpuntjes bij borst en hoofd. Daarbij past ook hetgeen hierna nog wordt overwogen over het Whatsappverkeer op en rond dat tijdstip, met name gezien het door aangeefster aan de getuige [betrokkene 1] om 00.03 uur gestuurde Whatsappbericht.
Het hof heeft tevens op de beelden waargenomen dat een opvallende politieauto om 00.03.03 uur het beeld in komt rijden en stil gaat staan. Om 00.03.12 uur rijdt een andere, schijnbaar lichtgekleurde auto, vierdeurs hatchback, het beeld in, stopt naast de opvallende politieauto en blijft enige tijd staan. Om 00.04.10 uur rijdt de tweede auto rechtdoor uit beeld. Even daarna rijdt de opvallende politieauto ook weg. Dat, zoals de verdediging heeft betoogd, uit de beelden niet is af te leiden dat die tweede (onopvallende) auto een Volkswagen Golf is, zodat dat - bij gevolg - de dienstauto van verdachte( n ) niet kan zijn, volgt het hof niet. Hierbij is ook van belang dat hetgeen op die beelden is te zien, past bij de verklaring van getuige [verbalisant 5] .
De als getuige gehoorde aspirant van politie, [verbalisant 5] , heeft over dat moment verklaard dat hij samen met zijn collega [verbalisant 6] en collega's [verbalisant 7] en [verbalisant 8] in de nacht van 19 op 20 februari 2012 rond 23.30 uur op een melding van een beroving afging die had plaatsgevonden in [A] . [verbalisant 5] heeft verklaard dat hij, toen [verbalisant 6] en hij langs het kanaal richting [A] reden in hun opvallende politievoertuig, zag dat verdachten hun achterna reden. Verdachten reden in een onopvallende Volkswagen Golf. Toen zij bij [A] aankwamen, hebben [verbalisant 6] en hij hun voertuig gestopt voordat zij de parkeerplaats opreden. Daarna stopte verdachte [verdachte] hun voertuig naast dat van hen. Ze hebben toen nog met elkaar gesproken, waarna verdachten zijn doorgereden en aangaven dat zij aan de andere kant van de discotheek gingen kijken. [verbalisant 5] is met zijn collega de parkeerplaats op gereden.
Op basis van bovenstaande waarnemingen van [verbalisant 5] in combinatie met hetgeen het hof hierboven heeft waargenomen op de beelden omtrent de opvallende politieauto en de tweede auto die in beeld komt, houdt het hof het ervoor dat de tweede - op de beelden lichtgekleurde - auto de dienstauto van verdachten betreft. [verbalisant 4] constatering dat het een Volkswagen Golf is, is naar het oordeel van het hof ook goed te volgen gezien de waargenomen grootte en het model van de auto. De door [verbalisant 4] gemelde bevinding dat het om een lichtgekleurde auto gaat, past naar het oordeel van het hof bovendien bij de kleur van de bij verdachten in gebruik zijnde dienstauto ( [kenteken] ) op die avond, zoals die in de kennisgeving van inbeslagneming is vermeld: zilverkleurig.
Hier komt nog bij dat verdachte in zijn verhoor bij de politie de verklaring van [verbalisant 5] in zoverre heeft bevestigd waar hij heeft verklaard dat hij van een grijze Volkswagen Golf gebruik maakte tijdens zijn dienst, de sleutels van deze auto, de 64.18 heeft gepakt, en [verbalisant 5] en [verbalisant 6] heeft gesproken aan de [d-straat] voor [A] of bij de parkeerplaats.
Wat betreft het door de verdediging opgeworpen punt dat uit de beelden niet valt af te leiden dat aangeefster om 4 minuten na middernacht de weg oversteekt in de richting van de voetgangersbrug overweegt het hof dat op de beelden te zien is dat de persoon (het hof begrijpt: aangeefster) die op de hoek van het terras van [A] stil staat, om 00.04.02 uur schuin over de weg uit het beeld weg loopt, van [A] vandaan. Raadpleging van Google Maps leert dat in de richting waarin zij loopt, zich een voetgangersbrug en de [c-straat] bevinden. Ook hier acht het hof de beschrijving en conclusie van [verbalisant 4] in het door hem opgestelde proces-verbaal adequaat en evenzeer bruikbaar voor het bewijs.
Screenshots Whatsapp
Ondersteuning van de door aangeefster geschetste gang van zaken, juist voor wat betreft de tijdstippen, is voorts te vinden in het Whatsappverkeer in die nacht tussen 00.03 uur en 01.10 uur.
Omtrent de door aangeefster aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2] gestuurde WhatsApp-berichten heeft de rechtbank in dat verband het volgende overwogen:
“Op 20 februari 2012 tussen 00:05 en 00:09 uur heeft aangeefster via Whatsapp contact met getuigen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] waarin aangeefster vermeldt dat ze er niets aan vindt en te veel gedronken heeft. Om 01:07 uur whatsappt aangeefster naar [betrokkene 1] het bericht “politie (ook van toen heeft mij thuis gebracht) na seks.” En om 01:08 uur het bericht “bah!”. Om 01:10 uur whatsappt aangeefster naar [betrokkene 2] het bericht “politie wou sex!” "bah!”.”
Het hof neemt bovenstaande overweging van de rechtbank over. Het hof acht de screenshots waarop bovenstaande WhatsApp-berichten leesbaar zijn, bruikbaar voor het bewijs. Zoals hiervoor overwogen, blijkt uit het onderzoek aan de telefoon van aangeefster dat de tijd op haar telefoon synchroon liep met de daadwerkelijke tijd. Het hof heeft voorts geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de tijd die op de screenshots van de Whatsappberichten op de telefoons van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zichtbaar is.
In dat verband overweegt het hof aanvullend dat het eerdere in de nacht van 20 februari 2012, namelijk om 00.03 uur, gestuurde Whatsappbericht naar [betrokkene 1] (met als tekst “Bijna ...”) naadloos past bij de beschrijving van [verbalisant 4] zoals hierboven weergegeven, namelijk dat aangeefster van 00.02.06 tot 00.04.02 zichtbaar stilstaat waarbij zij kennelijk bezig is met haar telefoon.
AVLS en Telecom
Uit het door deskundige J.A.M. Bontekoe opgestelde rapport van 11 december 2014 genaamd "Onderzoek AVL", komt naar voren dat de auto van verdachte en medeverdachte op 20 februari 2012 zich rond middernacht in de omgeving van onder meer de [d-straat] en de [c-straat] in [plaats] heeft bevonden, om 00.30.28 is gestopt bij de [e-straat] , dat de auto om 00.52.04 van daar weer is gaan rijden en zich rond 01.01 uur heeft bevonden in (de omgeving van) de [a-straat] in [plaats] .
Uit het rapport "Schouwing van onderzoek GSM/UMTS netwerk" van 27 mei 2014, opgesteld door deskundige C.A. van Holten, blijkt dat op de mobiele telefoon met IMSI [003] en MSISDN [telefoonnummer] (
het hof begrijpt: de telefoon van aangeefster) tussen middernacht en één uur 's nachts activiteit is en dat die zich door het netwerk beweegt. Op basis van de printgegevens kan worden gezegd dat in dit uur de mobiel zich op enig moment in de cellen 43771, 4154, 43776 en 56939 heeft bevonden. Uit een combinatie van de dekkingsanalyse en de printgegevens blijkt dat de mobiel rond middernacht vanuit de omgeving van het basisstation aan de [f-straat] in [plaats] zich naar het westen heeft begeven. [plaats] ligt westelijk van [plaats] . Verder blijkt dat de mobiel zich gedurende 25 minuten heeft bevonden in het dekkingsgebied van cell 4154, binnen het dekkingsgebied waarvan zich de [...] bevindt. En voorts blijkt daaruit dat de mobiel zich tussen 00.45 uur en 01.00 uur in oostelijke richting begeeft, richting [plaats] . Ook blijkt daaruit dat de mobiel zich tussen één uur 's nachts en negen uur 's ochtends bevond aan de westkant van [plaats] in het dekkingsgebied van cell 56393, en dat er dan geen actieve datacommunicatie meer plaatsvindt.
In het NFI-rapport van 7 januari 2015, opgesteld door deskundige R.M. van der Knijff, getiteld "Locatiegegevens uit het AVLS systeem van voertuig [004] op 19 en 20 februari 2012", staat weergegeven dat er geen bijzonderheden zijn geconstateerd rondom het functioneren van het GPS systeem op 19 en 20 februari 2012.
Zoals hiervoor overwogen neemt het hof de verklaring van aangeefster als betrouwbaar uitgangspunt. De tijdsspanne die zij daarin noemt, past in het door Bontekoe verrichte AVLS-onderzoek en het telecomonderzoek zoals dat is verricht door Van Holten. De daaruit naar voren komende verplaatsingen van de mobiel van aangeefster en de verplaatsing van het dienstvoertuig overlappen elkaar in tijd en plaats in de in de rapportages weergegeven afgelegde trajecten. […]
Naar het oordeel van het hof ondersteunen de deskundigenrapporten de verklaring van aangeefster op de punten:
- dat zij door verdachte en medeverdachte wordt opgepikt in [plaats] iets na middernacht - even na het moment waarop zij Whatsappberichtjes heeft gestuurd aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ;
- dat zij met verdachten in de auto, na enige tijd gereden te hebben, heeft stilgestaan;
- dat zij rond 01.00 uur terug is gekomen bij haar oma aan de [a-straat] in [plaats] .
Dat laatste moment ligt dicht bij het tijdstip waarop aangeefster naar [betrokkene 1] de volgende berichten stuurt: “politie (ook van toen heeft mij thuis gebracht) na seks.” En naar [betrokkene 2] de berichten “bah!” en “politie wou sex!” “bah!”.
De AVLS-gegevens van de dienstwagen van verdachten bevestigen naast het bovenstaande de aanwezigheid van verdachte en zijn medeverdachte met hun dienstauto rond middernacht bij [A] aan de [d-straat] alwaar aangeefster op dat moment vertrok en enige tijd zichtbaar aan de voorzijde van het pand heeft gestaan. Het voorgaande vindt ook weer bevestiging in de beschrijving van de camerabeelden door verbalisant [verbalisant 4] en in hetgeen collega politieman [verbalisant 5] verklaart.
Op basis van die AVLS-gegevens kan vervolgens worden vastgesteld dat die Golf met verdachten zich om 00.03.59 uur vanaf de [d-straat] door een aantal straten in [plaats] heeft begeven en om 00.10.40 uur op de [c-straat] stil is gaan staan. De door [verbalisant 4] beschreven zichtbare auto aan de overzijde van het kanaal past in de AVLS-registratie op dat moment.
Forensisch onderzoek
Het Nederlands Forensisch Instituut heeft onder meer de jas en haren van aangeefster onderzocht op DNA-sporen. Op het linker voorpand van de jas, op de rand onder de kraag, is een DNA-hoofdprofiel van medeverdachte [medeverdachte] aangetroffen. Het NFI heeft in het rapport van 27 april 2012 opgenomen dat op grond van de resultaten van het onderzoek naar de aanwezigheid van spermavloeistof en op grond van de resultaten van het DNA-onderzoek aan het celmateriaal in de stringente lysisfractie van deze bemonstering (AACM2653NL#01) kan worden geconcludeerd dat de bemonstering sperma bevat dat afkomstig kan zijn van medeverdachte [medeverdachte] . De kans dat het DNA-profiel van een ander dan medeverdachte [medeverdachte] is, is kleiner dan één op één miljard. Deze conclusie is niet door de andere materiedeskundigen weersproken, zodat het hof hiervan uitgaat.
Medeverdachte [medeverdachte] heeft bij wijze van verklaring voor de aanwezigheid van zijn DNA-profiel - zakelijk weergegeven - (na inhoudelijke wijziging van die verklaring in de loop van de procedure ) uiteindelijk de volgende verklaring afgelegd.
Op zondagavond 19 februari 2012 omstreeks 19.20 uur heeft hij seksueel contact gehad met [betrokkene 8] . Medeverdachte [medeverdachte] is daarbij klaargekomen in de vagina van [betrokkene 8] . Daarna is hij naar het politiebureau gegaan om zijn dienst te beginnen. Op het toilet heeft hij met een vochtig doekje zijn geslachtsdeel en de binnenzijden van zijn onderbroek en zijn dienstbroek schoongemaakt. Dit doekje heeft hij in een plastic zakje gedaan en in zijn broekzak gedaan. Daarna heeft hij niet zijn handen gewassen. Omstreeks 20.30 uur is hij in de politieauto gestapt en zag hij dat de achterbank vies was. Met het doekje uit het plastic zakje in zijn broekzak heeft hij de achterbank schoongemaakt door over het oppervlak van de achterbank te vegen. Die nacht rond 01.00/02.00 uur is aangeefster in de politieauto gestapt en is ze een aantal malen omgevallen. Bij aangeefster thuis (
het hof begrijpt: het huis van haar oma) heeft medeverdachte [medeverdachte] de portierdeur geopend en heeft hij haar ondersteund, samen met verdachte [verdachte] . Hierbij hing aangeefster tussen beide verdachten in en leunde op hen. Medeverdachte [medeverdachte] heeft aangeefster bij haar armen vastgehad, vermoedelijk met een hand onder de oksel.
Het hof volgt deze verklaring van de medeverdachte niet. Het hof stelt allereerst vast dat medeverdachte [medeverdachte] in zijn scenario niet consequent is geweest. Dit doet – hoe dan ook – afbreuk aan de geloofwaardigheid daarvan. De verklaring van medeverdachte [medeverdachte] vindt evenmin ondersteuning in de verklaring van [betrokkene 8] over de seks met haar. Zij heeft weliswaar inderdaad verklaard over seksueel contact op die zondagavond van het carnavalsweekend 2012, maar vertelt anders over de wijze waarop dat plaatsvond. Zij verklaart in de avond thuis te zijn opgepikt door verdachte en de medeverdachte tezamen terwijl zij gezamenlijk dienst draaiden, dat zij in politie-uniform waren en dat zij in de dienstauto – die zij als een grijze VW Polo of Golf omschrijft - op de achterbank met beide verdachten (terwijl de auto stilstond in de buurt van [...] , vlak bij camping [...] en de oude steenfabriek) seksuele handelingen heeft verricht. Het scenario van medeverdachte [medeverdachte] omvat een andere gang van zaken en ontbeert daarmee feitelijke grondslag. Het hof acht de verklaring niet geloofwaardig.
Het hof stelt vast dat aangeefster heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] zijn penis in de mond van aangeefster heeft gedaan en is klaargekomen. Het hof acht de vindplaats, te weten op het linker voorpand van de jas, op de rand onder de kraag, van het DNA spoor passend bij de verklaring van aangeefster over de feitelijke toedracht van de seksuele handelingen van medeverdachte [medeverdachte] , ook nu aangeefster desgevraagd bij de rechter-commissaris heeft verklaard een deel van het sperma te hebben uitgespuugd.
[…]
De (alternatieve) verklaring van verdachte en medeverdachte
Verdachte en medeverdachte hebben de tenlastegelegde feiten ontkend. Zij hebben verklaard dat zij aangeefster inderdaad hebben opgepikt en in hun dienstauto bij haar oma hebben afgezet, maar zij geven aan dat dit op een later tijdstip in diezelfde nacht heeft plaatsgevonden.
Het hof stelt allereerst vast dat het door verdachten aangevoerde alternatieve scenario wordt bestreden door de hiervoor genoemde betrouwbaar geachte bewijsmiddelen.
Daarbij overweegt het hof nog het volgende. De in het kader van het alternatieve scenario door de verdediging gesuggereerde mogelijkheid dat aangeefster na haar vertrek rond middernacht later in die nacht is teruggekeerd naar [A] , waarna zij dus later door verdachten is meegenomen, wordt onder meer bestreden door het tweede proces-verbaal van verbalisant en buitengewoon opsporingsambtenaar [verbalisant 4] waarin hij onderzoek heeft gedaan naar de vraag of aangeefster na haar eerste vertrek is teruggegaan. Dat blijkt aldus het proces-verbaal van [verbalisant 4] niet het geval. Het hof stelt daarnaast vast dat dit resultaat van het onderzoek past bij de verklaring van aangeefster en de overige bevindingen rondom de tijdstippen. De door de verdediging genoemde verklaring van [betrokkene 7] maakt het oordeel van het hof niet anders, nu deze verklaring op zich zelfstaat, terwijl [betrokkene 7] bij het tijdstip bovendien over “ongeveer” spreekt.
Verder valt ook het latere tijdstip waarop verdachte en medeverdachte verklaren dat zij aangeefster zouden hebben opgepikt, niet te rijmen met het tijdstip waarop aangeefster heeft verklaard te zijn thuisgekomen. Dat door aangeefster genoemde tijdstip van thuiskomst wordt, nog afgezien van de AVLS-gegevens, inhoudelijk ondersteund door de Whatsappberichten die zij aan [betrokkene 1] en [betrokkene 2] heeft verstuurd en waarin zij zich juist direct na 01.00 uur uitlaat over het gegeven dat zij door de politie is thuisgebracht nadat er seks is geweest. In het scenario van verdachten had rond dat tijdstip echter nog geen contact met aangeefster plaatsgevonden. Volgens de in de politiemutatie in BVH neergelegde lezing van verdachten, gebeurde dat thuisbrengen pas rond 01.32 uur. Een en ander draagt niet bij aan de aannemelijkheid van het door verdachten geschetste alternatieve scenario.
Het hof ziet dan ook geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat aangeefster na een eerder vertrek is teruggekeerd naar [A] en daarna nog naar huis is gebracht. Het hof vindt ook overigens in het dossier geen objectieve ondersteuning voor het door verdachten aangedragen alternatieve scenario. Evenmin in de tijdstippen die de oma van aangeefster noemt, nu het hof de beschrijvingen van oma als benaderingen van de tijd leest waar zij over “rond” de klok en “tegen” half één verklaart.
Het hof acht het scenario niet aannemelijk geworden.
Emotionele situatie aangeefster
Het hof heeft tot slot nog in aanmerking genomen dat oma aangeefster in de nacht direct na thuiskomst heeft gezien en gesproken. Ze zag dat aangeefster opgezwollen ogen had. Oma duidt dit alsof aangeefster had gehuild. Zij hoorde aangeefster op haar vraag of het leuk was geweest, zeggen dat zij daar niet over kon praten. Oma zag de volgende ochtend een kapot mens, een angstige vogel, hypernerveus en radeloos, terwijl zij aangeefster zo niet kent. Aangeefster vertelde oma de volgende dag uiteindelijk dat de alcohol niet goed was gevallen, ze die nacht langs de veilige kant naar huis wilde lopen, werd aangesproken door de politie. Dat ze met z’ n tweeën aan de gang waren geweest en dat ze dacht dat ze veilig was. Dat ze vreselijk heeft gehuild.
Het hof is van oordeel dat de wijze waarop aangeefster door oma is aangetroffen die nacht, haar emotionele toestand ook de volgende dag en de wijze waarop aangeefster oma te woord heeft gestaan ondersteuning biedt voor de verklaring die aangeefster over het misbruik door verdachten heeft afgelegd.
Conclusie
Gelet op het hiervoor overwogene, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de - betrouwbaar geachte - verklaringen van aangeefster op meerdere onderdelen genoegzaam worden ondersteund door de inhoud van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. Het hof stelt vast dat die bewijsmiddelen niet op zichzelf staan en elkaar op verschillende onderdelen telkens ondersteunen.
[…]
Functionele relatie
De raadsman heeft - zakelijk weergegeven - betoogd dat geen sprake is geweest van een functionele afhankelijkheid die ervoor heeft gezorgd dat de wilsvrijheid van aangeefster werd beperkt, waardoor het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde feit niet bewezen kan worden.
Het hof overweegt als volgt.
In de nacht van 19 op 20 februari 2012 draaide verdachte samen met de medeverdachte als politieagenten een horecadienst. Niet in discussie is dat verdachte tezamen met zijn medeverdachte als dienstdoend politieman toen was belast met de wettelijke taak de rechtsorde te handhaven en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. Zij maakten tijdens hun werkzaamheden die nacht gebruik van een dienstauto en waren gekleed in politie-uniform. Zij spraken aangeefster tijdens hun surveillance aan vanuit hun dienstauto en informeerden of het wel ging. Vervolgens hebben zij aangeefster gevraagd of zij thuis gebracht wilde worden.
Het hof twijfelt niet aan de dronkenschap van aangeefster zoals door haarzelf beschreven. Aangeefster is op het aanbod ingegaan en vond het fijn dat zij naar huis kon worden gebracht en - aldus haar verklaring - het voelde goed dat het politie was waarin zij vertrouwen had.
De geformaliseerde relatie tussen verdachte en medeverdachte enerzijds en aangeefster anderzijds ziet op de manier waarop aangeefster werd meegenomen in de dienstauto. Zij heeft, zoals te lezen valt in de woordelijke uitwerking van het eerste verhoor, zelf verklaard dat zij bij verdachte en medeverdachte in de auto stapte omdat zij zag - en van een eerdere ontmoeting wist - dat het agenten waren. Hun kwaliteit als politiebeambten zorgde er dus voor dat aangeefster is ingestapt. Indachtig de idee dat de politie er is om hulp te bieden aan hen die die nodig hebben, is het gegeven dat aangeefster in haar beschonken en op dat moment door de nachtelijke straten alleengaande toestand bij verdachten instapte, begrijpelijkerwijs te koppelen aan het feit dat verdachten politieagenten waren. Die omstandigheid maakt dan ook dat zij aan de waakzaamheid van verdachte en medeverdachte in hun hoedanigheid van politieagenten was toevertrouwd. Gelet op aangeefsters verklaring in het eerste verhoor was er voor wat betreft het seksuele contact dat weinig later plaats vond voorts geen sprake van een reële positieve beslissing dan wel van actieve vrijwilligheid van de kant van aangeefster om mee te doen. Uit het dossier volgt dat voor haar op dat moment de functionele relatie die zij met de agenten in de auto had een rol heeft gespeeld in haar handelen in de auto bij de seksuele handelingen die de agenten bij haar verrichtten. Zij verklaart dat zij na thuiskomst huilde en het helemaal niet heeft gewild.
Door te handelen zoals verdachte en zijn medeverdachte onder de gegeven omstandigheden van die nacht hebben gedaan, hebben zij dan ook misbruik gemaakt van een gelegenheid die hen door hun ambt als politieambtenaar was geschonken.
Bewezenverklaring van het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde feit
Het hof acht, gelet op het voorgaande, het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.