Conclusie
1.Overzicht
Inleiding
Deichmann [5] heeft het Hof afgeleid dat uitvoeringsverordening (EU) 2016/223 geldig is en dat de Commissie bevoegd was de lidstaten te gelasten alle verzoeken om terugbetaling aan te houden. In hetzelfde arrest heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat het wederinstellen van de antidumpingrechten niet in strijd is met het verbod op terugwerkende kracht. Naar het oordeel van het Hof is het van belanghebbende geheven antidumpingrecht gebaseerd op een deugdelijke rechtsgrondslag en derhalve wettelijk verschuldigd. Uit
Deichmannvolgt naar het oordeel van het Hof niet dat de Inspecteur gehouden was het geheven antidumpingrecht terug te betalen en, indien de navorderingstermijn nog niet was verstreken, een nieuwe uitnodiging tot betaling uit te reiken.
Deichmann. Volgens de toelichting op de middelen had de Inspecteur eerst moeten overgaan tot terugbetaling en daarna opnieuw moeten meedelen, hetgeen niet meer mogelijk was omdat de termijn daarvoor was verstreken. Middel 5 betoogt tot slot dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat uitvoeringsverordening (EU) 2016/1731 [7] geldig is.
2.Zijn de betaalde antidumpingrechten wettelijk verschuldigd?
Transport Maatschappij Traffic [8] heeft het Hof van Justitie bepaald dat het ontstaan van een douaneschuld voorafgaat en losstaat van de mededeling van de rechten. De mededeling kan niet van invloed zijn op het bestaan van de douaneschuld. Dit betekent dat het bedrag van de rechten bij invoer wettelijk verschuldigd blijven in de zin van artikel 236, lid 1, CDW, ook als dit bedrag niet in overeenstemming met artikel 221, lid 1, CDW aan de schuldenaar is meegedeeld. In het geval van Transport Maatschappij Traffic was de douaneschuld meegedeeld door een niet bevoegde autoriteit, maar dit was dus niet van invloed op het wettelijk verschuldigd zijn van de rechten.
Road Air Logistics Customs [9] . In de zaak die tot dat arrest heeft geleid hadden de douaneautoriteiten de aangever niet gewezen op de mogelijkheid dat hij binnen een zekere termijn bewijs kon leveren over de plaats waar de douaneschuld is ontstaan. Op grond van vaste rechtspraak van het Hof van Justitie heeft dit tot gevolg dat de douaneautoriteiten niet tot inning van de rechten mogen overgaan. Echter, dit betekent niet dat de rechten niet wettelijk verschuldigd zijn.
Ikea Wholesale [10] heeft het Hof van Justitie uitgelegd dat wanneer het Hof van Justitie een verordening waarbij antidumpingrechten zijn ingesteld ongeldig heeft verklaard, een importeur zich bij de nationale rechter op de ongeldigheid kan beroepen als van hem rechten zijn geheven op grond van die verordening en in beginsel recht op terugbetaling heeft van die rechten. [11]
C & J Clark International [14] heeft het Hof van Justitie deze verordeningen ten aanzien van bepaalde producenten-exporteurs ongeldig verklaard. Het betreft de producenten-exporteurs die de door belanghebbende ingevoerde goederen hebben geproduceerd.
Ikea Wholesaleen met artikel 236, lid 1, CDW. Echter, ook hierover heeft het Hof van Justitie een arrest gewezen. In
Deichmann [16] oordeelde het Hof van Justitie dat de Commissie van deze bevoegdheid gebruik mag maken. Het Finanzgericht Düsseldorf heeft in laatstgenoemde zaak de prejudiciële vraag gesteld of verordening (EU) 2016/223 geldig is, onder meer vanwege het bevel dat de Commissie over het niet-terugbetalen heeft gegeven.
In die context kan artikel 236 van Pro het douanewetboek niet aldus worden uitgelegd dat het de Commissie verbiedt de nationale autoriteiten te gelasten, pas te beslissen op de verzoeken om terugbetaling van die antidumpingrechten wanneer de procedure is afgerond die het haar juist mogelijk moet maken dat verschil te berekenen.”
Deichmanneen vraag gesteld, meer in het bijzonder of het opnieuw instellen van de rechten niet in strijd is met het verbod van terugwerkende kracht of met de verjaringsregel van artikel 221, lid 3, CDW. Op beide punten oordeelt het Hof van Justitie dat het opnieuw instellen van de rechten niet in strijd is met voormelde regels. Over het verbod van terugwerkende kracht overweegt het Hof van Justitie:
Deichmann. Deichmann heeft in april 2010 zes partijen schoenen aangegeven voor het vrije verkeer. [17] De douaneautoriteiten hebben op 10 mei 2010 een aanslag antidumpingrechten vastgesteld en deze aanslag hebben zij vervolgens aan Deichmann meegedeeld. Op 4 februari 2016 heeft het Hof van Justitie in
C & J Clark International Pumade verordening op grond waarvan de antidumpingrechten waren geheven, gedeeltelijk ongeldig verklaard. Op dat moment waren de door Deichmann betaalde rechten dus niet wettelijk verschuldigd in de zin van artikel 236 CDW Pro. De Commissie heeft op 17 februari 2016 uitvoeringsverordening (EU) 2016/223 vastgesteld, welke op 19 februari 2016 in werking is getreden.
Direct Parcel Distribution Belgiumoverwoog het Hof van Justitie dienaangaande: [20]
Deichmannwellicht verklaarbaar. Pas nadat de Commissie haar onderzoek heeft afgerond en de antidumpingrechten opnieuw heeft ingesteld tegen de juiste tarieven, kunnen de douaneautoriteiten de rechten bepalen, boeken en aan de schuldenaren meedelen.
Deichmannzou dan alleen betrekking hebben op schulden die nog niet of niet geheel zijn geboekt en medegedeeld. Ik meen dat deze invalshoek de juiste is. Het toekennen van terugwerkende kracht aan de verordening, stelt de Commissie in staat het aan de oorspronkelijke verordening klevende gebrek te herstellen en uitvoering te geven aan het arrest van het Hof van Justitie waarin dit gebrek is geconstateerd. Uit
Deichmannvolgt dat de handelswijze van de Commissie geoorloofd is en dat de Commissie daarmee niet in strijd handelt met het verbod van terugwerkende kracht of met de verjaringsregel van artikel 221, lid 3, CDW.
3.Beoordeling van de middelen
Deichmannvolgt dat deze handelswijze van de Commissie geoorloofd is.