Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten zoals vastgesteld door het Hof
BNB1996/274 [10] (hierna: het Fagoed-arrest) heeft belanghebbende ervoor gekozen om op de balans de boekwaarde van de volle eigendom (€ 761.310) te handhaven en ter zake van de overdracht aan [B] een schuld te boeken ter grootte van de prijs waarvoor de grond op de voet van artikel 23 van Pro de onder 2.4 genoemde akte kon worden teruggekocht.
3.Het geding in cassatie
4.Literatuur
Juridisch kader
BNB2015/180. [11]
Tijdschrift voor Agrarisch Recht2015 de agrarische erfpachtfinanciering uitgebreid uiteengezet. [12] Men spreekt volgens De Koe van erfpachtfinanciering of financieringserfpacht als een agrariër bij de financiering van de aankoop van landbouwgrond gebruikmaakt van een erfpachtconstructie. Ik beperk deze uiteenzetting tot de variant waarbij de agrariër de grond eerst zelf koopt en (direct) weer doorverkoopt aan een belegger tegen betaling van een koopsom die is gebaseerd op een percentage (doorgaans 70% [13] ) van de marktwaarde in vrij opleverbare staat [14] (de hoofdsom), onder gelijktijdige uitgifte van tijdelijke erfpacht op dezelfde grond aan de agrariër.
5.Beoordeling
Middel 1
Belanghebbende ging niet na 1998 het volledige belang bij de waardeveranderingen van de grond aan, zodat hij niet de economische eigendom van de grond bezat.
geen ‘doorbetaling’ aan [B] van de aan belanghebbende toekomende meerwaarde
Door gebruik te maken van de bevoegdheid uit de onderhandse overeenkomst tot gezamenlijke verkoop van de grond met [B] zal deze niet meer ‘terugkeren’ in de onderneming van belanghebbende door gebruikmaking van het (reguliere) terugkooprecht.
In 2008 is ter zake van het recht van terugkoop niet enig bedrag aan belanghebbende ten goede gekomen.