Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Inleiding
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een beklag van klaagster tegen de voortduring van het beslag op een personenauto waarin een verborgen ruimte was aangetroffen. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beklag ongegrond omdat het belang van de strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag. De auto werd gecontroleerd na een melding van internationale georganiseerde criminaliteit en bij de bestuurder werd contant geld aangetroffen, waarna hij werd aangehouden op verdenking van witwassen.
De rechtbank oordeelde dat voortduring van het beslag noodzakelijk is voor de waarheidsvinding en achtte het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter de auto zal onttrekken aan het verkeer, mede vanwege de verborgen ruimte. Klaagster voerde aan dat zij niets wist van de verborgen ruimte en dat de beslaglegging haar ernstig zou benadelen, maar dit werd niet voldoende onderbouwd.
Het cassatieberoep richtte zich tegen de motivering van de rechtbank, met name de inschatting over de onttrekking aan het verkeer en het ontbreken van een voorwaardelijke teruggave. De conclusie van de procureur-generaal stelt dat het middel faalt omdat de rechtbank ook een andere grond voor voortduring heeft aangevoerd en de wet geen mogelijkheid biedt tot voorwaardelijke teruggave in een beklagprocedure. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de auto met verborgen ruimte blijft gehandhaafd.