Conclusie
“doodslag”en onder 2
“een lijk wegmaken met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden te verhelen”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaar, met aftrek van voorarrest, en terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Voorts heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals vermeld in het arrest.
Zaak met parketnummer 16- 706528-18:
Het hof zal hieronder uiteenzetten op grond waarvan het wettig én overtuigend bewezen acht dat verdachte het hem onder 1 primair tenlastegelegde, te weten: doodslag op [slachtoffer], heeft gepleegd. Het onder 2 tenlastegelegde wegmaken van haar lichaam wordt uiteindelijk door verdachte erkend.
1.Feitelijke vaststellingen gebeurtenissen en onderzoek
2.De verklaringen van verdachte
”.
.”
op zichzelfis, ten opzichte van de waarschijnlijkheid van het scenario van het OM.
mogelijkis dat het bewijsmateriaal wordt aangetroffen, moet namelijk ook aandacht worden besteed aan de
waarschijnlijkheidvan het bewijsmateriaal ingeval het OM-scenario respectievelijk ingeval het alternatieve scenario correspondeert met de werkelijkheid. Niet uitgesloten is dat het scenario waarop het OM de tenlastelegging heeft gestoeld voor dat bewijsmateriaal een (veel) betere verklaring geeft dan het alternatieve scenario. Alsdan is het bewijsmateriaal (veel) meer waarschijnlijk onder de door het scenario van het OM geschetste omstandigheden dan onder de omstandigheden die door het alternatieve scenario worden belicht. Dus ook indien het alternatieve scenario niet categorisch kan worden uitgesloten, hoeft niets de rechter te beletten om bij de waardering van het bewijsmateriaal rekening te houden met een significant verschil in de mate waarin het bewijsmateriaal het ene scenario ondersteunt (dan wel ondergraaft) ten opzichte van de mate waarin het bewijsmateriaal het andere scenario ondersteunt (dan wel ondergraaft).
onbegrijpelijkis dat het hof het betreffende bewijsmateriaal überhaupt in zijn weging heeft betrokken. Indien dat inderdaad onbegrijpelijk is, dringt de vraag zich op of het door de klacht blootgelegde defect de gehele bewijsvoering substantieel aantast. Immers, alleen dán heeft de klacht in cassatie kans van slagen.
“verdachte moeizaam met concrete informatie en feiten kwam op de kritische vragen die de politie stelde over hetgeen in de woning van verdachte rond haar verdwijning en daar is gebeurd”;
“verdachte zijn verklaring veeleer heeft afgestemd op de inhoud van het dossier dan dat die verklaring de waarheid weergeeft”;
“dat verdachte moeizaam met concrete informatie en feiten kwam op de kritische vragen die de politie stelde”en
“dat verdachte terughoudend is waar het om voor hem belastende feiten gaat”.
wijzewaarop de verdachte tijdens zijn verhoor van 25 april 2022 heeft gereageerd op de aan hem gestelde, kritische vragen. In essentie klaagt de steller van het middel (slechts) dat ‘s hofs waardering op dit punt onjuist zou zijn omdat de verdachte tijdens het verhoor telkens antwoord heeft gegeven op vragen die de politie hem stelde. Dat laatste wordt door het hof echter ook niet betwist. Het gaat het hof om de
wijzewaarop de verdachte dat heeft gedaan.
belastendefeiten. De bondageseks is echter geen strafbaar feit, en ook niet als zodanig ten laste gelegd. Dat de verdachte kennelijk wel uitvoerig over de bondageseks heeft verklaard en een en ander ook heeft gedemonstreerd, doet aan het voorgaande dus niet af.
“moeilijk redengevend”kan worden geacht.
de gelegenheidheeft gehad om zijn verklaring af te stemmen op de onderzoeksbevindingen.
“moeilijk te volgen”dat deze vermeende tegenstrijdigheid iets zegt over de geloofwaardigheid van de verdachte.
nahet plegen van het (vermeende) delict, niet kan bijdragen tot het bewijs
vandat delict. Die veronderstelling is onjuist.