Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
In het geval dat de verdediging ondanks dit nodige initiatief beperkingen heeft ondervonden in de mogelijkheid om de authenticiteit en de betrouwbaarheid van het bewijs te betwisten – bijvoorbeeld omdat de persoon die de betreffende uitlatingen heeft gedaan, niet kan worden gehoord als getuige – moet worden beoordeeld of het gebruik van dergelijke uitlatingen voor het bewijs in overeenstemming is met het in artikel 6 EVRM Pro gegarandeerde recht op een eerlijk proces en de daaraan verbonden notie van de ‘overall fairness of the trial’. Bij deze beoordeling komt betekenis toe aan onder meer de aard van de uitlatingen, de door de verdediging verstrekte toelichting op haar betwisting van de uitlatingen en haar belang bij het verzochte onderzoek, de reden waarom het door de verdediging verzochte onderzoek niet kan worden uitgevoerd, het gewicht van de uitlatingen – binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek – voor de bewezenverklaring van het feit en het bestaan van compenserende factoren voor het ontbreken van een mogelijkheid om het betreffende bewijs te kunnen betwisten.
De verdediging is in hoger beroep in de gelegenheid gesteld om [betrokkene 10] , [betrokkene 11] en [betrokkene 1] te ondervragen, maar deze personen hebben zich beroepen op het hen toekomende verschoningsrecht. Daarmee was er een geldige reden waarom zij niet als getuige konden worden ondervraagd.
Daarnaast berust het bewijs van de betrokkenheid van de verdachte bij de gewapende overval niet in beslissende mate op de uitlatingen van [betrokkene 10] , [betrokkene 11] en [betrokkene 1] , maar volgt die betrokkenheid ook uit de onder 2.3.2, sub b en d, weergegeven telefonische contacten op de dag waarop de Renault Express is aangetroffen en de daar genoemde tap- en OVC-gesprekken, waaraan de verdachte deels ook deelnam.
Verder heeft het hof in aanmerking genomen dat compensatie is geboden voor de door de verdediging ondervonden beperkingen bij het onderzoek naar de betrouwbaarheid van de uitlatingen van [betrokkene 10] , [betrokkene 11] en [betrokkene 1] , nu de verdediging de audio-opnames van de betreffende gesprekken van [betrokkene 11] en [betrokkene 1] heeft kunnen beluisteren – zodat de verdediging zich daarmee een beeld heeft kunnen vormen van de wijze waarop de uitlatingen zijn gedaan en van het verloop van de betreffende gesprekken – en de verdediging de verbalisanten die betrokken waren bij het WOD-traject ten aanzien van [betrokkene 10] als getuige heeft kunnen ondervragen om daarmee duidelijkheid te verkrijgen over het verloop en de uitvoering van het WOD-traject.
Het hof heeft ook de verschillende uitlatingen op betrouwbaarheid onderzocht in samenhang met het overige bewijsmateriaal. Wat betreft de uitlatingen van [betrokkene 11] tijdens het OVC-gesprek heeft het hof daarbij betekenis toegekend aan de omstandigheid dat [betrokkene 11] nooit heeft ontkend dat het gesprek, waarin hij de voor het bewijs gebruikte uitlatingen heeft gedaan, betrekking heeft op de gewapende overval, terwijl het hof uitvoerig gemotiveerd heeft uiteengezet dat de verklaring die [betrokkene 11] op de terechtzitting van de rechtbank – aan de hand van een briefje – heeft gegeven voor de (dader)wetenschap die hij in het OVC-gesprek zou hebben geuit, ongeloofwaardig is.
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
5.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
6.Beslissing
17 oktober 2023.