Conclusie
4.Het eerste middel
hij in de nacht van 9 juli 2003 op 10 juli 2003, in de gemeente [plaats] ,
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
1. Elke lidstaat kan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie ervan in kennis stellen dat, in zijn betrekking met andere lidstaten die dezelfde kennisgeving hebben verricht, de toestemming geacht kan worden te zijn gegeven voor de vervolging, berechting of detentie met het oog op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel, van de persoon wegens enig ander vóór de overlevering begaan feit dan dat welk de reden tot de overlevering is geweest, tenzij de uitvoerende rechterlijke autoriteit in een specifiek geval in haar beslissing tot overlevering anders heeft beschikt.
5.Het tweede middel
uit het politieonderzoek bleek dat deze Irakese jongen vermoedelijk is: [verdachte] ”.Dat past volgens de stellers van het middel niet in het wettelijk systeem. Voorts wordt aangevoerd dat uit de overige bewijsmiddelen niet althans niet zonder meer kan volgen wat dat politieonderzoek heeft ingehouden.
6.Het derde middel
(ii) De verdachte bevond zich ten tijde van het instellen van hoger beroep in voorlopige hechtenis.
(iii) De zaak is op 16 mei 2018 voor het eerst behandeld door het hof.
(iv) Bij beschikking van 10 januari 2020 heeft het hof het aan het hof gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis toegewezen en is de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte bevolen met ingang van 13 januari 2020.
(v) Het hof heeft op 24 maart 2022 einduitspraak gedaan.