Conclusie
Inleiding
Het middel en de bespreking daarvan
2. Het proces-verbaal van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank te Den Haag van 3 mei 2018. Dit proces-verbaal houdt onder meer in -zakelijk weergegeven-:
verklaring van de verdachte, wonende te [plaats] :
verklaring van [betrokkene 1], wonende te [plaats] :
verklaring van [betrokkene 1]:
Subsidiair tenlastegelegde verduistering
in bewaringhadden. Zij hebben dat vervolgens echter (toch) gebruikt voor de reparatie van een huis in Frankrijk. Uit hun afgelegde verklaringen, hierboven in randnummer 6 weergegeven, volgt dat zij dat grote geldbedrag voor dat doel hebben aangewend zonder [slachtoffer] daarover in te lichten. In die verklaringen zegt de verdachte onomwonden dat deze manier van doen ‘gewoon diefstal is’ en dat zij zich schaamt. De medeverdachte laat zich in soortgelijke bewoordingen uit: ‘wij hebben samen besloten om toch maar het geld uit de kluis aan te spreken. Ik ben mij ervan bewust natuurlijk dat dit niet hoort’ en ‘het grote probleem is dat wij het niet met [slachtoffer] hebben besproken’. Daaruit maak ik op dat de verdachte en de medeverdachte volledig beseften dat het geld evident niet, dus in geen geval, aan dit doel of op deze manier mocht worden besteed omdat zij daarvoor geen toestemming hadden van [slachtoffer] .
Slotsom