ECLI:NL:HR:2011:BP4638
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verduistering door misbruik van doelgebonden schenking voor plastische chirurgie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd bewezenverklaard dat zij tussen april en juli 2006 een geldbedrag, geschonken door een derde voor plastische chirurgie, wederrechtelijk heeft toegeëigend. Het Hof stelde vast dat verdachte wist dat het geld doelgebonden was en dat zij een aanzienlijk deel van het geschonken bedrag voor andere doeleinden had aangewend, waaronder winkelen, advocaatkosten, boodschappen, casino en schulden in Suriname.
Het Hof concludeerde dat verdachte slechts rechtmatig over het geld kon beschikken voor zover het werd gebruikt voor de afgesproken doelbinding. Door het overige geld anders aan te wenden, heeft zij zich dit wederrechtelijk toegeëigend. Verdachte had bovendien haar financiële positie zodanig verslechterd dat terugbetaling bemoeilijkt werd. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het Hof dat sprake was van verduistering conform art. 321 Sr Pro.
De bewijslast bestond uit verklaringen van verdachte en getuigen, politieprocessen-verbaal, een schenkingsovereenkomst en bankgegevens. Het arrest verduidelijkt de uitleg van het begrip 'zich wederrechtelijk toe-eigenen' in de context van doelgebonden schenkingen en bevestigt dat het niet gebruiken van het geld voor het afgesproken doel strafbaar kan zijn als verduistering.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte zich wederrechtelijk heeft toegeëigend van een deel van het geschonken geld en verwerpt het cassatieberoep.