ECLI:NL:PHR:2023:22
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevel tot zekerheidstelling voor proceskosten in cassatie bij gebrek aan woonplaats in Nederland
In deze procedure vordert Staedion zekerheidstelling voor de proceskosten van het cassatieberoep van eiser, die in Singapore woont en geen woonplaats in Nederland heeft. De procedure betreft een geschil over de koop van een perceel grond waarbij eiser oorspronkelijk vorderingen deed die in eerste aanleg en hoger beroep werden afgewezen. Het hof heeft eerder een vordering tot zekerheidstelling in hoger beroep toegewezen vanwege het ontbreken van een Nederlandse woonplaats.
Staedion vordert nu zekerheid voor de proceskosten in cassatie, waaronder griffierecht, advocaatkosten en nakosten, totaal €10.272,-. Eiser heeft zich tegen deze vordering verweerd, maar de conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad is dat de vordering toewijsbaar is. Er is geen verdrag tussen Nederland en Singapore dat zekerheidstelling uitsluit, en geen uitzonderingen op grond van art. 224 lid 2 Rv Pro zijn van toepassing.
De conclusie bevat ook een toelichting op de vorm en termijn van zekerheidstelling. De zekerheid kan in beginsel worden gesteld door storting op de derdengeldenrekening van de advocaat van eiser, wat voldoet aan de eisen van behoorlijke dekking en verhaalbaarheid. Een termijn van twee weken na het arrest wordt geadviseerd, met niet-ontvankelijkheid als sanctie bij niet-stellen van zekerheid. Het verzoek om aanvullende zekerheid wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De conclusie strekt tot het bevelen van zekerheidstelling voor €10.272,- binnen twee weken en veroordeling van eiser in de kosten van het incident, met afwijzing van overige vorderingen van Staedion.
Uitkomst: Eiser wordt bevolen binnen twee weken zekerheid te stellen voor proceskosten van €10.272,-, bij gebreke waarvan niet-ontvankelijkheid in cassatie volgt.