ECLI:NL:PHR:2023:321
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onjuiste betekening dagvaarding
De verdachte werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen na de einduitspraak was ingesteld. Het hof baseerde dit op de conclusie dat de dagvaarding in eerste aanleg in persoon aan de verdachte was betekend, ondanks diens weigering de dagvaarding in ontvangst te nemen.
De advocaat-generaal betoogde dat de dagvaarding niet rechtsgeldig was betekend omdat de verdachte de dagvaarding niet had ontvangen, maar slechts was geconfronteerd met een poging tot uitreiking. De Hoge Raad bevestigt dat voor een geldige betekening vereist is dat de dagvaarding daadwerkelijk aan de verdachte is overhandigd. Weigering van ontvangst betekent niet dat de dagvaarding is betekend.
Omdat de verdachte niet op de terechtzitting was verschenen en er geen andere omstandigheden waren waaruit bleek dat hij van de zitting op de hoogte was, was het hoger beroep niet te laat ingesteld. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor nieuwe berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen wegens onjuiste betekening van de dagvaarding.