Conclusie
(de moeder)
(de raad)
(de vader)
(de GI)
1.Korte inhoud zaak en samenvatting cassatieberoep
2.Feiten en procesverloop
Zij zijn opnieuw onder toezicht gesteld bij beschikking van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 16 november 2017. De ondertoezichtstelling is laatstelijk verlengd tot 16 november 2022. [2]
- het (zelfstandige) verzoek van de moeder afgewezen;
- het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige kinderen beëindigd; en
- de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Van de mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
De wrakingskamer van het hof heeft op 20 april 2022 het wrakingsverzoek van de moeder afgewezen.
Ook van deze mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
Bij (herstel)beschikking van 22 december 2022 heeft het hof, samengevat, deze eindbeschikking ambtshalve verbeterd in die zin dat de naam van raadsheer M.L.F.J. Schyns is vervangen door de naam van raadsheer H.J.M. van Arkel-Gasselt.
De raad, de vader en de GI hebben geen verweer gevoerd.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Volgens
onderdeel 2heeft deze verbetering geen invloed op de klachten over schending van het onmiddellijkheidsbeginsel omdat uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 juni 2022 nog steeds blijkt dat het hof partijen niet heeft gewezen op de rechterswisseling en de gevolgen daarvan. Evenmin blijkt uit dat proces-verbaal dat de mondelinge behandeling opnieuw is aangevangen, terwijl de zaak tijdens de eerste mondelinge behandeling inhoudelijk is behandeld. [14]
(i) gang van zaken met betrekking tot de mondelinge behandelingen
Vervolgens is (de advocaat van) de moeder bij brief van (de griffier van) het hof van 29 april 2022 opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 21 juni 2022. In deze brief staat niet vermeld dat sprake is van een rechterswisseling. [16]
Er blijkt niet uit dat de advocaat van de moeder een pleitnota heeft voorgedragen. Evenmin is een pleitnota van de advocaat van de moeder bij het proces-verbaal gevoegd. In het in cassatie overlegde procesdossier bevinden zich echter wel spreekaantekeningen van de advocaat van de moeder (met als aanhef: “Spreekaantekeningen van mr. R.A. van den Heuvel”) voor de mondelinge behandeling van 21 juni 2022. Deze spreekaantekeningen lijken in grote mate overeen te komen met de eerder ingediende pleitnota tijdens de mondelinge behandeling op 8 maart 2022. In voetnoot 2 van de aanvullende procesinleiding wordt in dit verband opgemerkt dat het pleidooi gehouden door de advocaat van de moeder op 8 maart 2022 niet is herhaald op de zitting van 21 juni 2022.
- het hof kennis heeft genomen van de pleitaantekeningen van de advocaat van de moeder, overgelegd tijdens de mondelinge behandeling op 8 maart 2022 (rov. 2.3);
- de mondelinge behandeling is “aangevangen” op 8 maart 2022 (rov. 2.4); en
- de mondelinge behandeling is “voortgezet” op 21 juni 2022 (rov. 2.7).
Antwoord:Mr. A.J.F. Manders (voorzitter), mr. C.D.M. Lamers (raadsheer), en mr. M.J.C. van Leeuwen (raadsheer-plaatsvervanger).
Antwoord:Mr. A.J.F. Manders (voorzitter), mr. C.D.M. Lamers (raadsheer), en mr. H.J.M. van Arkel-van Gasselt (raadsheer-plaatsvervanger).
Antwoord: Nee. Wel heeft de voorzitter bij aanvang van beide mondelinge behandelingen de kamer voorgesteld aan partijen.
Antwoord: Nee. Tijdens de mondelinge behandeling op 8 maart 2022 zijn wel spreekaantekeningen overgelegd door mr. Van den Heuvel (waarnemend voor mr. Loonstein), maar op 21 juni 2022 niet.
[…] /Staat [17] , waarin (in rov. 3.4.1) tot uitgangspunt is genomen dat het – niet onbegrensde – recht van partijen hun standpunten mondeling ten overstaan van de rechter uiteen te zetten, een fundamenteel beginsel van burgerlijk procesrecht is. De Hoge Raad heeft in dit arrest vervolgens als hoofdregel geformuleerd dat een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling, behoudens bijzondere omstandigheden, behoort te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, teneinde te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegenomen bij de totstandkoming van die beslissing (rov. 3.4.2). De ratio daarvan is, aldus de Hoge Raad, dat mondelinge interactie tussen partijen en de rechter ter zitting van wezenlijke invloed kan zijn op de oordeelsvorming van de rechter, en dat dit niet altijd volledig in een proces-verbaal kan worden weergegeven, nog daargelaten dat het opmaken van een proces-verbaal niet in alle gevallen wettelijk is voorgeschreven (rov. 3.4.2 slot). [18]
[…] /Gemeente Amsterdam [20] dienaangaande geoordeeld dat voor toepassing van de in het arrest
[…] /Staatgeformuleerde regels geen grond bestaat in een geval waarin sprake is van een wisseling van een van de rechters na een op een eerdere mondelinge behandeling gevolgde uitspraak, en aan de verdere beoordeling van het geschil een tweede mondelinge behandeling voorafgaat. De reden is dat partijen in die tweede behandeling desgewenst de geschilpunten waarop in de vorige uitspraak nog niet was beslist, opnieuw of nader aan de orde kunnen stellen ten overstaan van de rechters die over die geschilpunten zullen beslissen.
To Concept/CZvan 20 maart 2020. [21] De Hoge Raad heeft in dat arrest geoordeeld dat indien op enig moment na de mondelinge behandeling vervanging noodzakelijk blijkt van een of meer rechters ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, het gerecht dit voorafgaand aan de eerstvolgende uitspraak dient mee te delen aan partijen, onder opgave van de reden(en) voor de vervanging en de beoogde uitspraakdatum. Dit geldt voor elke uitspraak waarin een rechter ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden voor het eerst door een andere rechter wordt vervangen. [22] De Hoge Raad overwoog verder dat elk van de bij de mondelinge behandeling verschenen partijen vervolgens mag verzoeken om een nadere mondelinge behandeling ten overstaan van de rechter(s) door wie de uitspraak zal worden gewezen en dat voor de beslissing op dat verzoek onverkort de regels gelden zoals gegeven in rov. 3.4.4 van het arrest
[…] /Staaten rov. 3.8 van het arrest
[…] /Gemeente Amsterdam. [23]
To Concept/CZdat de verplichting van het gerecht om aan partijen mededeling te doen van een rechterswisseling, alleen betrekking heeft op de situatie dat een rechterswisseling plaatsvindt na een mondelinge behandeling. Er is geen uit het onmiddellijkheidsbeginsel voortvloeiende algemene regel die inhoudt dat het niet is toegestaan om rechters te vervangen zonder partijen daarover op voorhand te informeren en zonder opgave van een reden, terwijl er ook geen kenbare reden is voor de rechterswisselingen. [24]
To Concept/CZgeformuleerde regels met betrekking tot de verplichting van het gerecht om mededeling te doen van een rechterswisseling zijn – gelet op de door de Hoge Raad in rov. 3.4.6 geformuleerde overgangsbepaling – van toepassing op mondelinge behandelingen die na 20 maart 2020 hebben plaatsgevonden, en hier dus van toepassing.
[…] /Staatomschreven strekking van het onmiddellijkheidsbeginsel die tot de hiervoor beschreven procedureregels heeft geleid. [29] Die strekking is dat een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling, in beginsel behoort te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, om te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing.
Het gaat dus om een beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling. Dat is dan ook de ratio van de (procedure)regels. Met andere woorden: er moet een verband zijn tussen de uiteindelijke beslissing en datgene wat tijdens de daaraan voorafgaande mondelinge behandeling aan de orde is gekomen.
(i) tijdens de mondelinge behandeling op 8 maart 2022 de zaak inhoudelijk is behandeld waarbij de advocaat van de moeder het standpunt van de moeder mondeling heeft toegelicht en daarbij spreekaantekeningen heeft overgelegd;
(ii) deze inhoudelijke behandeling vervolgens is voortgezet op 21 juni 2022 waarbij de advocaat van de moeder niet opnieuw het standpunt van de moeder mondeling uiteen heeft gezet en evenmin spreekaantekeningen heeft overgelegd;
(iii) daarna door het hof de bestreden beschikking is gewezen op de grondslag van de twee voorafgaande mondelinge behandelingen;
(iv) waarbij tussen de eerste en de tweede mondelinge behandeling een rechterswisseling heeft plaatsgevonden waarover het hof partijen niet (vooraf) heeft geïnformeerd; en
(v) de raadsheren die hebben deelgenomen aan de voortgezette mondelinge behandeling op 21 juni 2022 de bestreden beschikking hebben gewezen.