3.3Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 30 augustus 2017 (dossierpagina’s 013-016), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] :
(dossierpagina 13)
Ik ben de bewoner van de woning [a-straat 1] in [plaats] . Mijn woning ligt op de benedenverdieping. Gisteravond ging ik omstreeks 22:00 uur naar bed.
(dossierpagina 14)
In de vroege ochtend van 30 augustus werd ik plots wakker door hevig gebonk en geschreeuw. Toen ik mij had omgedraaid zag ik dat de mij bekende [betrokkene 1] (het hof begrijpt telkens: [betrokkene 1] ) in de woonkamer stond. Verder zag ik dat zijn vriendin [verdachte] (het hof begrijpt telkens: de verdachte) ook in de woning aanwezig was. Ik zag dat zij van de gang de woonkamer binnenliep. Ik hoorde dat [betrokkene 1] tegen mij zei: “Geld, geld”. Ik zag toen dat [betrokkene 1] in de woonkamer vanaf de tafel mijn lederen beurs oppakte. Ik zag dat [betrokkene 1] uit deze beurs geld wegnam. In de beurs zat een briefje van vijftig euro en een briefje van twintig euro. Verder zag ik dat [betrokkene 1] twee telefoons wegnam. Een zwarte Alcatel mobiel toestel, dit toestel stond in de oplader. De andere telefoon, een witte mobiele telefoon van het merk Alcatel, lag op de tafel bij de beurs. Ik zag dat [betrokkene 1] beide toestellen wegnam. Verder zag ik nog dat [betrokkene 1] mijn tabak wegpakte. Ik dacht dat het merk iets met JSP is. In het zakje van de tabak zaten pakjes vloeitjes. Een oranje pakje en blauw pakje en nog een pakje Mascotte. Verder zat er in het pakje een aansteker van de winkel Plus. Die was groen met wit. Er staat dus ook de naam van de winkel op de aansteker.
Vervolgens zag ik dat [betrokkene 1] vanaf de bank op mijn bed sprong. Ik zag dat [betrokkene 1] de rolstoel in zijn handen had en gelijk hierop weer zei: “Geld, geld ik moet mijn geld hebben”. Ik zag dat [betrokkene 1] op dat moment de rolstoel in mijn richting gooide. [verdachte] stond op dat moment in de woonkamer en ik hoorde nog dat zij zei: “Pak hem maar flink”. Ik merkte dat ik begon te bloeden aan mijn linkeroog. Ik vermoed dat dit kwam door het opvangen van de rolstoel of van het moment dat [betrokkene 1] op mijn bed sprong en een klap uitdeelde.
(dossierpagina 15)
[verdachte] (het hof begrijpt de door aangever eerder genoemde [verdachte] ) en [betrokkene 1] ken ik al geruime tijd. Ongeveer twee maanden geleden heb ik beiden nog onderdak verleend. Zij zijn toen veertien dagen bij mij in de woning geweest.
Vandaag bij de overval droeg [betrokkene 1] een korte broek, hij had een blauw petje op. [verdachte] (het hof begrijpt ook hier de eerder door aangever genoemde [verdachte] ) was gekleed in een zwart shirt en een grijze joggingbroek.
2. Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 11 september 2017 (dossierpagina’s 023 en 024), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] :
(dossierpagina 24)
Opmerking verbalisanten: Ik overhandig je hierbij 2 gsm telefoons en een pakje shag.
V: Is het juist dat dit de spullen zijn die bij jou werden weggenomen?
A: Dat klopt. Dit zijn mijn spullen.
V: Jij verklaarde te zijn overvallen door de jou bekende [betrokkene 1] (het hof begrijpt telkens: [betrokkene 1] ) en zijn vriendin [verdachte] (het hof begrijpt telkens: de verdachte).
A: Dat klopt.
V: [betrokkene 1] , de persoon die jij benoemt als een van de overvallers, verklaart dat niet hij, maar een persoon genaamd [betrokkene 3] samen met [betrokkene 4] jou zou hebben overvallen. Wat kun je hierop zeggen?
A: Nee, dat is niet waar. Ik heb duidelijk [betrokkene 1] zien binnenkomen. Hij riep voor geld.
3. Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de getuige [aangever] van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Limburg, locatie Roermond d.d. 17 november 2017, voor zover inhoudende als verklaring van getuige [aangever] voornoemd:
De getuige verklaart als volgt:
Op vragen van de rechter-commissaris:
Weet u 100% zeker dat de twee die u bij de politie heeft genoemd het waren die u beroofd hebben?
Ja. De man was klein en tenger van postuur. Ook aan zijn stem herkende ik hem. Het meisje was flink, gezet. Daaraan herkende ik haar.
Op vragen van de raadsman mr. Brinkman:
U bent brildragend en aan een oog bent u blind. Is de bril noodzakelijk om goed te kunnen zien met uw rechteroog?
Ik kan ook zonder bril prima zien.
U vertelde dat [betrokkene 1] een pet op had. Kon u ondanks de pet goed zien wie de mannelijke persoon was?
Ja. [betrokkene 1] ken ik goed en zijn vriendin ook. Als die een meter van mij afstaan, herken ik die wel.
4. De geneeskundige verklaring d.d. 30 augustus 2017 (dossierpagina 025), voor zover inhoudende als verklaring van de arts [betrokkene 5] :
Medische informatie betreffende:
Achternaam: [aangever]
Voornamen: [aangever]
Geboren: [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats]
- hematomen op de armen, rug, linkeroog, scheurwond linker wenkbrauw
- nek-en rugklachten ten gevolge van kneuzing.
Is sprake van uitwendig bloedverlies: ja
5. Het proces-verbaal aantreffen telefoons d.d. 31 augustus 2017 (dossierpagina’s 049 en 050), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
(dossierpagina 49)
Op 30 augustus 2017 ging ik omstreeks 08:00 uur naar de woning aan de [a-straat 2] te [plaats] . In de woning trof ik onderstaande personen aan:
[betrokkene 6] en [betrokkene 4] .
(dossierpagina 50)
Ik vroeg aan [betrokkene 6] waar [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) en [betrokkene 1] (het hof begrijpt [betrokkene 1] ) gezeten hadden. Ik zag dat [betrokkene 6] en [betrokkene 4] (het hof begrijpt telkens: [betrokkene 4] , de zus van de verdachte,) beiden wezen naar het gedeelte van de hoekbank dat onder het raam aan de voorzijde van de woning stond. Ik zag dat [betrokkene 4] opstond en de bank naar voren schoof. Ik zag dat [betrokkene 6] haar hierbij hielp. Vervolgens zag ik dat [betrokkene 6] twee mobiele telefoons in een plastic zakje achter de bank bij het raam vandaan haalde. Ik hoorde dat [betrokkene 6] en [betrokkene 4] zeiden dat deze telefoons niet van hun waren. Ik zag dat de telefoons soortgelijke telefoons waren die bij slachtoffer [aangever] waren weggenomen. Hierop werden de telefoons in beslaggenomen.
6. De kennisgeving van inbeslagneming d.d. 30 augustus 2017 (dossierpagina’s 103-104) met fotobijlagen (dossierpagina’s 105-106), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
(dossierpagina 103)
Inbeslagname
Plaats: [plaats]
Adres: [a-straat 2]
Datum en tijd: 30-08-2017 te 08:30 uur.
De goederen werden in de woonkamer achter de bank nabij de verwarming aangetroffen.
Omschrijving inbeslaggenomen goed: pakje tabak, in het pakje een aansteker, 2 pakjes vloei en 1 losse vloei
7. De eigen waarneming van het hof op de foto die als bijlage (dossierpagina 106) bij de zojuist genoemde kennisgeving van inbeslagneming (bewijsmiddel 6) is gevoegd voor zover inhoudende:
Het hof ziet op de foto, naast een pakje tabak van het merk JSP en vloeitjes, een aansteker met daarop de naam en het logo van de supermarkt Plus.
8. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 augustus 2017 (dossierpagina’s 004 en 005) voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
(dossierpagina 4)
Op 30 augustus 2017 waren wij belast met incidentenafhandeling. Omstreeks 06:30 uur ontvingen wij een melding om te gaan naar de [a-straat 1] te [plaats] . Aldaar zou de bewoner zijn overvallen. Ter plaatse aangekomen zagen we dat het een flatgebouw betrof. [a-straat 1] is gelegen op de begane grond. Ik, [verbalisant 4] , zag dat twee personen over de galerij van de tweede etage liepen. Ik herkende deze personen als de mij ambtshalve bekende [betrokkene 1] en [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte). [verdachte] droeg een zwart topje.
9. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 30 augustus 2017 (dossierpagina’s 053 en 054), voor zover inhoudende als Verklaring van [betrokkene 7] :
(dossierpagina 53)
Op 30 augustus 2017 rond 06:22 uur hoorde ik bonken op mijn voordeur. Plotseling ging mijn slaapkamerdeur open. Ik zag een gestalte, klein. Ik hoorde dat hij tegen mij zei: "Ik ben beroofd, bel de politie”. Ik heb om 06:25 gelijk 112 gebeld.
(dossierpagina 54)
Ik ben daarna op bed gaan zitten wachten. Ik hoorde dat er op de deur geklopt werd. Ik hoorde een vrouwenstem. Ik keek door het slaapkamerraam en herkende de vrouw. Ze woont hier ergens in het complex. De vrouw was ongeveer 21-25 jaar oud, blank, vollere meid, droeg een zwart topje. Ik zag ook een jongen naast haar staan. Hij droeg een korte broek.
10. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 30 augustus 2017 (dossierpagina’s 061 en 062), voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 6] :
(dossierpagina 62)
Omstreeks 03:00 en 03:15 uur werd aangebeld. Het betroffen mijn dochter [verdachte] (het hof begrijpt telkens: de verdachte) en haar vriend [betrokkene 1] (het hof begrijpt telkens: [betrokkene 1] ). Ik heb ze binnen gelaten. Ik ben vervolgens op de bank in slaap gevallen waarbij [verdachte] en [betrokkene 1] ook in de woonkamer op de bank bleven zitten.
Omstreeks 07:30 uur werd ik wakker omdat er politie aan mijn voordeur stond.
[betrokkene 1] droeg een petje, blauw van kleur. [verdachte] droeg een zwart shirt.
De politie vroeg of er telefoons aanwezig waren in de woning. Ik ben toen gaan zoeken en zag achter de bank twee telefoons in een plastic zakje zitten. Het betrof de bank waar [betrokkene 1] en [verdachte] gezeten hadden. De telefoons waren wit en zwart van kleur. Ze waren niet van mij.
11. Het proces-verbaal van bevindingen verhoor [betrokkene 8] d.d. 11 september 2017 (dossierpagina’s 066 en 067), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [betrokkene 8] :
(dossierpagina 67)
Ik heb de woning tussen 05:00 en 05:30 uur verlaten. [betrokkene 1] (het hof begrijpt: [betrokkene 1] ) en [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) waren toen ook weg. Ze waren dus niet in de woning van [betrokkene 6] (het hof begrijpt: [betrokkene 6] ) toen ik wegging.
12. De eigen waarneming van het hof ter terechtzitting d.d. 17 juni 2021:
We kunnen vaststellen dat u een stevig postuur heeft.
13. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:
Ik had een grijze trainingsbroek aan.”