Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
Euronext [1] is een discussiepunt wat precies de rechtsgrondslag is van de gestelde verplichting van de werkgever om ervoor te zorgen dat, kort gezegd, een post-actieve er niet op achteruitgaat en voor hem alles zo veel mogelijk bij het oude blijft. [2] Net als in de
Euronext-zaak gaat het daarbij specifiek om de kans dat pensioenen nog kunnen worden geïndexeerd, het zogenoemde ‘indexatieperspectief’. Een feitelijk verschil met de
Euronext-zaak is dat daar een groep gepensioneerden via een vereniging optrad, terwijl hier slechts één individuele gepensioneerde in rechte optreedt.
defined contribution-regeling, in plaats van een
defined benefit-regeling). De nog dertien actieve werknemers van John Crane die op 1 januari 2016 onder de eindloonregeling vielen, hebben ervoor gekozen mee te gaan naar de nieuwe pensioenregeling. [verweerder] koos daar niet voor en bleef bij Zwitserleven. Door het eindigen van de uitvoeringsovereenkomst en de overgang van actieve deelnemers naar de nieuwe pensioenregeling, werd de genoemde reserve echter niet meer aangevuld. Het gevolg daarvan is dat indexaties van het pensioen van [verweerder] niet langer daaruit kunnen worden gefinancierd.
2.Feiten
het pensioenreglement) is, onder meer, het volgende bepaald (mijn onderstrepingen):
door de verzekeraar verleende kwantumkorting en winstaandelen in een bij de verzekeraar bestaand depot storten, waaraan periodiek koopsommen zullen worden onttrokken ter financiering van:
voor zover de beschikbare middelen dit toelaten.”
de pensioenovereenkomst) zijn opgenomen in dit pensioenreglement. [4]
de UVO). In deze UVO staat, onder meer (onderstreping van de kopjes in het origineel, andere onderstrepingen toegevoegd):
rechten op pensioen overeenkomstig de bepalingen in het pensioenreglement. Toevoegingen aan de bestemmingsreserve toeslagen worden geacht door de werkgever voor dit doel te zijn betaald en kunnen derhalve nimmer worden teruggevorderd.
dit voor zover deze bronnen gedurende het betreffende jaar beschikbaar komen:
3.Procesverloop
het hof). Tegen het vonnis heeft [verweerder] drie grieven aangevoerd. Hij heeft zijn vorderingen gewijzigd. De vorderingen luidden, voor zover in cassatie nog relevant:
Primair:
het arrest). Ik vat de belangrijkste rechtsoverwegingen samen.
4.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1bestrijdt dat John Crane in strijd met redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld door geen compenserende maatregelen te treffen voor [verweerder] .
Onderdeel 2richt zich tegen de beoordeling door het hof van wat onder de gegeven omstandigheden van John Crane verwacht mocht worden.
Onderdeel 3houdt voor dat de veroordeling van John Crane inconsistent is met het oordeel dat het John Crane vrijstond om de eindloonregeling te sluiten voor werknemers die op of na 1 mei 2003 in dienst zijn getreden.
Onderdeel 4, tot slot, richt pijlen op het toewijzen van de vorderingen door het hof in het licht van het gesignaleerde executieprobleem.
welk gedrag van John Crane mocht worden verwacht bij haar keuze de UVO 2011 op 1 januari 2016 te laten eindigen.
GN 188”, ziet deze verplichting ook op het pensioen van [verweerder] . Genoemd art. 7 geldt Pro niet rechtstreeks tussen partijen, ook niet als derdenbeding (art. 6:253 BW Pro). [verweerder] is geen partij bij de UVO 2011.
Art. 7 van Pro de UVO 2011dient daarom met toepassing van de zogenoemde CAO-norm te worden uitgelegd. Daarbij dienen de overige bepalingen van de UVO 2011 te worden betrokken. Naar het oordeel van het hof dient deze bepaling niet zo te worden uitgelegd dat is beoogd om aan (gewezen) deelnemers, als [verweerder] , een afdwingbaar recht toe te kennen op extra stortingen door John Crane. Wel is het zo dat
deze bepaling van belang is voor de invulling van de eisen van redelijkheid en billijkheid die tussen partijen gelden. Dat betekent in dit geval dat de redelijkheid en billijkheid vergen dat John Crane - in beginsel - gehouden is een voor indexering toereikende bestemmingsreserve na te streven, door middelen aan die reserve toe te voegen, indien en voor zover de vooruitzichten van [verweerder] op indexering zijn verminderd doordat John Crane (nadere) afspraken met Zwitserleven heeft gemaakt die ertoe hebben geleid of die zullen leiden tot vermindering van de toevoegingen aan de bestemmingsreserve voor de indexering door het wegvallen van kwantumkortingen en het afromen van winstdeling met administratieve kosten.
De vraag is dan of van John Crane in dit concrete geval mocht worden verwacht dit streven geheel of gedeeltelijk te realiseren.
had van John Crane mogen worden verlangd zodanige afspraken te maken met Zwitserleven over toekomstige toevoegingen aan de bestemmingsreserve, waaronder een vervanging voor de niet meer te verlenen kwantumkorting en de volledige winstdeling en zonder afroming door administratiekosten,
dat het ingegane pensioen van [verweerder] met ingang van 1 januari 2016 in dezelfde mate, respectievelijk met dezelfde consistentie als bedoeld in art. 95 Pw Pro, zou kunnen worden geïndexeerd, alsof John Crane de eindloonregeling met ingang van die datum voor al haar werknemers onder dezelfde voorwaarden als in de jaren voor 2016 zou hebben voortgezet bij Zwitserleven. In dit concrete geval is niet voldoende onderbouwd dat er zwaarwegende bezwaren aan de kant van John Crane waren om deze maatregelen te treffen. De door John Crane genoemde omstandigheden - een verlieslatende situatie en een minder goede pensioenregeling voor de actieven - zijn weliswaar relevant, maar naar het oordeel van het hof van onvoldoende gewicht. Bovendien heeft John Crane zelf gesteld dat de overgang naar de nieuwe premieregeling aanzienlijke besparingen opleverde.
Onderdeel 1.2bevat, in het verlengde van onderdeel 1.1, de motiveringsklacht dat het oordeel in ieder geval nadere toelichting behoefde om begrijpelijk te zijn. [8]
Euronext-arrest. [15] Die benoem ik hier.
Euronextdoor het hof Amsterdam aangehaald ter rechtvaardiging van het oordeel dat financieringsverplichtingen van de werkgever in de uitvoeringsovereenkomst, ook onderdeel uitmaakten van de pensioenovereenkomst. [19] De Hoge Raad ging daar niet in mee. Tussen genoemde rechtsbetrekkingen bestaat weliswaar samenhang, maar hetgeen geldt in de ene rechtsbetrekking geldt niet zonder meer ook in de andere rechtsbetrekkingen. Bovendien oordeelde de Hoge Raad in
Euronextdat, zelfs als de pensioenovereenkomst in die zaak een bepaling had bevat met de strekking dat de in de uitvoeringsovereenkomst vervatte (aanvullende) financiële verplichtingen van de werkgever ook jegens de (gewezen) deelnemers en gepensioneerden zouden gelden, zij daar geen rechten aan konden ontlenen aangezien de uitvoeringsovereenkomst was opgezegd en het pensioenfonds in kwestie was geliquideerd. [20]
overeenkomstbij het vaststellen van hetgeen waartoe de werkgever jegens de (gewezen) deelnemers en gepensioneerden is gehouden. Dat de werkgever zich in de uitvoeringsovereenkomst heeft verbonden tot verdergaande verplichtingen dan waartoe hij strikt genomen op grond van de pensioenovereenkomst is gehouden, maakt die verplichtingen nog geen onderdeel van de pensioenovereenkomst. [21] Dat zou zich mijns inziens ook moeilijk verdragen met het karakter van de uitvoeringsovereenkomst, die immers strekt tot
uitvoeringvan de
pensioenovereenkomst. [22] Een verplichting van de werkgever die uitsluitend haar grondslag vindt in de uitvoeringsovereenkomst, kan bezwaarlijk gezien worden als
uitvoeringvan een verplichting uit de pensioenovereenkomst. [23]
Euronext-arrest. In die zaak was, onder meer, aan de orde in hoeverre een werkgever op basis van goed werkgeverschap gehouden was bij het eindigen van een uitvoeringsovereenkomst een regeling te treffen voor (gewezen) deelnemers en gepensioneerden om door hen, als gevolg van het eindigen van die uitvoeringsovereenkomst, gemist ‘indexatieperspectief’ te compenseren. De Hoge Raad oordeelde dat opzegging van een uitvoeringsovereenkomst met een pensioenuitvoerder door een werkgever in beginsel mogelijk is, ongeacht of de uitvoeringsovereenkomst voorziet in een opzeggingsregeling. [25] Dit laat onverlet dat de omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat een werkgever – hoewel bevoegd tot het opzeggen van de uitvoeringsovereenkomst – door op te zeggen, of door op te zeggen zonder daarbij nadere maatregelen of voorzieningen te treffen, zich niet als goed werkgever gedraagt. De Hoge Raad oordeelde vervolgens dat het hof onvoldoende inzicht in zijn gedachtegang had gegeven door niet op de stellingen van Euronext te responderen dat zij, kort gezegd, geen wettelijke of contractuele verplichting had om het pensioenfonds verder financieel te ondersteunen, de pensioenrechten en -aanspraken waren afgefinancierd, en indexaties uit beleggingsresultaten werden voldaan. [26]
Euronextenerzijds vaststelde dat er geen wettelijke of contractuele verplichtingen meer waren en dat anderzijds Euronext toch in strijd met goed werkgeverschap handelde doordat zij bij de opzegging onvoldoende rekening heeft gehouden met het indexatieperspectief. Kortom: een dergelijke verplichting kan niet zomaar uit het goed werkgeverschap worden afgeleid. Maar: goed werkgeverschap kán volgens Van Slooten wel een grondslag zijn. [27]
Euronext-arrest [28] merkte ik op dat voorstelbaar is dat redelijkheid en billijkheid / goed werkgeverschap ertoe kán leiden dat het op de weg ligt van een (voormalige) werkgever om zich ervoor in te spannen dat bij de wisseling van pensioenuitvoer er ten aanzien van de pensioenrechten en -aanspraken geen wijzigingen optreden in het nadeel van de (gewezen) deelnemers en gepensioneerden. De invulling van die inspanningsverplichting hangt af van de omstandigheden van het geval.
door de verzekeraar verleende kwantumkorting en winstaandelen” in de bestemmingsreserve zal storten, waarmee toeslagen worden gefinancierd. De kwantumkorting was verreweg de belangrijkste bron van financiering.
voor zover de beschikbare middelen dit toelaten”. Uit art. 16 van Pro het pensioenreglement blijkt
nietdat andere bronnen dan de kwantumkorting en winstdeling strekken tot financiering van indexaties, en dat John Crane gehouden is om, indien de beschikbare middelen niet toereikend zijn, de bestemmingsreserve aan te vullen.
voorwaardelijk: het was afhankelijk van beschikbare fondsen.
nuniet meer, aangezien de UVO is geëindigd.
onderdeel 2.1is het oordeel in rov. 9.1 onjuist omdat het niet, of niet alleen, gaat om wat van John Crane mocht worden verwacht. Het hof diende te beoordelen hoe het voorwaardelijke recht op indexatie moest worden uitgelegd, en dus wat dat voorwaardelijke recht inhield. Het criterium dat het hof heeft aangelegd is daarom te eng. In het verlengde daarvan heeft het hof ook relevante omstandigheden niet in de beoordeling betrokken, waaronder het gedrag van [verweerder] zelf en in het bijzonder diens keuze om in de oude pensioenregeling te blijven. In het verlengde daarvan klaagt
onderdeel 2.2over de begrijpelijkheid van rov. 9.6, waarin het hof oordeelt dat voor John Crane voorzienbaar was dat [verweerder] wezenlijke schade zou lijden. Het was immers aan [verweerder] om te kiezen van welke pensioenregeling hij gebruik wilde maken, aldus het middel.
aan het eindigen van de UVO(zie rov. 9.1), terwijl dat te onderscheiden zaken zijn.
afnamevan deelnemers zal zijn. De aanwas van nieuwe deelnemers is noodzakelijk om een kwantumkorting op pijl te houden. Wordt een pensioenregeling gesloten voor nieuwe deelnemers, zoals de eindloonregeling in 2003, dan is er geen nieuwe aanwas, vermindert premieafdracht en loopt dus ook de kwantumkorting terug naar uiteindelijk nihil.
niethet gevolg van het eindigen van de UVO. Anders gezegd, indien John Crane ervoor zou hebben gekozen de UVO na 1 jauauri 2016 te verlengen, dan zou de kwantumkorting, zij het meer geleidelijk, zijn opgedroogd.