Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.VERENIGING PENSIOENGERECHTIGDEN EURONEXT AMSTERDAM,
2. [X] ,
3. [geïntimeerde sub 3] ,
4. [geïntimeerde sub 4] ,
5. [geïntimeerde sub 5] ,
6. [geïntimeerde sub 6] ,
1.Het geding in hoger beroep
subsidiair,Euronext zal veroordelen een zodanig geldbedrag te betalen aan DL dan wel een andere pensioenuitvoerder, dat de voormalige werknemers van (de rechtsvoorgangers van) Euronext (de oud-deelnemers) in dezelfde positie worden gebracht als waarin zij zouden hebben verkeerd als de UVO 2007-2012, althans de UVO 2013, ongewijzigd zou zijn voortgezet, waarbij in ieder geval wordt voorzien in (1) vergoeding van de uitvoeringskosten, (2) maatregelen ter opheffing van het dekkingstekort en (3) consistentie en solidariteit tussen actieven en inactieven, welk geldbedrag wordt vastgesteld door een te benoemen actuaris en Euronext zal veroordelen dit bedrag binnen een week na die vaststelling aan DL dan wel een andere pensioenuitvoerder te betalen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,- per dag dat Euronext niet aan die veroordeling voldoet,
meer subsidiairVPE c.s. ontvankelijk zal verklaren in haar vordering tot veroordeling van Euronext tot vergoeding van de schade van haar leden nader op te maken bij staat en deze vordering, opnieuw rechtdoende, toe zal wijzen.
2.Feiten
De bepalingen in dit handboek zijn in principe bindend: afwijkingen dienen in een schriftelijke overeenkomst tussen werkgever en medewerker te worden vastgelegd.” In het personeelshandboek wordt verwezen naar de inhoud van het pensioenreglement 2006. Tussen partijen staat vast dat dit betekent dat het pensioenreglement 2006 is geïncorporeerd in de arbeidsovereenkomsten. De tussen Euronext en de op 1 januari 2012 niet meer actieve werknemers (de gewezen deelnemers en gepensioneerden) geldende pensioenovereenkomst is opgenomen in bijlage III van het personeelshandboek. In die bijlage III onder F was in punt 11 vastgelegd hoe het pensioen zijn waarde hield als de (gewezen) werknemer van Euronext een gewezen deelnemer is in de pensioenregeling of gepensioneerde. Hierin staat onder meer:
“(…)
Het bestuur van het pensioenfonds (hof: PMA
) kan ieder jaar besluiten om een toeslag te verlenen op uw pensioenaanspraken of ouderdomspensioen. Dit houdt in dat er een toeslag kan worden gegeven op uw pensioenaanspraken of uw ouderdomspensioen, zodat de waarde van uw pensioenaanspraken of ouderdomspensioen (geheel of gedeeltelijk) meestijgt met de prijzen. Zodoende is er de mogelijkheid dat uw opgebouwde pensioenaanspraken of uw ouderdomspensioen (..) zijn waarde geheel of gedeeltelijk behoudt.
Voor gewezen deelnemers en gepensioneerden bestaat er geen recht op toekomstige indexaties, de indexatie van de pensioenaanspraken is voorwaardelijk. Het fonds probeert de pensioenaanspraken jaarlijks aan te passen aan de procentuele stijging van de CBS Consumentenprijsindex alle huishoudens, maar gaat daar alleen toe over als er een dekkingsgraad aanwezig is die op lange termijn voldoende zekerheid geeft. De indexatie in een jaar, met een maximum van 6%, wordt vastgesteld door het bestuur van het fonds. Indexering van de premievrije aanspraken en de ingegane pensioenen zal alleen plaatsvinden indien en voor zover de middelen van het fonds dit toelaten waarbij op basis van de uitkomsten van een ALM-studie en/of continuïteitsanalyse en de wensen van de werkgever bezien zal worden wat het toekomstige indexatiebeleid zal kunnen zijn.(…)”.
Op de pensioenrechten van gepensioneerden, op de pensioenaanspraken van gewezen deelnemers (…) wordt jaarlijks toeslag verleend van maximaal de prijsontwikkeling, met een maximum van 6%. Het bestuur beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenrechten en pensioenaanspraken worden aangepast. Voor deze voorwaardelijke toeslagverlening is geen reserve gevormd en wordt geen premie betaald, maar deze wordt uit beleggingsrendement gefinancierd.” Een inhoudelijk gelijke bepaling is opgenomen in artikel 6 van Pro de in 2011 aangepaste UVO 2007-2012 en artikel 7 lid 1 van Pro de UVO 2012-2013.
In lid 2 van dat artikel is een (nieuwe) toeslagregeling met een loonindex opgenomen voor de op 1 januari 2012 actieve deelnemers van Euronext.
“
Op de pensioenrechten van pensioengerechtigden, de pensioenaanspraken van gewezen deelnemers en op de pensioenaanspraken van ex-partners van gewezen deelnemers of gepensioneerden wordt jaarlijks (per 1 januari) toeslag verleend van maximaal de procentuele stijging van de kosten van levensonderhoud, met een maximum van 6%. Het bestuur beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenrechten en pensioenaanspraken worden aangepast. Voor deze voorwaardelijke toeslagverlening is geen reserve gevormd en wordt geen premie betaald, maar deze wordt uit beleggingsrendement gefinancierd.” Artikel 22 lid 1 van Pro het pensioenreglement 2012 is gelijkluidend.
Artikel 12 van Pro die UVO luidt: “
Indien zich omstandigheden voordoen die ten tijde van deze overeenkomst niet voorzienbaar waren en die nakoming van de overeenkomst substantieel beïnvloeden, zullen partijen in gezamenlijk overleg en naar redelijkheid en billijkheid een oplossing proberen te vinden, die recht doet aan de belangen van beide partijen in het kader van deze overeenkomst.”Tenslotte bevat artikel 9 lid 2 van Pro de oorspronkelijke UVO een bepaling die het Euronext mogelijk maakte om bij financieel onvermogen van PMA haar bijdrageverplichtingen te verminderen dan wel te beëindigen.
gedurende de looptijd van het Herstelplan(onderstreping Hof). Deze aanvullende bijdrageafspraak is niet opgenomen in de in 2010 (voor de eerste keer) aangepaste UVO 2007/2012.
De bepaling voor de situatie van een reservetekort luidt onder meer: “
(…) zal het pensioenfonds (…) een langetermijnherstelplan opstellen om uiterlijk binnen 15 jaar het tekort op te heffen (…). In het langetermijnherstelplan zal een opslag worden opgenomen op de reglementaire premie (…). Deze opslag is verschuldigd zolang het pensioenfondsin een tekortsituatie verkeert(onderstreping Hof).”
De bepaling voor de situatie van een dekkingstekort luidt onder meer: “
(…) zal het pensioenfonds (…) een kortetermijnherstelplan opstellen om uiterlijk binnen 3 jaar het tekort op te heffen (…). In het kortetermijnherstelplan zal een opslag worden opgenomen op de reglementaire premie (…), waarbij rekening is gehouden met de opslag opgenomen in het langetermijnherstelplan. Zonodig vindt overleg plaats met de werkgever over een incidentele storting door de werkgever.”
Vervolgens wordt bevestigd dat in het kader van de ingediende lange- en kortetermijnherstelplannen een opslag op de reglementaire premie is overeengekomen van 10% van de reglementaire premie. Deze opslag is verschuldigd zolang het pensioenfonds
in een tekortsituatie verkeert(onderstreping Hof).
Het in lid 1 en lid 2 bepaalde geldt tevens voor de tot 1 januari 2014 bij PMA opgebouwde pensioenaanspraken van de deelnemers die actief zijn op 1 januari 2014.”
3.Beoordeling
het behartigen van de belangen van haar leden in de meest ruime zinis toereikend om op te komen voor de in deze procedure aan de orde zijnde pensioenbelangen van haar leden, gewezen werknemers van Euronext en de onderhavige belangen lenen zich voor een collectieve actie. De eerste grief in principaal appel faalt; de eerste grief in incidenteel appel slaagt.
- dat Euronext bij beëindiging van de UVO de belangen van de leden van VPE en haar actieve werknemers evenwichtig heeft afgewogen;
- dat de leden van VPE pensioen hebben opgebouwd in een eindloonregeling;
- dat Euronext onverplicht EUR 13 miljoen heeft bijgestort.
Hiermee falen alle onderdelen van de vierde grief van Euronext.
Met VPE c.s. is het hof van oordeel dat de UVO’s tussen Euronext en PMA een begunstiging inhouden van de deelnemers in de pensioenregelingen, als bedoeld in artikel 6:253 BW Pro. Euronext miskent in haar verweer dat die begunstiging direct voortvloeit uit het systeem van de PW, dat in beginsel meebrengt dat de werknemers van Euronext, anders dan geoordeeld door de kantonrechter, na aanvaarding van het derdenbeding partij bij de uitvoeringsovereenkomst zijn (art. 6:254 lid 1 BW Pro). Toetreding door een werknemer tot een pensioenovereenkomst houdt een aanvaarding van het derdenbeding in de UVO in. Daarom is de pensioenuitvoerder verplicht om de werknemer op te nemen als deelnemer in de pensioenregeling en aan die werknemer pensioenaanspraken toe te kennen conform het van toepassing zijnde pensioenreglement.
Al hetgeen Euronext in haar verweer in het incidentele appel naar voren brengt gaat voorbij aan het hiervoor overwogene dat juiste nakoming van de pensioenovereenkomst tevens inhoudt juiste nakoming van de UVO. Anders dan Euronext stelt is Euronext met PMA (aanvullende) betalingsverplichtingen overeengekomen die er toe strekten dat PMA de pensioenovereenkomsten kon uitvoeren. Daarmee is er direct een verband met de nakoming van de voorwaardelijke indexatieregeling in de pensioenovereenkomst, maar ook met de nakoming van de onvoorwaardelijke pensioentoezegging zonder korting van opgebouwde pensioenaanspraken.
Uit hetgeen Euronext en VPE c.s. over en weer hebben gesteld kan het hof niet afleiden (i) of de leden van VPE – en onder welke voorwaarden - akkoord zouden kunnen gaan met de toeslagregeling in de CAO 2014 en de uitvoering daarvan door DL, ter vervanging van de toeslagregeling in pensioenreglement 2006, en (ii) of - en onder welke voorwaarden - Euronext, respectievelijk DL, bereid zijn om de toeslagregeling in de CAO 2014 ook toe te passen op de tot 1 januari 2014 bij PMA opgebouwde pensioenaanspraken en rechten van de op 1 januari 2014 gewezen werknemers en pensioengerechtigden, waaronder de leden van VPE, met een aanpassing van een UVO met DL en aanvullende stortingen in het toeslagdepot voor de uitvoering van zo’n toeslagregeling.
Meer in het bijzonder wenst het hof door Euronext in samenwerking met Delta Lloyd als de huidige en toekomstige pensioenuitvoerder te worden geïnformeerd over (iii) de eenmalige koopsom die nodig is om de nog resterende korting van 1,55% met terugwerkende kracht tot 1-1-2014 ongedaan te maken en hoe die koopsom zich in procenten van de overgenomen TV verhoudt tot de kosten van beheer en uitvoering die DL heeft verwerkt in de aan PMA in rekening gebrachte koopsom voor de overgenomen verplichtingen jegens actieven, slapers en gepensioneerden van Euronext en in de premie voor toekomstige opbouw, (iv) de benodigde jaarlijkse premie, tot een maximum van 10% van de jaarpremie voor de toekomstige opbouw van actieven, en de maximale duur in jaren van die premiebetaling om een depot te vormen voor een toekomstbestendige toeslagverlening conform artikel 15 lid 2 van Pro de UVO tussen Euronext en DL, toegepast op alle van PMA overgenomen verplichtingen met terugwerkende kracht tot 1-1-2014, en (v) het maximaal te vormen en aan te houden depot dat, rekening houdend met het naar verwachting door DL toe te voegen rendement uit de pensioenregeling en de depot belegging, waarborgt dat er een consistent geheel is tussen de gewekte verwachtingen, de financiering en het realiseren van voorwaardelijke toeslagen, als bedoeld in artikel 95 PW Pro waarbij volledige toeslagverlening aan actieve deelnemers en slapers en gepensioneerden naar verwachting mogelijk is.